Inleiding

Deze catalogus van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) beschrijft hoe objectgerichte informatie over adressen en gebouwen moet worden vastgelegd, zodat landelijke uitwisseling van deze informatie mogelijk is.

Deze catalogus heeft onder meer als doelstelling om de uniformiteit in de afbakening en bijhouding van objecten te bevorderen. De generieke, objectgerichte voorschriften leiden echter niet voor iedere concrete situatie altijd tot een bij voorbaat eenduidige uitkomst. Het is de verantwoordelijkheid van de bronhouder om in dergelijke situaties tot een resultaat te komen dat aansluit bij de doelen en principes van de BAG. Daarbij kan de wens om tot een eenduidige situatie in verschillende processen en registraties te komen een punt van overweging zijn, gezien het belang daarvan voor de klanten en voor de bedrijfsvoering.

Deze catalogus betreft een eerste herziening van de Catalogus BAG 2018. Deze herziening is opgesteld naar aanleiding van de Tweede evaluatie van de Wet bag (Kamerstukken II, vergaderjaar 2023/2024, 33 926 nr. 2). De herziening bevat een verduidelijking van enkele begrippen om de uitvoeringspraktijk te faciliteren.

In deze catalogus zijn de uitgangspunten en voorschriften opgenomen die ervoor zorgen dat objecten in de BAG overal op dezelfde manier worden vastgelegd. De catalogus beschrijft de ontwerpprincipes (zie hoofdstuk 2) en algemene principes (zie hoofdstuk 3) die de basis vormen voor de vastlegging van objecten in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen en de kwaliteit waaraan gegevens in de BAG moeten voldoen (zie hoofdstuk 4). De catalogus specificeert per object welke gegevens krachtens de Wet basisregistratie adressen en gebouwen in de registratie moeten worden opgenomen (zie hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6) en definieert deze gegevens (zie hoofdstuk 7). Onderdeel van de gegevensdefinities vormen de domeinen, die een omschrijving geven van de waarden die een gegeven kan aannemen. De catalogus bevat ook een nadere omschrijving van deze domeinen (zie hoofdstuk 8). Hoofdstuk 9 richt zich op interoperabiliteit in de keten van bronhouder tot gebruiker en legt op waaraan logische modellen moeten voldoen bij het implementeren van het conceptuele model uit de hoofdstukken 5 tot en met 8. Hoofdstuk 10 gaat over het kijken naar de werkelijkheid door de bril van de BAG, met de bedoeling om de objecten te herkennen waarover de BAG gegevens bijhoudt.

Dit eerste hoofdstuk geeft een samenvatting van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (zie §1.1) en beschrijft het doel (zie §1.2) en het gebruik ervan (zie §1.3).

De Basisregistratie Adressen en Gebouwen

Sinds 2009 hebben gemeenten de wettelijke taak om basisgegevens over adressen en gebouwen bij te houden in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Van oorsprong bestond de BAG uit twee basisregistraties: de Basisregistratie Adressen en de Basisregistratie Gebouwen. Deze twee basisregistraties waren onderling sterk gerelateerd en vormden daarom in de praktijk een geheel.

De Basisregistratie Adressen kan worden beschouwd als een overzichtstabel van alle officiële adressen die binnen de Nederlandse overheid (mogen) worden gebruikt. Op deze wijze kunnen ook knelpunten bij het koppelen van registraties worden voorkomen die het gevolg zijn van de schrijfwijze. In de Basisregistratie Adressen worden drie objecten geregistreerd die gezamenlijk een adres vormen: Woonplaats, Nummeraanduiding, Openbare ruimte.

Adressen worden daarbij aangemerkt als een vereenvoudigde officiële naamgeving van een beperkt aantal objecten.

Officiële adressen kunnen alleen worden toegekend aan de drie adresseerbare objecttypen: Verblijfsobject, Ligplaats en Standplaats.

In de Basisregistratie Gebouwen worden alle met "gebouwen" samenhangende objecten geregistreerd. De registratie is dus een objectenregistratie. Dit betekent dat in de registratie bepaalde objecten concreet worden afgebakend en van een unieke aanduiding voorzien. Het zijn deze objecten waaraan vervolgens de te registreren gegevens worden gekoppeld. In de Basisregistratie Gebouwen worden daarbij vier objecten onderscheiden: Pand, Verblijfsobject, Ligplaats en Standplaats.

Gemeenten die meer willen registreren dan de Basisregistratie Adressen en Gebouwen voorschrijft, worden daarin nadrukkelijk vrij gelaten mits de minimaal voorgeschreven verzameling van gegevens wordt bijgehouden.

In 2013-2014 heeft de Auditdienst Rijk de doeltreffendheid en de effecten van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen geëvalueerd en aanbevelingen gedaan om de uitvoering van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen te verbeteren[1]De Wet basisregistraties adressen en gebouwen is conform artikel 46 van deze wet in 2013 geëvalueerd door de Auditdienst Rijk in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het evaluatierapport is begin 2014 opgeleverd en op 25 april 2014 aan de Tweede Kamer verzonden. https://www.geobasisregis traties.nl/basisregistraties/adressen-en-gebouwen/evaluatie-bag/evaluatie-onderzoek-bag-door-auditdienst-rijk
. Naar aanleiding hiervan zijn verbeteringen uitgewerkt in onder meer een nieuwe Wet basisregistratie adressen en gebouwen en deze catalogus en werden de twee basisregistraties samengevoegd tot één basisregistratie: de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG).

Doel

De Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is een van de basisregistraties die deel uitmaakt van het landelijk stelsel van basisregistraties. Deze basisregistraties zijn erop gericht de informatievoorziening in Nederland beter te ordenen. Het eenduidig benoemen van te registreren objecten is dan ook de belangrijkste functie van een basisregistratie.

Het belangrijkste doel van de BAG is het uniek identificeren en aanduiden van adresseerbare objecten en panden. Op deze wijze ontstaat een duidelijke relatie tussen de adressering en het object waarop het adres betrekking heeft en wordt een aanzet gegeven tot het leggen van meer eenduidige relaties tussen verschillende registraties.

Registratie in de BAG heeft overigens uitdrukkelijk uitsluitend een administratieve achtergrond en houdt geen legalisering of ander (rechts)gevolg in[2]Memorie van toelichting bij de wijziging van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en de Kadasterwet, kamerstukken II, 2008/09, 31 726, nr. 3, 7 oktober 2008: "Uitgangspunt blijft uiteraard dat registratie plaatsvindt op basis van de originele brondocumenten. Het gebruik van een formaliseringsbeslissing als brondocument dient beperkt te zijn tot die gevallen waarin er geen origineel brondocument bestaat of zo’n document slechts met onevenredige inspanning kan worden achterhaald. Het ontbreken van een brondocument kan zich bijvoorbeeld voordoen indien voor een pand geen bouwvergunning bestaat. Dit kan zeer oude, vergunningvrije of illegale bouw betreffen. In dit verband dient uitdrukkelijk te worden opgemerkt dat een formaliseringsbeslissing in het kader van de registratie uitsluitend een administratieve achtergrond heeft en geen legalisering of ander (rechts)gevolg inhoudt. Overigens is denkbaar dat in sommige gevallen wel een brondocument heeft bestaan, dat echter door een calamiteit of anderszins teniet is gegaan." https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31726-3.html
.

Gebruik

De BAG is een van de basisregistraties die de kern vormt van de gegevenshuishouding van de overheid. Binnen een dergelijke (verplicht te gebruiken) basisregistratie wordt het fundament gelegd voor de eenduidige benoeming van een aantal binnen veel overheidsprocessen gebruikte objecten. Hierdoor worden de binnen deze verschillende processen gebruikte objecten onderling consistent en kunnen gegevens uit verschillende processen zo nodig met elkaar gekoppeld en gecombineerd worden.

Naast een brede gebruiksplicht bestaat de verplichting voor bestuursorganen en de bevoegdheid voor andere belanghebbenden om bij gerede twijfel een terugmelding te doen (zie §4.8). Deze combinatie van verplicht gebruik en terugmelding zijn belangrijke instrumenten om de kwaliteit van basisregistraties te vergroten.

Ontwerpprincipes

Voor de inhoud van de BAG zijn ontwerpprincipes gehanteerd met betrekking tot:

Gebouwen

In tegenstelling tot hetgeen de naam van de registratie suggereert, komt er binnen de registratie geen objecttype "Gebouw" voor. De reden hiervoor is dat het begrip "gebouw" op veel plaatsen al in gebruik is voor een object dat is gedefinieerd als volledig vrijstaand. Om die reden is ervoor gekozen in plaats daarvan het begrip "pand" te hanteren.

In de BAG worden ook gegevens bijgehouden over locaties waarop met gebouwen vergelijkbare objecten permanent mogen worden geplaatst, bijvoorbeeld standplaatsen voor woonwagens en ligplaatsen voor woonboten. Om het permanente karakter van een standplaats of ligplaats te benadrukken is in de definitie vastgelegd dat er sprake dient te zijn van een door het bevoegd gezag (gemeenteraad of burgemeester en wethouders) als zodanig aangewezen plaats of locatie. Hiermee onderscheidt bijvoorbeeld een ligplaats zich van aanmeerplaatsen en afmeerplaatsen, die bedoeld zijn voor het tijdelijk aan-en afmeren van onder meer pleziervaartuigen en beroepsvaartuigen langs kades en in havens. De begrenzing van een standplaats of ligplaats vloeit voort uit de formele aanwijzing door het bevoegd gezag.

Adressen

Een adres in de BAG is een samenstelling van drie objecten: Woonplaats, Openbare ruimte en Nummeraanduiding. Een adres kan in de BAG niet bestaan zonder een bijbehorend adresseerbaar object: Verblijfsobject, Standplaats of Ligplaats. Deze objecten zijn de objecten waaraan formeel adressen kunnen en moeten worden toegekend. De BAG bevat daarmee alle authentieke toegekende adressen. Aan objecten die niet voldoen aan de criteria van een van deze objecttypen, kan geen authentiek adres worden toegekend.

Het adres wordt gevormd door het huisnummer, de eventuele huisletter en de eventuele huisnummertoevoeging van de nummeraanduiding, de naam van de openbare ruimte waaraan de nummeraanduiding is gerelateerd en de naam van de woonplaats waarbinnen (het grootste gedeelte van) het pand, de ligplaats of de standplaats is gelegen.

Het aanwezig zijn van een adres voor een adresseerbaar object, is van essentieel belang voor het in het maatschappelijk verkeer kunnen aanduiden van het betreffende object. Aan ieder adresseerbaar object wordt één hoofdadres toegekend. Indien aan de daaraan gestelde voorwaarden (zie §10.2) wordt voldaan, kunnen nevenadressen toegekend worden. Daarbij geldt dat een nevenadres een eigenschap is van hetzelfde adresseerbaar object als het bijbehorende hoofdadres. Met het nevenadres wordt expliciet niet een bepaald gedeelte van een adresseerbaar object aangeduid.

Objecten

De BAG is een objectenregistratie. Dit betekent dat in de registratie bepaalde objecten concreet worden afgebakend en van een unieke aanduiding voorzien. Het zijn deze objecten waaraan vervolgens de te registreren gegevens worden "opgehangen". Van deze objecten worden de geometrische en/of administratieve eigenschappen vastgelegd in de BAG.

De BAG-objecten zijn te verdelen in drie groepen: adressen, adresseerbare objecten en gebouwen (zie Figuur 1). Een officieel adres is samengesteld uit de objecten Woonplaats, Openbare ruimte en Nummeraanduiding. Een officieel adres wordt toegekend aan een adresseerbaar object (Verblijfsobject, Standplaats of Ligplaats).

Met betrekking tot met gebouwen samenhangende objecten wordt onderscheid gemaakt tussen panden en verblijfsobjecten. Dit onderscheid is met name ingegeven vanuit de gedachte dat beide soorten objecten een eigen karakter en een eigen dynamiek kennen. Daar waar binnen de definiëring van een verblijfsobject het samenhangende gebruik van een eenheid centraal staat, gaat het bij de definiëring van het pand om het vaststellen van een samenhangende (bouw-) constructieve eenheid.

In de BAG worden feitelijke objecten in de werkelijkheid, zoals gerealiseerde panden en verblijfsobjecten, en virtuele objecten zoals stand- en ligplaatsen en vergunde panden en verblijfsobjecten geregistreerd.

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, diagram
De objecttypen van de BAG

Brondocumenten

Elke wijziging van de gegevens in de BAG is gebaseerd op een brondocument. Ook bij constatering van een object of de correctie van gegevens is de bronhouder verplicht een brondocument op te stellen. De toegestane brondocumenten worden opgesomd in het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen[3]Besluit van 6 juli 2017 tot wijziging van het Besluit basisregistraties adressen en gebouwen in verband met modernisering en vereenvoudiging van de registratie, artikel I, onderdeel C: "Hoofdstuk 2 komt te luiden: Hoofdstuk 2. Brondocumenten. Artikel 7. Krachtens artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden als brondocument voor de basisregistratie aangewezen: a. een beslissing tot indeling van het grondgebied van de gemeente in een of meer woonplaatsen, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; b. een beslissing tot vaststelling van een openbare ruimte, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; c. een beslissing tot toekenning van een nummeraanduiding, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; d. een document waaruit blijkt welke postcode door de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van postcodes is toegekend aan een nummeraanduiding; e. een beslissing tot verlening van een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming voor het bouwen, veranderen of slopen van een pand of verblijfsobject, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; f. een reactie van een bestuursorgaan op een melding of kennisgeving waardoor het vereiste van een vergunning of toestemming, bedoeld in onderdeel e, wordt opgeheven; g. een melding of kennisgeving van de aanvang van bouwwerkzaamheden voor nieuwbouw en het gereedkomen van bouw- of sloopwerkzaamheden voor nieuwbouw, verbouw en sloop met betrekking tot een pand of verblijfsobject; h. een beslissing tot verlening van een vergunning als bedoeld in de artikelen 21 en 22 van de Huisvestingswet 2014, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; i. een beslissing tot vaststelling van een standplaats of ligplaats, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; j. een beslissing tot vaststelling van een ligplaats, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; k. een document waarin de geometrie van een pand of verblijfsobject is vastgelegd in overeenstemming met de krachtens artikel 17, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de wet gestelde regels; l. een rechterlijke uitspraak strekkende tot vernietiging, herroeping, intrekking of wijziging van een in een brondocument vervat besluit, en m. een verklaring van een daartoe aangewezen ambtenaar, strekkende tot: 1°. een ambtshalve correctie van een of meer gegevens in de basisregistratie op grond van een ander brondocument; 2°. een signalering van een wijziging in de feitelijke situatie die van invloed is op een of meer gegevens in de basisregistratie, die niet voortvloeit uit een ander brondocument, of 3°. een wijziging of opneming in het belang van een goede registratie van een of meer gegevens in de basisregistratie, die niet voortvloeit uit een ander brondocument." https://zoek.officielebe kendmakingen.nl/stb-2017-311.html
. Digitale brondocumenten en brondocumenten in de vorm van berichten zijn toegestaan. Een brondocument kan een of meer objecten en/of attributen betreffen. Brondocumenten mogen niet uit de archieven van bronhouder worden verwijderd en worden door de bronhouder dus blijvend opgeslagen, met inachtneming van de regels uit de Archiefwet[4]Archiefwet 1995. http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007376
.

Voor de leesbaarheid is er voor gekozen dat 'een beslissing tot verlening van een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming voor het bouwen, veranderen of slopen van een pand of verblijfsobject, alsmede de wijziging of intrekking daarvan[5] Zie Besluit BAG, art 7 lid e
' in dit document als vergunning wordt beschouwd.

Landelijke voorziening

De gemeente registreert als bronhouder alle gegevens overeenkomstig de inhoud van het brondocument bij de gemeente in de basisregistratie. De gemeente levert deze gegevens door aan de landelijke voorziening, die ze bewaart en beschikbaar stelt aan afnemers.

Dekkingsgebied

Het werkingsgebied van de BAG is het bestuurlijk ingedeelde gebied van Nederland in Europa, oftewel de verzameling van gemeenten in Nederland. De gemeentegrens van kustgemeenten ligt op circa een kilometer uit de kust. Wat buiten de gemeentegrens ligt, wordt niet in de BAG opgenomen; wat erbinnen ligt wel.

Modellering

De BAG hanteert voor de modellering het nationaal metamodel voor informatiemodellering (MIM), dat is ontwikkeld door VNG Realisatie, Kadaster en Geonovum[6]Nationaal metamodel voor informatiemodellering (MIM), versie 1.0 van 14 juni 2017. https://www.geonov um.nl/wegwijzer/standaarden/nationaal-metamodel-voor-informatiemodellering
. Het conceptuele informatiemodel voor de BAG (IMBAG) wordt beschikbaar gesteld in UML[7]De UML wordt beschikbaar gesteld in het bestandsformaat van de applicatie Enterprise Architect (.eap). https://en.wikipedia.org/wiki/Enterprise_Architect_(software)
. Bij deze UML wordt een toelichting beschikbaar gesteld die beschrijft welke keuzes de BAG heeft gemaakt bij de toepassing van het MIM.

In hoofdstukken 5 tot en met 8 is het conceptuele informatiemodel beschreven. Hierin worden termen gebruikt zoals: objecttype, attribuutsoort, relatiesoort, relatierol, datatype, complex datatype en andere termen. Deze termen staan gedefinieerd en toegelicht in het MIM en zijn opgenomen in bijlage A.

Algemene principes

Dit hoofdstuk beschrijft algemene principes die gelden voor de inhoud van de BAG.

Deze algemene principes hebben betrekking op:

Bronhouders

Elke gemeente is bronhouder van de BAG binnen de eigen gemeentegrenzen. Het grondgebied van de gemeente waarop een object is gelegen, bepaalt dus welke gemeente het object registreert. Het maakt hierbij geen verschil als gerelateerde objecten in een andere gemeente liggen en daarom een andere bronhouder hebben. De nummeraanduiding wordt opgevat als eigenschap van een adresseerbaar object en geregistreerd in de gemeente waarin het adresseerbare object is gelegen. In het bijzondere geval dat een pand of verblijfsobject is gelegen op de grens van twee of meer gemeenten, worden dat pand en de eventuele verblijfsobjecten geregistreerd in de gemeente op wier grondgebied het grootste gedeelte van het pand is gelegen.

Coördinatenstelsel

Het toegepaste coördinatenstelsel voor de BAG is dat van de Rijksdriehoeksmeting (Rdstelsel[8]Het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD) is het coördinatensysteem van Nederland. http://www.kada ster.nl/web/Themas/Registraties/Rijksdriehoeksmeting/Rijksdriehoeksstelsel.htm
). De coördinaten zijn op de millimeter nauwkeurig en de eenheid is meter. Elk coördinaat heeft maximaal drie decimalen. Zo nodig wordt daarvoor afgerond, zodanig dat als de vierde decimaal de waarde 0, 1, 2, 3 of 4 heeft, de derde decimaal niet wijzigt en als de vierde decimaal de waarde 5, 6, 7, 8 of 9 heeft, de derde decimaal met één wordt verhoogd. Als de op te hogen decimaal de waarde 9 had (en dus 10 zou moeten worden), herhaalt deze regel zich voor de voorliggende decimalen. Bijvoorbeeld een coördinaat 155004,329098765 komt in de BAG als 155004.329 en een coördinaat 155004,329598765 als 155004.330.

Geometrie en oppervlakte

Deze paragraaf beschrijft algemene principes die gelden voor de inhoud van de BAG en die betrekking hebben op geometrie (zie §3.3.1) en op gebruiksoppervlakte (zie §3.3.2).

Geometrie

De geometrie is een eigenschap van vijf van de zeven BAG-objecttypen. Deze geometrie betreft het loodrechte bovenaanzicht van het object met de ware vorm, afmeting en oriëntatie en positie ten opzichte van de aarde, inclusief alle zichtbare en onzichtbare delen boven en onder de grond, maar exclusief alle delen die kunnen bewegen ten opzichte van de aarde.

De geometrische representatie van de objecttypen in de BAG, waaronder de geldige geometrietypen, de geldige ruimtelijke dimensies van de geometrie en de geldige ruimtelijke dimensies van de coördinaten van de geometrie, is afhankelijk van het objecttype (zie Tabel 1).

De geometrische representatie van de objecttypen in de BAG

Objecttype

Geometrietype

Dimensie van de geometrie

Dimensie van de coördinaten

Nummeraanduiding

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Openbare ruimte

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Woonplaats

Vlak of multivlak

2D

2D

Ligplaats

Vlak

2D

2D

Pand

Vlak

2D

2D of 3D

Standplaats

Vlak

2D

2D

Verblijfsobject

Punt of vlak

0D of 2D

2D of 3D

De geometrie van openbare ruimten is niet opgenomen in de BAG. De gemeente dient het bij het benoemen van nieuwe openbare ruimten alsmede bij het wijzigen van bestaande openbare ruimten een voldoende gedetailleerde omschrijving of grafische weergave op te nemen die de ligging van de buitenruimte op enigerlei wijze aanwijst. De ligging van openbare ruimten is dus wel opgenomen in het brondocument, maar niet in de BAG-registratie.

De geometrie van nummeraanduidingen is niet opgenomen in de BAG. De nummeraanduidingen worden opgevat als eigenschap van een adresseerbaar object, waarvan de geometrie wel is opgenomen in de BAG.

De geometrie van een BAG-object heeft tweedimensionale coördinaten bij de objecttypen Woonplaats, Standplaats en Ligplaats en allemaal twee- of allemaal driedimensionale coördinaten bij de objecttypen Pand en Verblijfsobject. Dit geldt voor elke geldige ruimtelijke dimensie van de geometrie. Elke vlakgeometrie moet een plat vlak zonder enige kromming (oftewel: planair) zijn, ook als deze driedimensionale coördinaten heeft.

Voor de beschrijving van geometrieën geldt het ISO 19107 Spatial Schema. Voor de beschrijving van geometrieën geldt het ISO 19107 Spatial Schema. Voor de uitwisseling wordt gebruik gemaakt van Geography Markup Language (GML) versie 3.1.1. In de BAG zijn de geometrieën conform het Simple Features profile versie 1.0 toegestaan[9]Open Geospatial Consortium (2011, 2012) Geography Markup Language (GML) simple features profile (with Corrigendum), OGC® 10-100r3. https://portal.opengeospatial.org/files/?artifact_id=42729
. Voor de representatie van boogvormen wordt de benadering van de boog met lineaire lijnsegmenten toegepast, de zogenaamde gestrookte boog. De geometrietypen worden in het informatiemodel met hun ISO 19107-naam aangeduid (zie Tabel 2).

De geometrietypen in de BAG

BAG-benaming

ISO 19107-naam

Punt

GM_Point

Vlak

GM_Surface

Multivlak

GM_MultiSurface

Gebruiksoppervlakte

De bepaling van de gebruiksoppervlakte van een verblijfsobject geschiedt conform hetgeen in NEN 2580:2007 is vastgelegd omtrent gebruiksoppervlakte. Tot de oppervlakte van een verblijfsobject wordt uitsluitend gerekend de binnenruimte, zoals gedefinieerd in NEN 2580:2007, van een dergelijk object. In afwijking van NEN 2580:2007 maken gemeenschappelijke ruimten geen onderdeel uit van de oppervlakte van een verblijfsobject. Er dienen dus geen percentages van de oppervlakte van gemeenschappelijke ruimten te worden toegerekend aan de oppervlakte van een verblijfsobject. Als basisvoorzieningen zich bevinden in een of meer nabijgelegen ondersteunende binnenruimten die geen deel uitmaken van een verblijfsobject maar wel exclusief ondersteunend zijn aan dat verblijfsobject (zie stap 2 van § 10.8), dan tellen de gebruiksoppervlakten van deze nabijgelegen binnenruimten met basisvoorzieningen mee voor de gebruiksoppervlakte van het verblijfsobject.

Relaties tussen BAG-objecten

De objecten in de BAG zijn onderling sterk aan elkaar gerelateerd. De relatie naar een ander object wordt gevormd door een verwijzing naar het identificerende attribuut. Bijvoorbeeld het identificerende attribuut van een woonplaats is de identificatie.

De BAG kent de volgende relaties tussen objecten:

Bij een woonplaats of pand wordt geen identificatie naar een gerelateerd BAG-object opgenomen.

Panden hoeven geen verblijfsobjecten te bevatten. Op het moment dat er binnen een pand geen verblijfsobjecten aanwezig zijn (bijvoorbeeld een schuur in de tuin van een woning), zal dit dus betekenen dat er sprake is van een pand zonder daarbinnen gelegen verblijfsobjecten.

Hiermee ontstaat een situatie dat er verschillende soorten relaties tussen panden en verblijfsobjecten kunnen bestaan. Tabel 3 laat zien welke situaties mogelijk zijn. In deze tabel staat n voor twee of meer panden en m voor twee of meer verblijfsobjecten.

De mogelijke relaties tussen panden en verblijfsobjecten

Pand

Verblijfsobject

Omschrijving

1

0

Een pand zonder verblijfsobjecten. De situatie waarin een gebouw ondersteunend is aan een hoofdgebouw en alleen als zodanig van belang is, zonder dat het een zelfstandige eenheid van gebruik is. Een pand zonder verblijfsobject heeft geen adres.

1

1

Een pand met één verblijfsobject. Dit is een veel voorkomende situatie bij bijvoorbeeld vrijstaande woningen en eengezinswoningen.

1

m

Een pand met meerdere verblijfsobjecten. Dit is een veel voorkomende situatie bij bijvoorbeeld flatgebouwen met portiekwoningen of galerijwoningen.

n

1

Een verblijfsobject dat zich uitstrekt over meerdere panden. Dit is een situatie die soms voorkomt bij bijvoorbeeld doorbraken van winkels tussen enkele panden.

n

m

Meerdere verblijfsobjecten die zich uitstrekken over meerdere panden.

Uit deze relaties volgt ook de logische volgordelijkheid van het opvoeren van BAG-objecten in de registratie van een bronhouder:

De logische volgordelijkheid voor het afvoeren van BAG-objecten is andersom.

De nummeraanduidingen van eventuele nevenadressen ontstaan tegelijk met het hoofdadres of later en mogen worden afgevoerd terwijl het Verblijfsobject, de Standplaats of de Ligplaats blijft bestaan.

Voor de relatie tussen Pand en Verblijfsobject geldt dat de administratieve relatie leidend is boven de ruimtelijke relatie (zie §3.5).

Voor de verwijzing naar een Woonplaats geldt dat de ruimtelijke relatie leidend is boven de administratieve relatie.

Topologie

Topologie beschrijft de onderlinge ruimtelijke relaties tussen de objecten, onafhankelijk van hun werkelijke positie (coördinaten). Een voorbeeld is dat een object gepositioneerd is in een ander object: 'ligt in' is dan de topologische relatie.

De BAG kent de volgende topologische relaties:

Levenscyclus

De levenscyclus van een BAG-object beschrijft de opeenvolgende fasen in de ontwikkeling van een object. Hierbij dient de werkelijkheid zoveel mogelijk in de registratie zichtbaar te zijn. In de verschillende fasen zijn er situaties die aanleiding geven tot het wijzigen van de gegevens van het object. De fase van ontwikkeling waarin een BAG-object zich bevindt, wordt met een eigenschap status bij het object geregistreerd.

In de levenscyclus van een pand en verblijfsobject wordt in hoofdlijnen een onderscheid gemaakt tussen de vier fasen planvorming, bouw, gebruik en sloop. Binnen deze fasen kunnen verschillende statussen aan het object worden toegekend. De levenscyclus van een pand of een verblijfsobject volgt meestal een logische volgorde van statussen (zie Figuur 2), maar fasen in de levenscyclus mogen ook worden overgeslagen.

Afbeelding 2
De logische volgordelijkheid van de ontwikkeling en status van panden en verblijfsobjecten. Het plaatje geeft de meest logische route aan.

In de levenscycli van standplaatsen, ligplaatsen, openbare ruimten, nummeraanduidingen en woonplaatsen wordt onderscheid gemaakt tussen het benoemen en het intrekken van deze objecten.

Binnen een fase van de levenscyclus kunnen attributen worden gewijzigd, zoals het gebruiksdoel bij een verblijfsobject of de geometrie van een pand.

Verder gelden de volgende regels voor het toewijzen van een status aan een object:

  1. Indien voor een pand met de status Bouwvergunning verleend of Bouw gestart een nieuwe vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming wordt verleend, worden wel de gegevens van het pand gewijzigd conform de vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming, maar de status van het pand blijft ongewijzigd.

  2. Indien:

    • een pand de status Pand in gebruik (niet ingemeten) of Pand in gebruik heeft bereikt, kan de status van het pand niet meer terug naar Bouwvergunning verleend of Bouw gestart, tenzij sprake is van een ten onrechte toegekende status.

    • een verblijfsobject de status Verblijfobject in gebruik (niet ingemeten) of Verblijfsobject in gebruik heeft bereikt, kan de status van het verblijfsobject niet meer terug naar Verblijfsobject gevormd, tenzij sprake is van een ten onrechte toegekende status.

  3. Elke statusovergang is toegestaan, mits deze een correctie betreft van een ten onrechte toegekende status.

  4. Als een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming wordt verleend voor de verbouwing van een pand en/of verblijfsobjecten, krijgen het pand en/of verblijfsobjecten die als gevolg van deze verbouwing als zodanig zullen blijven bestaan, maar waarvan een of meer gegevens in de BAG zullen wijzigen, de status Verbouwing pand of Verbouwing verblijfsobject. Als de verbouwing is afgerond, krijgt het pand de status Pand in gebruik (niet ingemeten) of Pand in gebruik, en de verblijfsobjecten de status Verblijfsobject in gebruik (niet ingemeten) of Verblijfsobject in gebruik.

  5. Als een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming wordt verleend voor het splitsen van een verblijfsobject of het samenvoegen van meerdere verblijfsobjecten, worden de nieuw te realiseren verblijfsobjecten opgenomen met de status Verblijfsobject gevormd. De 'oude' verblijfsobjecten behouden hun status tijdens de verbouwing (meestal Verblijfsobject in gebruik). Als de verbouwing is afgerond, worden de ‘oude’ verblijfsobjecten ingetrokken, terwijl de nieuwe verblijfsobjecten de status Verblijfsobject in gebruik (niet ingemeten) of Verblijfsobject in gebruik krijgen, zodra zij gebruiksgereed zijn.

  6. Als een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming wordt verleend voor het toevoegen van verblijfsobjecten aan bestaande panden of een verbouwing waarbij het aantal verblijfsobjecten verandert, worden nieuwe Verblijfsobjecten opgenomen met de status Verblijfsobject gevormd.

  7. Bij een verbouwing op een pand krijgen de eventueel aanwezige Verblijfsobjecten de status Verbouwing verblijfsobject, ongeacht of de pandcontouren wijzigen. Als de pandcontouren wijzigen, krijgt het Pand de status Verbouwing pand .

  8. Indien er meerdere verbouwingen aan een pand worden verricht, krijgt het pand na voltooiing van de laatste verbouwing de status Pand in gebruik (niet ingemeten) of Pand in gebruik.

  9. Indien de geometrie van een pand of verblijfsobject is ingemeten voordat de bouw is afgerond en er geen nieuwe geometrie hoeft te worden ingemeten, krijgt het pand of verblijfsobject meteen de status Pand in gebruik of Verblijfsobject in gebruik zodra het gereed is voor gebruik na afronding van de bouw.

  10. Indien een verblijfsobject de status Verblijfsobject in gebruik (niet ingemeten) heeft gekregen, krijgen ook de een of meer panden waarin het verblijfsobject is gelegen, de status Pand in gebruik (niet ingemeten).

  11. Indien in een vergund pand met meerdere verblijfsobjecten een of meerdere verblijfsobjecten de status Verblijfsobject in gebruik (niet ingemeten) of Verblijfsobject in gebruik krijgen, dan krijgt het pand meteen de status Pand in gebruik (niet ingemeten), respectievelijk Pand in gebruik.

  12. De status Sloopvergunning verleend is zowel van toepassing op situaties waarin specifiek voor het betreffende pand een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming tot sloop is verleend, als op situaties waarin op grond van andere regelgeving geen vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming tot sloop nodig is (omdat deze andere regelgeving daarmee in wezen al vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming heeft verleend).

  13. Indien een object de status niet gerealiseerd, ten onrechte opgevoerd, gesloopt of ingetrokken heeft, is het feitelijk beëindigd en kan de status niet meer worden gewijzigd. Alleen objecten die ten onrechte een van deze statussen hebben gekregen, kunnen middels een schriftelijke verklaring herleven.

  14. Bij elke mutatie wordt de actuele status toegekend. Muteren in het verleden is niet toegestaan.

Identificatie en historie

Deze paragraaf beschrijft algemene principes die gelden voor de inhoud van de BAG en die betrekking hebben op identificatie (zie §3.7.1) en op historie (zie §3.7.2).

Identificatie

Aan elk object wordt een uniek objectnummer (identificatie) toegekend. Zolang het object bestaat, mag deze identificatie niet veranderen.

Bij splitsing van een woonplaats of openbare ruimte wordt alleen een daardoor nieuw ontstane (oftewel niet reeds aanwezige) woonplaats of openbare ruimte van een nieuwe identificatiecode voorzien. Dat aan een nieuw ontstaan object een identificatiecode[10]Wet basisregistraties adressen en gebouwen, artikel 19, eerste lid: "In de basisregistratie worden een identificerend objectnummer, beschrijvende gegevens, temporele gegevens en meta-gegevens opgenomen over de in de gemeente bestaande: a. panden; b. verblijfsobjecten; c. standplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. ligplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 2°; e. woonplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 3°; f. openbare ruimten, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 4°, en g. nummeraanduidingen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 5°." https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-60.html
[11]Wet van 10 februari 2017 tot wijziging van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en enige andere wetten in verband met modernisering en vereenvoudiging van de registratie en het toezicht, artikel I, onderdeel Q, onder 19, eerste lid: "In de basisregistratie worden een identificerend objectnummer, beschrijvende gegevens, temporele gegevens en meta-gegevens opgenomen over de in de gemeente bestaande: a. panden; b. verblijfsobjecten; c. standplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. ligplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 2°; e. woonplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 3°; f. openbare ruimten, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 4°, en g. nummeraanduidingen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 5°." https://zoek.officielebekendmaking en.nl/stb-2017-60.html
wordt toegekend, volgt uit artikel 19, eerste lid, van de wet en het gewijzigde artikel 10[12]Besluit van 6 juli 2017 tot wijziging van het Besluit basisregistraties adressen en gebouwen in verband met modernisering en vereenvoudiging van de registratie, artikel I, onderdeel G: "Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt “in de artikelen 19, eerste lid, onderdeel a, 20, eerste lid, onderdeel a, 21, eerste lid, onderdeel a, 22, eerste lid, onderdeel a, 23, eerste lid, onderdeel a, 24, eerste lid, onderdeel a, en 25, eerste lid, onderdeel a, van de wet” vervangen door: bij de nummers 1.1, 2.1, 3.1, 4.1, 5.1, 6.1 en 7.1 in de bijlage bij dit besluit. 2. Het tweede en derde lid komen te luiden: 2. Indien een in de basisregistratie opgenomen verblijfsobject, standplaats of ligplaats wordt gesplitst, wordt elk van de aldus ontstane verblijfsobjecten, standplaatsen of ligplaatsen van een nieuwe identificatiecode voorzien. 3. Indien in de basisregistratie opgenomen verblijfsobjecten, standplaatsen of ligplaatsen worden samengevoegd, wordt het aldus ontstane verblijfsobject, dan wel de aldus ontstane standplaats of ligplaats van een nieuwe identifi catiecode voorzien." https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-311.html
[13]Nota van toelichting bij het Besluit van 6 juli 2017 tot wijziging van het Besluit basisregistraties adressen en gebouwen in verband met modernisering en vereenvoudiging van de registratie, algemeen deel, artikel 2.3: "Identificatiecodes bij splitsing en samenvoeging van woonplaatsen en openbare ruimten. Bij de evaluatie van de wet is de wens geuit om bij wijzigingen van woonplaatsen alleen de geometrie te wijzigen. De regels voor wijzigingen van woonplaatsen die in het tweede en derde lid van artikel 10 van het besluit waren opgenomen, brachten onder meer mee dat in veel gevallen mutaties in de registratie moesten worden doorgevoerd die voor gebruikers de indruk wekten dat verhuizingen naar andere woonplaatsen hadden plaatsgevonden, terwijl het uitsluitend ‘administratieve verhuizingen’ betrof. Bij wijziging van openbare ruimten deed zich hetzelfde voor. Het BAG Bronhouders- en Afnemers Overleg (BAG BAO) heeft nader onderzoek laten doen naar het behoud van de identificatiecode bij geometriewijzigingen. Op basis van de resultaten is door het BAG BAO geadviseerd artikel 10 van het besluit aan te passen. Het advies houdt in dat de identificatiecode van de woonplaats alleen wordt gewijzigd in het geval van splitsing van een woonplaats, voor zover de opgesplitste delen geen deel gaan uitmaken van een andere bestaande woonplaats. Bij samenvoeging van (een deel van) een woonplaats met een andere woonplaats wordt ofwel een van de woonplaatsen opgeheven (als deze geheel met een andere woonplaats wordt samengevoegd), ofwel wijzigt alleen de geometrie van beide woonplaatsen. Op die manier leidt de wijziging van de geometrie van een bestaande woonplaats niet tot wijziging van de identificatiecode van die woonplaats. Het BAG BAO heeft hierbij tevens geadviseerd om, gezien de overeenkomsten in de aard van de problematiek, dezelfde aanpak te volgen bij wijzigingen van openbare ruimten. Gelet op het uitgebrachte advies zijn het tweede en derde lid van artikel 10 heroverwogen. Geconcludeerd is dat opvolging van het advies aanbeveling verdient. Een en ander heeft geleid tot een formulering van artikel 10 die inhoudt dat bij splitsing van een woonplaats of openbare ruimte alleen een daardoor nieuw ontstane (oftewel niet reeds aanwezige) woonplaats of openbare ruimte van een nieuwe identificatiecode wordt voorzien. Dat aan een nieuw ontstaan object een identificatiecode wordt toegekend, volgt uit artikel 19, eerste lid, van de wet en het nieuwe artikel 8 van het besluit in samenhang met de bij het besluit behorende bijlage. Een bij splitsing betrokken reeds bestaande woonplaats of openbare ruimte wordt niet geacht op te houden te bestaan, maar ondergaat alleen een wijziging van de geometrie. Bij samenvoeging van twee woonplaatsen of openbare ruimten houdt de ene daarbij betrokken woonplaats of openbare ruimte op te bestaan, en wijzigt de geometrie van de andere woonplaats of openbare ruimte. Bij dat laatste bekijkt de gemeente per geval welk betrokken object logischerwijs geacht wordt voort te bestaan en welk object verdwijnt." https://zoek.officielebekendmakin gen.nl/stb-2017-311.html
van het besluit. Een bij splitsing betrokken reeds bestaande woonplaats of openbare ruimte wordt niet geacht op te houden te bestaan, maar ondergaat alleen een wijziging van de geometrie. Bij samenvoeging van twee woonplaatsen of openbare ruimten houdt de ene daarbij betrokken woonplaats of openbare ruimte op te bestaan en wijzigt de geometrie van de andere woonplaats of openbare ruimte. Bij dat laatste bekijkt de gemeente per geval welk betrokken object logischerwijs geacht wordt voort te bestaan en welk object verdwijnt.

De identificatie moet het object per bronhouder uniek identificeren. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van een viercijferige objectnummering voor het objecttype Woonplaats en een zestiencijferige objectnummering voor de overige BAG-objecten.

Het viercijferige objectnummer van een woonplaats is de code die de beheerder van de landelijke voorziening toekent aan een nieuwe woonplaats. Dit gebeurt binnen twee[14]De beheerder van de landelijke voorziening geeft de woonplaatscodes uit op grond van artikel 19 lid 3 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en artikel 11 van het Besluit basisregistraties adressen en gebouwen. http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023466 en http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0 025520#Hoofdstuk3_Artikel11 en http://www.kadaster.nl/web/Themas/Registraties/BAG/BAGartikelen/BAG-Woonplaatscodes.htm
werkdagen nadat de gemeente erom heeft verzocht.

Het eerste deel van het zestiencijferige objectnummer bestaat uit vier numerieke posities met de gemeentecode, zoals gepubliceerd in Tabel 33 Gemeententabel van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens[15]Tabel 33 Gemeententabel maakt deel uit van de Landelijke Tabellen BRP. "Landelijke Tabellen zijn coderingslijsten waarin gegevens zijn opgenomen die gebruikt worden voor de bijhouding van persoonsgegevens in het geautomatiseerde systeem van de Basisregistratie Personen (BRP). Hoewel deze tabellen een onderdeel zijn van het Logisch Ontwerp BRP en op grond daarvan dezelfde juridische waarde bezitten, nemen ze een bijzondere plaats in. Dat komt voornamelijk omdat tabellen aan voortdurende wijziging onderhevig kunnen zijn. [...] De bijhouding en verspreiding van de Landelijke Tabellen wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)." http://publicaties.rvig.nl/Landelijke_tabellen/Inleiding_op_de_Landelijke_Tabellen_BRP
. De gemeentecode wordt toegekend aan de identificatie op basis van de gemeente waar het object ontstaat. Het tweede deel van het zestiencijferige objectnummer bestaat uit twee numerieke posities met de code voor het betreffende objecttype (zie Tabel 4).

De objecttypecodes van de BAG

Objecttypecode

BAG-object

01

Verblijfsobject

10

Pand

02

Ligplaats

20

Nummeraanduiding

03

Standplaats

30

Openbare ruimte

Het derde deel van het zestiencijferige objectnummer bestaat uit tien numerieke posities met een binnen een gemeente uniek objectvolgnummer. Indien een objectvolgnummer uit minder dan tien posities bestaat dan dient deze ten behoeve van de uitwisseling te worden aangevuld met voorloopnullen.

Op deze wijze ziet de identificatie van een Pand (objecttypecode 10) dat is ontstaan in de gemeente Amersfoort (gemeentecode 0307) en toen objectvolgnummer 367968 heeft gekregen, eruit als: 0307100000367968.

De identificatie van een BAG-object wordt bepaald bij het ontstaan van het object en blijft behouden als het object wordt overgedragen aan een andere bronhouder, zoals bij een gemeentelijke herindeling. De gemeentecode in de identificatie kan daarom niet worden gebruikt om te bepalen binnen welke gemeente een object is gelegen.

Historie

Deze paragraaf beschrijft hoe de BAG invulling geeft aan historie.

In de BAG worden gegevens bijgehouden van alle objecten in de BAG. Al deze gegevens worden bestendig bewaard in de registratie van bronhouders en de landelijke voorziening. Als er nieuwe gegevens worden geregistreerd, dan blijven de oude gegevens bewaard. Dit heet het bijhouden van gegevens onder historie. Het uiteindelijke doel van het bijhouden van historie is om vragen te kunnen beantwoorden zoals "welke gegevens zijn er nu geldig?", "sinds wanneer had men dit kunnen weten?" en andere vragen.

Elk object heeft kenmerken, zoals een naam, een geometrie, een status of een relatie met een ander object. Hiervan worden de gegevens bijgehouden. In de BAG is het nodig om van alle gegevens te weten wanneer ze geldig zijn of geldig zijn geworden. In de tijd kunnen deze gegevens een andere waarde krijgen. De nieuwe gegevens worden dan geregistreerd en geldig, de oude zijn dan niet meer geldig. De BAG hanteert hiervoor materiële historie.

Ook is het nodig om te weten wanneer de gegevens formeel in werking zijn getreden, omdat een besluit rondom de materiële geldigheid eerder of later verwerkt kan zijn. Er zit dan een grotere periode tussen wanneer een gegeven geldig is en wanneer dit is geregistreerd. De BAG hanteert hiervoor het concept formele historie. De BAG streeft ernaar om de materiële en formele historie dichtbij elkaar te houden, maar dit is niet altijd mogelijk.

Deze twee soorten historie dekken de juridische geldigheid van de BAG-gegevens af.

In het conceptuele informatiemodel (zie hoofdstuk 5 Conceptueel model) zijn alle kenmerken van het object opgenomen. Op deze gegevens is het bijhouden van historie (meestal) van toepassing. Per gegeven wordt daarom via een metagegeven aangegeven of het bijhouden van historie aan de orde is. Deze metagegevens specificeren we als volgt:

  • Indicatie materiële historie: indicatie of de materiële historie van de attribuutsoort te bevragen is. Materiële historie geeft aan wanneer een verandering is opgetreden in de werkelijkheid die heeft geleid tot verandering van de attribuutwaarde. Materiële historie impliceert dat actuele, historische en eventuele toekomstige attribuutwaarden te bevragen zijn.

  • Indicatie formele historie: indicatie of de formele historie van de attribuutsoort te bevragen is. Formele historie geeft aan wanneer in de administratie een verandering is verwerkt van de attribuutwaarde (wanneer was de verandering bekend en is deze verwerkt).

Aanvullend is het van belang wanneer gegevens vanuit de bronhouders succesvol zijn verwerkt in de landelijke voorziening, waarmee deze gegevens (binnen bepaalde termijn) beschikbaar zijn geworden voor afnemers van de landelijke voorziening. Hiervoor houdt de landelijke voorziening aanvullende datums bij.

De implementatie van historie is beschreven in hoofdstuk 9.

Gebruiksdoel

Bij een verblijfsobject worden een of meer gebruiksdoelen opgenomen. Onder het gebruiksdoel van een verblijfsobject wordt verstaan een overzicht van de (gecategoriseerde) gebruiksdoelen die bij het verlenen van een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming aan het betreffende verblijfsobject zijn toegekend. Deze gebruiksdoelen worden ook wel aangeduid als de bouwkundige bestemming conform de categorisering van het Bouwbesluit 2012[16]Bouwbesluit 2012, artikel 1.1, tweede lid: "Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wordt voorts verstaan onder: bijeenkomstfunctie: gebruiksfunctie voor het samenkomen van personen voor kunst, cultuur, godsdienst, communicatie, kinderopvang, het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse of het aanschouwen van sport; bouwwerk geen gebouw zijnde: bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is; celfunctie: gebruiksfunctie voor dwangverblijf van personen; gezondheidszorgfunctie: gebruiksfunctie voor medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling; industriefunctie: gebruiksfunctie voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden; kantoorfunctie: gebruiksfunctie voor administratie; logiesfunctie: gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan personen; onderwijsfunctie: gebruiksfunctie voor het geven van onderwijs; overige gebruiksfunctie: niet in dit lid benoemde gebruiksfunctie voor activiteiten waarbij het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt; sportfunctie: gebruiksfunctie voor het beoefenen van sport; winkelfunctie: gebruiksfunctie voor het verhandelen van materialen, goederen of diensten; woonfunctie: gebruiksfunctie voor het wonen." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030461
.

Bij een geconstateerd verblijfsobject wordt het feitelijke gebruik als gebruiksdoel (of de gebruiksdoelen) opgenomen op grond van een document van constatering.

Voor het wijzigen van het gebruiksdoel van verblijfsobjecten gelden de volgende uitgangspunten:

Gegevenskwaliteit

De kwaliteit van de gegevens die in de BAG zijn opgenomen, dient te voldoen aan de gestelde eisen.

Het hoogst denkbare kwaliteitsniveau daarbij is dat de registratie op elk moment aansluit op de feitelijke werkelijkheid (de werkelijkheid in de buitenwereld). Een dergelijk kwaliteitsniveau is in de praktijk echter niet mogelijk. Daarvoor zou elke wijziging in de buitenwereld direct in de basisregistratie moeten worden geregistreerd. In de praktijk zal er altijd sprake zijn van wijzigingen (nieuwbouw, verbouw en sloop) waarvan de gemeente niet of niet direct op de hoogte is, omdat er sprake is van illegale (ver-) bouw of sloop of omdat de bouw- of sloopactiviteiten vergunningvrij zijn.

In het kader van de BAG is daarom gekozen voor het streven naar registratie van de "gelegitimeerde werkelijkheid++".

Concreet betekent de "gelegitimeerde werkelijkheid++" dat:

  1. de gegevens in de BAG overeenkomen met hetgeen is opgenomen in de brondocumenten (gelegitimeerde werkelijkheid) en;

  2. er daarnaast een aantal aanvullende maatregelen (door inrichting van de processen en informatievoorziening) is genomen om ervoor te zorgen dat de gegevens in de registraties zo nauw mogelijk aansluiten op de feitelijke werkelijkheid.

Het registreren van de gelegitimeerde werkelijkheid wordt bereikt door (via de normale mutatieprocessen) gegevens uit onder meer vergunningen of andere publiekrechtelijke toestemmingen, relevante meldingen en vergunningen tot sloop te verwerken in de registratie. Door onder meer het inrichten van procedures voor terugmeldingen en andere signalen en de verwerking daarvan in de registratie wordt ervoor gezorgd dat de "gelegitimeerde werkelijkheid++" in de registratie is vastgelegd.

De andere signalen kunnen onder meer afkomstig zijn uit mutatiesignalering via luchtfoto's of toezicht en handhaving. Tijdens de uitvoering van deze aanvullende maatregelen kunnen nieuwe of gewijzigde BAG-objecten geconstateerd worden, bijvoorbeeld een nieuw Pand of Verblijfsobject waarvoor geen regulier brondocument zoals een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming beschikbaar is. Dergelijke geconstateerde nieuwe objecten worden geregistreerd in de BAG met een indicatie geconstateerd. Voor de gegevens van geconstateerde objecten geldt geen gebruiksplicht[17]Wet basisregistraties adressen en gebouwen, artikel 35, lid 2: "Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, ingeval: a. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding als bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel a is geplaatst; b. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst; c. het met betrekking tot het desbetreffende authentieke gegeven een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 37; d. het door toepassing van het eerste lid zijn publiekrechtelijke taak niet naar behoren zou kunnen vervullen, of e. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het eerste lid." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR 0023466 en https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-60.html
(zie ook §4.8).

Als er alsnog een regulier brondocument wordt opgesteld (bijvoorbeeld een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming, verklaring vergunningvrij, verklaring dat het object is verwijderd), en verwerkt in de registratie, zal de indicatie geconstateerd komen te vervallen.

Voor de gegevens in de BAG gelden de volgende kwaliteitscriteria:

Paragraaf 4.8 beschrijft wat er moet gebeuren als er aanwijzingen zijn dat er onjuiste gegevens in de BAG zijn terechtgekomen dan wel daarin ontbreken.

Deze kwaliteitscriteria zijn uitgewerkt in kwaliteitseisen. De vermelde waarden voor kwaliteit zijn minimumwaarden. Dat wil zeggen dat de aspecten van de BAG er minimaal aan moeten voldoen.

Dataset compleetheid

Alle objecten die voldoen aan de definitie van een van de BAG-objecttypen, moeten worden geregistreerd in de BAG.

Objecten die op grond van een brondocument bekend zijn bij de gemeente, worden opgenomen op basis van dat brondocument.

Objecten die in de werkelijkheid bestaan maar waarvan geen brondocument beschikbaar is, worden opgenomen op basis van een document van constatering.

Een object wordt beëindigd in de BAG als:

Objecten waarvan het feitelijk bestaan na de invoering van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen per 1 juli 2009 volgens een brondocument is geëindigd, zijn als zodanig herkenbaar opgenomen in de registratie.

Attribuut compleetheid

Alle te registreren kenmerken (attributen) van de geregistreerde objecten zijn opgenomen in de registratie (zie hoofdstuk 6).

Alle in de BAG opgenomen gegevens zijn voorzien van een waarde, indien in deze catalogus is voorgeschreven dat het betreffende gegeven verplicht van een waarde moet zijn voorzien (zie hoofdstuk 7).

De waarde van elk in de BAG opgenomen gegeven moet passen binnen de domeinwaarde die het betreffende gegeven overeenkomstig deze catalogus kan aannemen (zie hoofdstuk 8).

Juistheid

Alle in de registratie verwerkte wijzigingen komen overeen met hetgeen daarover in het onderliggende brondocument is opgenomen.

Bij elke versie van een object in de BAG is een verwijzing opgenomen naar het brondocument waaruit blijkt welke wijziging in de verschijningsvorm van het object heeft plaatsgevonden.

Bij elke versie van een object in de BAG komt de waarde van een gewijzigd gegeven exact overeen met de waarde van dit gegeven in het bijbehorende brondocument, tenzij is bepaald dat een gegeven binnen bepaalde tolerantiegrenzen een afwijking mag kennen ten opzichte van de exacte waarde van het gegeven.

De in de BAG opgenomen gegevens die volgens de in deze catalogus opgenomen regels voor die attribuutsoort aan een nauwkeurigheidseis moeten voldoen (zie dit hoofdstuk 4 en hoofdstuk 7), kennen een nauwkeurigheid zoals genoemd in die nauwkeurigheidseisen.

Actualiteit

Actualiteit is de mate waarin de gegevens binnen een gedefinieerd tijdsinterval overeenstemmen met de werkelijke situatie. Voor de BAG betekent dit dat de actualiteit betrekking heeft op de administratieve werkelijkheid en de tijdige verwerking van brondocumenten.

De termijnen voor opnemen van gegevens in de registratie van een bronhouder zijn:

  1. inschrijving van gegevens binnen vier werkdagen na de brondocumentdatum;

  2. het in de registratie opnemen van de definitieve geometrie binnen zes maanden na het bij een verblijfsobject of pand registreren van de status in gebruik (niet ingemeten).

Binnen vier werkdagen na het nemen van een besluit (oftewel de datum van het brondocument) moeten de gegevens zijn verwerkt in de registratie van de bronhouder. Als deze termijn van vier werkdagen wordt overschreden, moet de mutatie nog steeds worden doorgevoerd op basis van het besluit c.q. brondocument. Ook in dat geval wordt de dagtekening van het brondocument opgenomen als documentdatum van het brondocument.

Het is niet meer mogelijk de gegevens uit een eerder besluit door te voeren als een opvolgend besluit c.q. brondocument reeds is verwerkt in de registratie. Er wordt dan een verklaring opgesteld en vervolgens wordt de mutatie doorgevoerd met de besluitdatum van de verklaring als datum begin geldigheid en als documentdatum.

Positionele nauwkeurigheid

Bij oppervlakten en geometrie is sprake van bepaalde meetnauwkeurigheden en moet men rekening houden met bepaalde toleranties. Voor dit soort gegevens gelden dan ook toleranties ten aanzien van de exactheid van de waarden die het gegeven kan aannemen.

De BAG stelt eisen aan de positionele nauwkeurigheid van de geometrie van een pand, woonplaats, ligplaats en standplaats. Dit zijn de minimale kwaliteitseisen waaraan de geometrie van deze objecten moet voldoen. Aan de geometrie van een verblijfsobject worden geen eisen gesteld ten aanzien van de positionele nauwkeurigheid.

Afhankelijk van welke status een pand heeft, heeft een pand een voorlopige (niet-ingemeten) of een definitieve (ingemeten) geometrie. Er gelden andere kwaliteitseisen voor de voorlopige dan voor de definitieve geometrie van een pand (zie Tabel 5). Een pand met status ten onrechte opgevoerd voldoet aan de kwaliteitseisen van de voorgaande status.

Verschillen tussen de kwaliteitseisen voor de voorlopige en de definitieve geometrie van een pand

Facet

Voorlopige, niet-ingemeten pandgeometrie

Definitieve, ingemeten pandgeometrie

Status van het pand

Bouwvergunning verleend ; Niet gerealiseerd pand ; Bouw gestart ; Pand in gebruik (niet ingemeten) ; Verbouwing pand

Pand in gebruik ; Sloopvergunning verleend ; Pand gesloopt ; Pand buiten gebruik

Nauwkeurigheidseis

De relatieve [18]De mate waarin een meet-en verwerkingsproces bij herhaling dezelfde resultaten geeft, noemt men precisie. Als een hoge precisie wordt gehaald, betekent dit dat de mogelijke fout een kleine waarde heeft. Precisie is het resultaat van inwinning en verwerking. Dat betekent dat een hoge precisie bij de inwinning vaak 'verslechtert' door inpassing in een bestaand bestand. Zo zal een terrestische inwinning die is aangesloten op een fotogrammetrisch ingewonnen bestand, de precisie verkrijgen die geldt voor het bestaande, fotogrammetrisch ingewonnen bestand. Mede om deze reden worden vaak grotere mutaties (uitbreidingsgebieden), na controle op de betrouwbaarheid van de meting door analyse van een eerste fase vereffening, geplaatst binnen het bestaande bestand en niet daarop ingepast. Dit is ook bekend onder de term "dumpen".
puntprecisie bedraagt 300 cm (oftewel een afronding naar boven van de absolute puntprecisie van 200 cm)

De relatieve puntprecisie bedraagt 30 cm (oftewel een afronding naar boven van de absolute puntprecisie van 20 cm)

Detailleringseis

Details die meer dan 100 cm afwijken van de doorgaande gevellijn, moeten worden opgenomen

Details die meer dan 30 cm afwijken van de doorgaande gevellijn, moeten worden opgenomen. Als er sprake is van overbouw, wordt de gevellijn van de overbouw ingemeten, mits de overbouw tenminste een verdieping hoog is en tenminste een meter uitsteekt ten opzichte van de gevel op maaiveldniveau

Voor de geometrie van woonplaatsen, standplaatsen en ligplaatsen geldt ten aanzien van de nauwkeurigheid en detaillering dat de relatieve puntprecisie van de omtrek 60 cm bedraagt (oftewel een afronding naar boven van de absolute puntprecisie van 40 cm). Waar een woonplaatsgrens langs een gemeentegrens loopt, moet de woonplaatsgrens bovendien zijn gelegen binnen een marge van 1 cm aan weerszijden van de gemeentegrens en mag de totale oppervlakte van de afwijkingen die zo kunnen ontstaan, niet meer bedragen dan 1 m².

De BAG hanteert voor het beschrijven van de positionele nauwkeurigheid de zogenaamde interne precisie, ook bekend onder de naam relatieve precisie. Een uitgebreide theoretische beschrijving hiervan staat in de Handleiding voor de Technische werkzaamheden van het Kadaster uit 1996[19]Handleiding voor de Technische werkzaamheden van het Kadaster (1996), ISBN 90-803078-1-5.
(HTW 1996). De waarden voor de minimale toegestane kwaliteit van de positionele nauwkeurigheid zijn afrondingen van de in de HTW 1996 vermelde waarden voor de lengte van de halve lange as van de relatieve standaardellips tussen twee punten in. Zo heeft de ingemeten geometrie van een Pand een positionele nauwkeurigheid van 20 cm ×√2. Afgerond is dit 30 cm. Het staat bronhouders vrij om zelf hogere nauwkeurigheidseisen te hanteren.

De punten in het veld dienen te zijn ingemeten en in het bestand te zijn verwerkt volgens de regels zoals beschreven in de HTW 1996, inclusief het supplement voor detailmeting met GPS.

Oppervlaktenauwkeurigheid

Ten aanzien van de nauwkeurigheid van de oppervlakte is de maximaal toegestane afwijking in de oppervlakte van een verblijfsobject gesteld op 1,15 maal de wortel van de oppervlakte, met dien verstande dat bij objecten met een oppervlakte van 1 m² een toegestane afwijking geldt van 1 m² (100%).

De exacte wijze van bepalen van de gebruiksoppervlakte wordt beschreven in NEN 2580:2007. Op hoofdlijnen komt dit erop neer dat de gebruiksoppervlakte van een verblijfsobject wordt bepaald door hetgeen op vloerniveau wordt gemeten uitgaande van de binnenzijde van de omhullende scheidingsconstructies. Vides en schalmgaten van meer dan 4 m² blijven buiten beschouwing, evenals inspringingen en uitspringingen langs de omtrekken van minder dan 0,5 m².

Anders dan NEN 2580:2007 sluit de BAG niet-binnenruimten en gemeenschappelijke ruimten uit van de gebruiksoppervlakte.

Tijd

De BAG hanteert de norm ISO 8601:2004 voor het beschrijven van tijdsaspecten. De notatie van de tijd is overeenkomstig de ISO-regelgeving: jjjj-mm-ddTuu:mm:ss.sss. De hoofdletter T wordt hierbij gebruikt om de datum-en tijdcomponent te scheiden. Bijvoorbeeld: 2016-04-01T12:34:56 betekent dus 1 april 2016 om 12 uur, 34 minuten en 56 seconden.

De kwaliteit van de tijdbeschrijving wordt beschreven met drie aspecten, te weten:

Tijdnauwkeurigheid

Met tijdnauwkeurigheid wordt bedoeld de juistheid van de tijdswaarneming. Dit geeft de foutmarge aan in de tijdswaarneming.

De datum van het brondocument (documentDatum) wordt vastgelegd met de nauwkeurigheid van jaar, maand en dag. Het bouwjaar van een pand wordt vastgelegd met de nauwkeurigheid van jaar.

Bij het initieel opvoeren van een pand, wordt door de gemeente een reële inschatting gemaakt van het waarschijnlijke bouwjaar van het pand. Bij het bouwkundig gereed opleveren van het pand wordt deze waarde in voorkomende gevallen aangepast. Indien in latere jaren wijzigingen aan een pand worden aangebracht, leidt dit niet tot wijziging van het bouwjaar.

Ten aanzien van de nauwkeurigheid van bouwjaren worden tolerantiegrenzen gehanteerd (zie Tabel 6).

Toleranties voor de nauwkeurigheid van bouwjaren

Ingevuld bouwjaar

Maximaal toegestane afwijking

≥ 1992

1 jaar

1950 – 1991

2 jaar

1900 – 1949

5 jaar

1800 – 1899

10 jaar

< 1800

25 jaar

Hierbij wordt opgemerkt dat het in uitzonderlijke gevallen (vooral bij zeer oude panden) onmogelijk kan blijken te zijn om het bouwjaar binnen bovenstaande toleranties te bepalen. In die gevallen geldt "wat niet kan, kan niet" en wordt de beste schatting geregistreerd.

Tijdconsistentie

Op elk moment in de tijd moet het eenduidig helder zijn welke gegevens er geldig zijn. De BAG maakt hiervoor gebruik van materiële en formele historie (zie § 3.7.2). Dit betekent dat het in de registratie op elk moment in de formele historie eenduidig helder moet zijn wat de materiële historie is van een object. Binnen deze materiële historie moet het vervolgens eenduidig helder zijn vanaf wanneer en tot wanneer welke gegevens geldig zijn.

Tijdgeldigheid

Tijdgeldigheid is de geldigheid van de BAG-gegevens overeenkomstig de geregistreerde datum en tijd in de registratie. Voor het ontstaan, wijzigen en vervallen van objecten geldt de Nederlandse wettelijke tijd[20]Wet tot nadere regeling van de wettelijke tijd, artikel 1: "1 De wettelijke tijd in Nederland is de Midden-Europese tijd. 2 Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur een tijdvak van het jaar bepalen, waarin de Midden-Europese Zomertijd geldt." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002288
. Daarbij wordt in de winter de wintertijd aangehouden, oftewel Midden-Europese Tijd, en in de zomer de zomertijd, oftewel Midden-Europese Zomertijd. Om dubbele tijdstippen te voorkomen mag in de nacht van zomertijd naar wintertijd (oftewel de nacht van zaterdag op zondag in het laatste weekend van oktober wanneer de klok een uur teruggaat[21]Besluit van 5 december 2001 tot vaststelling van de zomertijd, artikel 2: "De Midden-Europese zomertijd vangt met ingang van 2002 aan op de laatste zondag van de maand maart om 02.00 uur en eindigt op de laatste zondag van de maand oktober om 03.00 uur." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013087
) geen tijdstip worden toegekend aan (versies van) objecten.

Aanwijzingen van mogelijke onjuistheden in de registratie

Ondanks het zorgvuldig registreren van alle gegevens die voortkomen uit de reguliere levenscyclus van objecten, kunnen er aanwijzingen zijn dat er onjuiste gegevens in de BAG zijn terechtgekomen dan wel daarin ontbreken. Dit soort aanwijzingen kan in elke fase van de levenscyclus naar voren komen en doorkruist feitelijk de normale levenscyclus van planvorming, bouw, gebruik en sloop dan wel vaststelling en intrekking (zie §3.6).

Het gebruik van de basisregistraties binnen de overheid is als uitgangspunt verplicht en daarbij geldt tevens de plicht tot het terugmelden van fouten. Deze samenhangende plichten versterken de kwaliteit van de registraties.

Op het moment dat een gebruiker gerede twijfel heeft[22]Een bestuursorgaan dat gegevens heeft verkregen uit de landelijke voorziening en gerede twijfel heeft over de juistheid van een authentiek gegeven of het ontbreken van een authentiek gegeven is op grond van artikel 37 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen verplicht tot terugmelden. Belanghebbenden mogen terugmelden op grond van artikel 38. http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0 023466
over de juistheid van een authentiek gegeven van een BAG-object of over het ontbreken van een authentiek gegeven, dient een terugmelding op dit gegeven te worden gedaan. Op dat moment vervalt voor deze gebruiker de gebruiksplicht[23]Wet basisregistraties adressen en gebouwen, artikel 35, lid 2: "Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, ingeval: a. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding als bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel a is geplaatst; b. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst; c. het met betrekking tot het desbetreffende authentieke gegeven een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 37; d. het door toepassing van het eerste lid zijn publiekrechtelijke taak niet naar behoren zou kunnen vervullen, of e. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het eerste lid." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR 0023466 en https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-60.html
. Op het moment dat de bronhouder van het betreffende BAG-object de terugmelding niet binnen twee werkdagen kan afhandelen, wordt het gegeven 'in onderzoek' geplaatst en mogen alle gebruikers een ander gegeven gebruiken[24]Wet basisregistraties adressen en gebouwen, artikel 35, lid 2: "Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, ingeval: a. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding als bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel a is geplaatst; b. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst; c. het met betrekking tot het desbetreffende authentieke gegeven een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 37; d. het door toepassing van het eerste lid zijn publiekrechtelijke taak niet naar behoren zou kunnen vervullen, of e. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het eerste lid." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR 0023466 en https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-60.html
. De bronhouder dient het onderzoek binnen zes maanden af te ronden en het gegeven weer 'uit onderzoek' te halen, waarna de gebruiksplicht voor dit gegeven weer geldt.

Als blijkt dat de waarde uit de terugmelding een hogere kwaliteit heeft dan die in de BAG, dan past de bronhouder het gegeven aan, ook als het verschil kleiner is dan de toegestane tolerantie op dit gegeven zoals gesteld in hoofdstuk 4 van deze catalogus (bijvoorbeeld voor geometrie of oppervlakte).

Voor ieder BAG-object geldt dat de authentieke gegevens m.u.v. de unieke aanduiding (identificatie) in onderzoek geplaatst kunnen worden, uitgebreid met het gegeven postcode van een nummeraanduiding. Tabel 7 geeft per object aan welke gegevens (attributen en relaties) in onderzoek kunnen worden geplaatst.

De gegevens die per object in onderzoek kunnen worden geplaatst

BAG-Object

Gegevens in onderzoek te plaatsen

Woonplaats

naam; geometrie; status

Openbare ruimte

naam; type; status; ligt in gerelateerde woonplaats

Nummeraanduiding

huisnummer; huisletter; huisnummertoevoeging; postcode; type adresseerbaar object; status; ligt in gerelateerde woonplaats; ligt aan gerelateerde openbare ruimte

Pand

geometrie; bouwjaar; status

Verblijfsobject

geometrie; gebruiksdoel; oppervlakte; status; maakt onderdeel uit van gerelateerd pand; heeft als hoofdadres; heeft als nevenadres

Standplaats

geometrie; status; heeft als hoofdadres; heeft als nevenadres

Ligplaats

geometrie; status; heeft als hoofdadres; heeft als nevenadres

Conceptueel model

Figuur 3 geeft een vereenvoudigde weergave van de conceptuele modellering van de BAG-objecttypen. De beschrijving van deze objecttypen staat in hoofdstuk 6 en die van hun eigenschappen in hoofdstuk 7 en hoofdstuk 8. De eigenschappen worden door alle BAG-objecttypen overerfd.

Objecttypen met een schuingedrukte naam zijn abstracte objecttypen. Deze komen niet als concreet object voor in een BAG-product.

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, Parallel
  1. Conceptueel gegevensmodel met objecttypen, attributen en onderlinge relaties

Objecttypen

Woonplaats

Deze paragraaf geeft een beschrijving (zie Tabel 8) en benoemt de attributen (zie Tabel 9) van het objecttype Woonplaats.

Beschrijving van het objecttype Woonplaats

Naam

Woonplaats

Stereotype

«Objecttype»

Herkomst

BAG

Code

11.7

Definitie

Een Woonplaats is een door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente.

Herkomst definitie

Artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen

Datum opname

Augustus 2004

Unieke aanduiding

identificatie

Populatie

De basisregistratie adressen en gebouwen bevat alle officieel als zodanig vastgestelde woonplaatsen op het Nederlandse grondgebied. Nieuwe woonplaatsen worden in de basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen op basis van daartoe aangewezen brondocumenten waarin het ontstaan van de woonplaats als zodanig is vastgelegd. Daarnaast bevat de basisregistratie adressen en gebouwen alle geconstateerde woonplaatsen in de zin van artikel 2, tweede lid, onderdeel b, sub 3 van de wet. De gegevens over woonplaatsen blijven in de basisregistratie aanwezig, ook indien de woonplaats als zodanig wordt opgeheven. De basisregistratie bevat in principe geen gegevens over woonplaatsen die voor 1 juli 2009 zijn opgeheven.

Kwaliteit

Een Woonplaats bestaat als hiertoe door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig een besluit is genomen.

Toelichting

Zie §10.4 voor de interpretatie van de definitie van het objecttype Woonplaats.

Indicatie abstract object

Nee

Overzicht attributen

Attribuut

Kardinaliteit

Beschrijving

identificatie

[1]

Zie § 7.1.1

naam

[1]

Zie § 7.1.2

geometrie

[1]

Zie § 7.1.3

status

[1]

Zie § 7.1.4

geconstateerd

[1]

Zie § 7.1.5

documentdatum

[1]

Zie § 7.1.6

documentnummer

[1]

Zie § 7.1.7

Openbare ruimte

Deze paragraaf geeft een beschrijving (zie Tabel 10) en benoemt de attributen (zie Tabel 11) en relaties (zie Tabel 12) van het objecttype Openbare ruimte.

Beschrijving van het objecttype Openbare ruimte

Naam

Openbare ruimte

Stereotype

«Objecttype»

Herkomst

BAG

Code

11.1

Definitie

Een Openbare ruimte is een door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen.

Herkomst definitie

Artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen

Datum opname

Oktober 2002

Unieke aanduiding

identificatie

Populatie

De basisregistratie adressen en gebouwen bevat alle officieel als zodanig aangewezen openbare ruimten op het Nederlands grondgebied. Nieuwe openbare ruimten worden in de basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen op basis van daartoe aangewezen brondocumenten waarin het ontstaan van de openbare ruimte als zodanig is vastgelegd. Daarnaast bevat de basisregistratie adressen en gebouwen alle geconstateerde openbare ruimten in de zin van artikel 2, tweede lid, onderdeel b, sub 4 van de wet. De gegevens over openbare ruimten blijven in de basisregistratie adressen en gebouwen aanwezig, ook indien de openbare ruimte als zodanig wordt ingetrokken. De basisregistratie adressen en gebouwen bevat in principe geen gegevens over openbare ruimten die voor 1 juli 2009 zijn ingetrokken.

Kwaliteit

Een Openbare ruimte bestaat als hiertoe door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig een besluit is genomen.

Toelichting

Als openbare ruimte worden onder meer aangemerkt wegen, water, spoorbanen en landschappelijke gebieden. Zie § 10.3 voor de interpretatie van de definitie van het objecttype Openbare ruimte.

Indicatie abstract object

Nee

Overzicht attributen

Attribuut

Kardinaliteit

Beschrijving

identificatie

[1]

Zie § 7.2.1

Naam

[1]

Zie § 7.2.2

Type

[1]

Zie § 7.2.3

Status

[1]

Zie § 7.2.4

geconstateerd

[1]

Zie § 7.2.5

documentdatum

[1]

Zie § 7.2.6

documentnummer

[1]

Zie § 7.2.7

Overzicht relaties

Relatiesoort

Relatierol

Kardinaliteit

Beschrijving

ligt in

gerelateerde woonplaats

[1]

Zie § 7.2.8

Nummeraanduiding

Deze paragraaf geeft een beschrijving (zie Tabel 13) en benoemt de attributen (zie Tabel 14) en relaties (zie Tabel 15) van het objecttype Nummeraanduiding.

Beschrijving van het objecttype Nummeraanduiding

Naam

Nummeraanduiding

Stereotype

«Objecttype»

Herkomst

BAG

Code

11.2

Definitie

Een Nummeraanduiding is een door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats.

Herkomst definitie

Artikel 1 Wet basisregistratie en gebouwen

Datum opname

Oktober 2002

Unieke aanduiding

identificatie

Populatie

De basisregistratie adressen en gebouwen bevat alle officieel als zodanig toegekende nummeraanduidingen op het Nederlandse grondgebied. Nieuwe nummeraanduidingen worden in de basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen op basis van daartoe aangewezen brondocumenten waarin het ontstaan van de nummeraanduiding als zodanig is vastgelegd. Daarnaast bevat de basisregistratie adressen en gebouwen alle geconstateerde nummeraanduidingen in de zin van artikel 2, tweede lid, onderdeel b, sub 5 van de wet. De gegevens over nummeraanduidingen blijven in de basisregistratie adressen en gebouwen aanwezig, ook indien de nummeraanduiding als zodanig wordt ingetrokken. De basisregistratie adressen en gebouwen bevat in principe geen gegevens over nummeraanduidingen die voor 1 juli 2009 zijn ingetrokken.

Kwaliteit

Een Nummeraanduiding bestaat als hiertoe door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig een besluit is genomen. Een Nummeraanduiding heeft altijd betrekking op een enkel adresseerbaar object.

Toelichting

Nummeraanduidingen kunnen alleen worden toegekend aan als zodanig aangewezen adresseerbare objecttypen. De thans aangewezen adresseerbare objecttypen zijn verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen. Zie §10.2 voor de interpretatie van de definitie van het objecttype Nummeraanduiding.

Indicatie abstract object

Nee

Overzicht attributen

Attribuut

Kardinaliteit

Beschrijving

identificatie

[1]

Zie § 7.3.1

huisnummer

[1]

Zie § 7.3.2

huisletter

[0..1]

Zie § 7.3.3

huisnummertoevoeging

[0..1]

Zie § 7.3.4

Postcode

[0..1]

Zie § 7.3.5

type adresseerbaar object

[1]

Zie § 7.3.6

Status

[1]

Zie § 7.3.7

geconstateerd

[1]

Zie § 7.3.8

documentdatum

[1]

Zie § 7.3.9

documentnummer

[1]

Zie § 7.3.10

Overzicht relaties

Relatiesoort

Relatierol

Kardinaliteit

Beschrijving

ligt in

gerelateerde woonplaats

[0..1]

Zie § 7.3.11

ligt aan

gerelateerde openbare ruimte

[1]

Zie § 7.3.12

Pand

Deze paragraaf geeft een beschrijving (zie Tabel 16) en benoemt de attributen (zie Tabel 17) van het objecttype Pand.

Beschrijving van het objecttype Pand

Naam

Pand

Stereotype

«Objecttype»

Herkomst

BAG

Code

55

Definitie

Een Pand is de kleinste, bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

Herkomst definitie

Artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen

Datum opname

Februari 2004

Unieke aanduiding

identificatie

Populatie

De basisregistratie adressen en gebouwen omvat gegevens over alle panden op het Nederlands grondgebied, die voldoen aan bovenstaande objectdefinitie. Gegevens over een nieuw pand worden in de basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen bij verlening van de voor het realiseren van het pand benodigde toestemming of het opmaken van een in artikel 10, onderdeel b van de wet genoemd document van constatering. De gegevens over panden blijven in de basisregistratie adressen en gebouwen aanwezig, ook indien het pand als zodanig niet meer aanwezig is. De basisregistratie adressen en gebouwen bevat in principe geen gegevens over panden die op 1 juli 2009 niet meer als zodanig aanwezig waren.

Kwaliteit

Toelichting

Zie § 10.6 voor de interpretatie van de definitie van het objecttype Pand.

Indicatie abstract object

Nee

Overzicht attributen

Attribuut

Kardinaliteit

Beschrijving

identificatie

[1]

Zie § 7.4.1

geometrie

[1]

Zie § 7.4.2

oorspronkelijk bouwjaar

[1]

Zie § 7.4.3

status

[1]

Zie § 7.4.4

geconstateerd

[1]

Zie § 7.4.5

documentdatum

[1]

Zie § 7.4.6

documentnummer

[1]

Zie § 7.4.7

Adresseerbaar object

Deze paragraaf geeft een beschrijving (zie Tabel 18) en benoemt de relaties (zie Tabel 19) van het objecttype Adresseerbaar object.

Beschrijving van het objecttype Adresseerbaar object

Naam

Adresseerbaar object

Stereotype

«Objecttype»

Herkomst

BAG

Code

101

Definitie

Een Adresseerbaar object is een (abstract) object waaraan adressen kunnen worden toegekend.

Herkomst definitie

BAG

Datum opname

Januari 2017

Unieke aanduiding

Populatie

Kwaliteit

Toelichting

Een Adresseerbaar object is een Standplaats, een Ligplaats of een Verblijfsobject.

Indicatie abstract object

Ja

Overzicht relaties

Relatiesoort

Relatierol

Kardinaliteit

Beschrijving

heeft als hoofdadres

hoofdadres

[1]

Zie § 7.5.1

heeft als nevenadres

nevenadres

[0..*]

Zie § 7.5.2

Ligplaats

Deze paragraaf geeft een beschrijving (zie Tabel 20) en benoemt de attributen (zie Tabel 21) van het objecttype Ligplaats.

Beschrijving van het objecttype Ligplaats

Naam

Ligplaats

Stereotype

«Objecttype»

Herkomst

BAG

Code

58

Definitie

Een Ligplaats is een door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen plaats in het water al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt drijvend object.

Herkomst definitie

Artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen

Datum opname

Februari 2004

Unieke aanduiding

identificatie

Populatie

De basisregistratie adressen en gebouwen omvat gegevens over alle ligplaatsen op het Nederlands grondgebied, die daartoe officieel als zodanig zijn aangewezen. Nieuwe ligplaatsen worden in de basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen op basis van daartoe aangewezen brondocumenten, waarin het ontstaan van de ligplaats als zodanig is vastgelegd. Daarnaast bevat de basisregistratie adressen en gebouwen alle geconstateerde ligplaatsen in de zin van artikel 2, tweede lid, onderdeel b, sub 2 van de wet. De gegevens over ligplaatsen blijven in de basisregistratie adressen en gebouwen aanwezig, ook indien de ligplaats als zodanig wordt ingetrokken. De basisregistratie adressen en gebouwen bevat in principe geen gegevens over ligplaatsen die voor 1 juli 2009 zijn ingetrokken.

Kwaliteit

Een Ligplaats bestaat op het moment dat er sprake is van een aanwijzing als ligplaats door het bevoegde gemeentelijke orgaan.

Toelichting

Zie §10.5 voor de interpretatie van de definitie van het objecttype Ligplaats.

Indicatie abstract object

Nee

Overzicht attributen

Attribuut

Kardinaliteit

Beschrijving

identificatie

[1]

Zie § 7.6.1

Status

[1]

Zie § 7.6.2

geometrie

[1]

Zie § 7.6.3

geconstateerd

[1]

Zie § 7.6.4

documentdatum

[1]

Zie § 7.6.5

documentnummer

[1]

Zie § 7.6.6

Standplaats

Deze paragraaf geeft een beschrijving (zie Tabel 22) en benoemt de attributen (zie Tabel 23) van het objecttype Standplaats.

Beschrijving van het objecttype Standplaats

Naam

Standplaats

Stereotype

«Objecttype»

Herkomst

BAG

Code

57

Definitie

Een Standplaats is een door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen terrein of gedeelte daarvan dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte ruimte.

Herkomst definitie

Artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen

Datum opname

Februari 2004

Unieke aanduiding

identificatie

Populatie

De basisregistratie adressen en gebouwen omvat gegevens over alle standplaatsen op het Nederlands grondgebied, die daartoe officieel als zodanig zijn aangewezen. Nieuwe standplaatsen worden in de basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen op basis van daartoe aangewezen brondocumenten, waarin het ontstaan van de standplaats als zodanig is vastgelegd. Daarnaast bevat de basisregistratie adressen en gebouwen alle geconstateerde standplaatsen in de zin van artikel 10, tweede lid, onderdeel b van de wet. De gegevens over standplaatsen blijven in de basisregistratie adressen en gebouwen aanwezig, ook indien de standplaats als zodanig wordt ingetrokken. De basisregistratie adressen en gebouwen bevat in principe geen gegevens over standplaatsen die voor 1 juli 2009 zijn ingetrokken.

Kwaliteit

Toelichting

Zie §10.7 voor de interpretatie van de definitie van het objecttype Standplaats.

Indicatie abstract object

Nee

Overzicht attributen

Attribuut

Kardinaliteit

Beschrijving

identificatie

[1]

Zie § 7.7.1

Status

[1]

Zie § 7.7.2

geometrie

[1]

Zie § 7.7.3

geconstateerd

[1]

Zie § 7.7.4

documentdatum

[1]

Zie § 7.7.5

documentnummer

[1]

Zie § 7.7.6

Verblijfsobject

Deze paragraaf geeft een beschrijving (zie Tabel 24) en benoemt de attributen (zie Tabel 25) en relaties (zie Tabel 26) van het objecttype Verblijfsobject.

Beschrijving van het objecttype Verblijfsobject

Naam

Verblijfsobject

Stereotype

«Objecttype»

Herkomst

BAG

Code

56

Definitie

Een Verblijfsobject is de kleinste binnen een of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is.

Herkomst definitie

Artikel 1 Wet basisregistratie adressen en gebouwen

Datum opname

Februari 2004

Unieke aanduiding

identificatie

Populatie

De basisregistratie adressen en gebouwen omvat gegevens over alle verblijfsobjecten op het Nederlands grondgebied die voldoen aan bovenstaande objectdefinitie. Gegevens over een nieuw verblijfsobject worden in de basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen bij verlening van de voor het realiseren van het verblijfsobject benodigde toestemming of het opmaken van een in artikel 10, onderdeel b van de wet genoemd document van constatering. De gegevens over verblijfsobjecten blijven in de basisregistratie adressen en gebouwen aanwezig, ook indien het verblijfsobject als zodanig niet meer aanwezig is. De basisregistratie adressen en gebouwen bevat in principe geen gegevens over verblijfsobjecten die op 1 juli 2009 niet meer als zodanig aanwezig waren.

Kwaliteit

Toelichting

Zie §10.8 voor de interpretatie van de definitie van het objecttype Verblijfsobject.

Indicatie abstract object

Nee

Overzicht attributen

Attribuut

Kardinaliteit

Beschrijving

identificatie

[1]

Zie § 7.8.1

geometrie

[1]

Zie § 7.8.2

gebruiksdoel

[1..*]

Zie § 7.8.3

oppervlakte

[1]

Zie § 7.8.4

Status

[1]

Zie § 7.8.5

geconstateerd

[1]

Zie § 7.8.6

documentdatum

[1]

Zie § 7.8.7

documentnummer

[1]

Zie § 7.8.8

Overzicht relaties

Relatiesoort

Relatierol

Kardinaliteit

Beschrijving

maakt deel uit van

gerelateerd pand

[1..*]

Zie § 7.8.9

Attributen & relaties

Woonplaats

identificatie

Beschrijving van het attribuut identificatie

Naam

identificatie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.03

Definitie

De unieke aanduiding van een woonplaats, zoals opgenomen in de landelijke woonplaatsentabel.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 3.0

Datum opname

Augustus 2004

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

4

Domein: Patroon

Een natuurlijk getal tussen 0001 en 9999

Indicatie materiële historie

Nee

Indicatie formele historie

Nee

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

De woonplaatsen worden vastgesteld door de gemeenten. De vastgestelde woonplaatsen worden voorzien van een unieke aanduiding, te vergelijken met de gemeentecode volgens Tabel 33 Gemeententabel van de Landelijke Tabellen BRP. Deze aanduiding wordt verstrekt door de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Ja

naam

Beschrijving van het attribuut naam

Naam

naam

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.70

Definitie

De benaming van een door het gemeentebestuur aangewezen woonplaats.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 3.0

Datum opname

Augustus 2004

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

1..80

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Het maximale aantal te gebruiken tekens voor een benaming is tachtig. Het verdient aanbeveling te streven naar korte benamingen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

geometrie

Beschrijving van het attribuut geometrie

Naam

geometrie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.71

Definitie

De tweedimensionale geometrische representatie van het vlak dat wordt gevormd door de omtrekken van een woonplaats.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 4.0

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

VlakOfMultivlak

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

status

Beschrijving van het attribuut status

Naam

status

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.79

Definitie

De fase van de levenscyclus van een woonplaats, waarin de betreffende woonplaats zich bevindt.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 4.0

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

StatusWoonplaats

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

De basisregistratie adressen en gebouwen bevat gegevens over zowel bestaande woonplaatsen als opgeheven woonplaatsen. Om het onderscheid tussen de stadia in de levenscyclus van de woonplaats te kunnen maken, wordt gebruik gemaakt van dit statusgegeven.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

geconstateerd

Beschrijving van het attribuut geconstateerd

Naam

geconstateerd

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.72

Definitie

Een aanduiding waarmee kan worden aangegeven dat een woonplaats in de registratie is opgenomen als gevolg van een feitelijke constatering, zonder dat er op het moment van opname sprake was van een regulier brondocument voor deze opname.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 4.0

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

Indicatie

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Het feitelijk bestaan van een woonplaats dient daadwerkelijk te worden geconstateerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om door burgers aangebrachte woonplaatsbenamingen die binnen andere processen aan het licht zijn gekomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentdatum

Beschrijving van het attribuut documentdatum

Naam

documentdatum

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.77

Definitie

De datum waarop het brondocument is vastgesteld op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een woonplaats heeft plaatsgevonden.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 3.0

Datum opname

Augustus 2004

Domein: Type

Date

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Alleen een datum die gelijk is aan of die is gelegen voor de datum van het opnemen of muteren van het betreffende gegeven kan in de registratie worden opgenomen. In het geval het brondocument een besluit van een bestuursorgaan betreft, dan is de datum van het brondocument de datum waarop het besluit is genomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentnummer

Beschrijving van het attribuut documentnummer

Naam

documentnummer

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.78

Definitie

De unieke aanduiding van het brondocument op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een woonplaats heeft plaatsgevonden binnen een gemeente.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 3.0

Datum opname

Augustus 2004

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

1..40

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

Openbare ruimte

identificatie

Beschrijving van het attribuut identificatie

Naam

identificatie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.01

Definitie

De unieke aanduiding van een openbare ruimte.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

Objectnummering

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Nee

Indicatie formele historie

Nee

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Elke openbare ruimte waarvan gegevens zijn opgenomen in de basisregistratie adressen, wordt uniek aangeduid door middel van een identificatiecode.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Ja

naam

Beschrijving van het attribuut naam

Naam

naam

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.10

Definitie

De naam die aan een openbare ruimte is toegekend in een daartoe strekkend formeel gemeentelijk besluit.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

1..80

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Het verdient aanbeveling te streven naar korte benamingen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

type

Beschrijving van het attribuut type

Naam

type

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.16

Definitie

De aard van de als zodanig benoemde openbare ruimte.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

TypeOpenbareRuimte

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

status

Beschrijving van het attribuut status

Naam

status

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.19

Definitie

De fase van de levenscyclus van een openbare ruimte waarin de betreffende openbare ruimte zich bevindt.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 2.0

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

StatusNaamgeving

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

De basisregistratie adressen en gebouwen bevat gegevens over zowel bestaande openbare ruimten als ingetrokken openbare ruimten. Om het onderscheid tussen de stadia in de levenscyclus van de openbare ruimte te kunnen maken, wordt gebruik gemaakt van dit statusgegeven.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

geconstateerd

Beschrijving van het attribuut geconstateerd

Naam

geconstateerd

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.11

Definitie

Een aanduiding waarmee kan worden aangegeven dat een openbare ruimte in de registratie is opgenomen als gevolg van een feitelijke constatering, zonder dat er op het moment van opname sprake was van een regulier brondocument voor deze opname.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 4.0

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

Indicatie

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Het feitelijk bestaan van een naam van een openbare ruimte dient daadwerkelijk te worden geconstateerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om door burgers aangebrachte benamingen die binnen andere processen aan het licht zijn gekomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentdatum

Beschrijving van het attribuut documentdatum

Naam

documentdatum

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.17

Definitie

De datum waarop het brondocument is vastgesteld op basis waarvan een opname, mutatie of verwijdering van gegevens ten aanzien van een openbare ruimte heeft plaatsgevonden.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

Date

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Alleen een datum die gelijk is aan of die is gelegen voor de datum van het opnemen of muteren van het betreffende gegeven kan in de registratie worden opgenomen. In het geval het brondocument een besluit van een bestuursorgaan betreft, dan is de datum van het brondocument de datum waarop het besluit is genomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentnummer

Beschrijving van het attribuut documentnummer

Naam

documentnummer

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.18

Definitie

De unieke aanduiding van het brondocument op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een openbare ruimte heeft plaatsgevonden binnen een gemeente.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

1..40

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

Relatie: ligt in gerelateerde woonplaats

Beschrijving van de relatiesoort: ligt in

Naam

ligt in

Definitie

Een openbare ruimte ligt in een woonplaats.

Beschrijving van de relatierol: gerelateerde woonplaats

Naam

gerelateerde woonplaats

Stereotype

«Relatiesoort»«Relatierol»

Uni-directioneel

Source -&gt; Destination

Objecttype

Openbare ruimte

Gerelateerde objecttype

Woonplaats

Type aggregatie

-

Kardinaliteit

[1]

Herkomst

BAG

Code

11.15

Definitie

Unieke aanduiding van de Woonplaats waarbinnen een Openbare ruimte is gelegen.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

De woonplaats behorende bij de nummeraanduiding prevaleert boven de woonplaats behorende bij de openbare ruimte. Achtergrond hiervan is dat de locatie van het object bepalend is voor de vraag in welke woonplaats een adres is gelegen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Nummeraanduiding

identificatie

Beschrijving van het attribuut identificatie

Naam

identificatie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.02

Definitie

De unieke aanduiding van een nummeraanduiding.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

Objectnummering

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Nee

Indicatie formele historie

Nee

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Elke nummeraanduiding waarvan gegevens zijn opgenomen in de basisregistratie adressen en gebouwen, wordt uniek aangeduid door middel van een identificatiecode.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Ja

huisnummer

Beschrijving van het attribuut huisnummer

Naam

huisnummer

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.20

Definitie

Een door of namens het gemeentebestuur ten aanzien van een adresseerbaar object toegekende nummering.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

Integer

Domein: Lengte

1..5

Domein: Patroon

Een natuurlijk getal tussen 1 en 99999

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

huisletter

Beschrijving van het attribuut huisletter

Naam

huisletter

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.30

Definitie

Een door of namens het gemeentebestuur ten aanzien van een adresseerbaar object toegekende toevoeging aan een huisnummer in de vorm van een alfanumeriek teken.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

1

Domein: Patroon

Een hoofdletter (A – Z) of kleine letter (a – z)

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[0..1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

huisnummertoevoeging

Beschrijving van het attribuut huisnummertoevoeging

Naam

huisnummertoevoeging

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.40

Definitie

Een door of namens het gemeentebestuur ten aanzien van een adresseerbaar object toegekende nadere toevoeging aan een huisnummer of een combinatie van huisnummer en huisletter.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

1..4

Domein: Patroon

Maximaal vier alfanumerieke tekens bestaande uit een combinatie van hoofdletters (A – Z), kleine letters (a – z) en/of cijfers (0 – 9)

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[0..1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

postcode

Beschrijving van het attribuut postcode

Naam

postcode

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.60

Definitie

De door PostNL vastgestelde code behorende bij een bepaalde combinatie van een straatnaam en een huisnummer.

Herkomst definitie

Ontleend aan Logisch Ontwerp BRP

Datum opname

Augustus 2004

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

6

Domein: Patroon

Combinatie van vier cijfers (0 – 9) en twee hoofdletters (A – Z)

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[0..1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Ja

Identificerend

Nee

type adresseerbaar object

Beschrijving van het attribuut type adresseerbaar object

Naam

type adresseerbaar object

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.66

Definitie

De aard van het object waaraan een nummeraanduiding is toegekend.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

TypeAdresseerbaarObject

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

status

Beschrijving van het attribuut status

Naam

status

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.69

Definitie

De fase van de levenscyclus van een nummeraanduiding waarin de betreffende nummeraanduiding zich bevindt.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 4.0

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

StatusNaamgeving

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

De basisregistratie adressen en gebouwen bevat gegevens over zowel bestaande nummeraanduidingen als ingetrokken nummeraanduidingen. Om het onderscheid tussen de stadia in de levenscyclus van de nummeraanduiding te kunnen maken, wordt gebruik gemaakt van dit statusgegeven.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

geconstateerd

Beschrijving van het attribuut geconstateerd

Naam

geconstateerd

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.21

Definitie

Een aanduiding waarmee kan worden aangegeven dat een nummeraanduiding in de registratie is opgenomen als gevolg van een feitelijke constatering, zonder dat er op het moment van opname sprake was van een regulier brondocument voor deze opname.

Herkomst definitie

BAG

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

Indicatie

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Het feitelijk bestaan van een nummeraanduiding dient daadwerkelijk te worden geconstateerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om door burgers aangebrachte nummeraanduidingen die binnen andere processen aan het licht zijn gekomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentdatum

Beschrijving van het attribuut documentdatum

Naam

documentdatum

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.67

Definitie

De datum waarop het brondocument is vastgesteld op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een nummeraanduiding heeft plaatsgevonden.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

Date

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Alleen een datum die gelijk is aan of die is gelegen voor de datum van het opnemen of muteren van het betreffende gegeven kan in de registratie worden opgenomen. In het geval het brondocument een besluit van een bestuursorgaan betreft, dan is de datum van het brondocument de datum waarop het besluit is genomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentnummer

Beschrijving van het attribuut documentnummer

Naam

documentnummer

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

11.68

Definitie

De unieke aanduiding van het brondocument op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een nummeraanduiding heeft plaatsgevonden binnen een gemeente.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Oktober 2002

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

1..40

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

Relatie: ligt in gerelateerde woonplaats

Beschrijving van de relatiesoort: ligt in

Naam

ligt in

Definitie

Een adresseerbaar object ligt in een woonplaats.

Beschrijving van de relatierol: gerelateerde woonplaats

Naam

gerelateerde woonplaats

Stereotype

«Relatiesoort»«Relatierol»

Uni-directioneel

Source -&gt; Destination

Objecttype

Nummeraanduiding

Gerelateerde objecttype

Woonplaats

Type aggregatie

-

Kardinaliteit

[0..1]

Herkomst

BAG

Code

11.61

Definitie

Unieke aanduiding van de woonplaats waarbinnen het object waaraan de Nummeraanduiding is toegekend is gelegen.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 4.0

Datum opname

Februari 2006

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Als dit gegeven is opgenomen dan wordt het adres van het object bepaald door de naam van de openbare ruimte, het huisnummer, een eventuele huisletter en huisnummertoevoeging en de woonplaats zoals die met dit gegeven wordt bepaald. De woonplaats behorende bij de nummeraanduiding prevaleert dus boven de woonplaats behorende bij de openbare ruimte. Achtergrond hiervan is dat de locatie van het object bepalend is voor de vraag in welke woonplaats een adres is gelegen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Relatie: ligt aan gerelateerde openbare ruimte

Beschrijving van de relatiesoort: ligt aan

Naam

ligt aan

Definitie

Een adresseerbaar object ligt aan een openbare ruimte.

Beschrijving van de relatierol: gerelateerde openbare ruimte

Naam

gerelateerde openbare ruimte

Stereotype

«Relatiesoort»«Relatierol»

Uni-directioneel

Source -&gt; Destination

Objecttype

Nummeraanduiding

Gerelateerde objecttype

Openbare ruimte

Type aggregatie

-

Kardinaliteit

[1]

Herkomst

BAG

Code

11.65

Definitie

De unieke aanduiding van een Openbare ruimte waaraan een adresseerbaar object is gelegen.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Registratie Adressen versie 2.0

Datum opname

Oktober 2002

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Pand

identificatie

Beschrijving van het attribuut identificatie

Naam

identificatie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

55.01

Definitie

De unieke aanduiding van een pand.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

Objectnummering

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Nee

Indicatie formele historie

Nee

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Elk pand waarvan gegevens zijn opgenomen in de BAG wordt uniek aangeduid door middel van een identificatiecode.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Ja

geometrie

Beschrijving van het attribuut geometrie

Naam

geometrie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

55.20

Definitie

De minimaal tweedimensionale geometrische representatie van het bovenzicht van de omtrekken van een pand.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

GM_Surface

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

oorspronkelijk bouwjaar

Beschrijving van het attribuut bouwjaar

Naam

oorspronkelijk bouwjaar

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

55.30

Definitie

De aanduiding van het jaar waarin een pand oorspronkelijk als bouwkundig gereed is of zal worden opgeleverd.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

Year

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Bij het initieel opvoeren van een PAND wordt door de gemeente een reële inschatting gemaakt van het waarschijnlijke bouwjaar van het PAND. Bij het bouwkundig gereed opleveren van het PAND wordt deze waarde in voorkomende gevallen aangepast. Indien in latere jaren wijzigingen aan een pand worden aangebracht, leidt dit niet tot wijziging van het bouwjaar.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

status

Beschrijving van het attribuut status

Naam

status

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

55.31

Definitie

De fase van de levenscyclus van een pand waarin het betreffende pand zich bevindt.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

StatusPand

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

De basisregistratie adressen en gebouwen bevat gegevens over zowel daadwerkelijk aanwezige panden, als nog tot stand te brengen en verdwenen panden. Om het onderscheid tussen de stadia in de levenscyclus van het pand te kunnen maken, wordt gebruik gemaakt van dit statusgegeven.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

geconstateerd

Beschrijving van het attribuut geconstateerd

Naam

geconstateerd

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

55.02

Definitie

Een aanduiding waarmee kan worden aangegeven dat een pand in de registratie is opgenomen als gevolg van een feitelijke constatering, zonder dat er op het moment van opname sprake was van een regulier brondocument voor deze opname.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 4.0

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

Indicatie

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Het feitelijk bestaan van een pand dient daadwerkelijk te worden geconstateerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om niet eerder in de registratie opgenomen panden, vanwege het ontbreken van de voor de bouw benodigde vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentdatum

Beschrijving van het attribuut documentdatum

Naam

documentdatum

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

55.97

Definitie

De datum waarop het brondocument is vastgesteld, op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een pand heeft plaatsgevonden.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

Date

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Alleen een datum die gelijk is aan of die is gelegen voor de datum van het opnemen of muteren van het betreffende gegeven kan in de registratie worden opgenomen. In het geval het brondocument een besluit van een bestuursorgaan betreft, dan is de datum van het brondocument de datum waarop het besluit is genomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentnummer

Beschrijving van het attribuut documentnummer

Naam

documentnummer

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

55.98

Definitie

De unieke aanduiding van het brondocument op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een pand heeft plaatsgevonden binnen een gemeente.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

1..40

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

Adresseerbaar object

Relatie: heeft als hoofdadres hoofdadres

Beschrijving van de relatiesoort: heeft als hoofdadres

Naam

heeft als hoofdadres

Definitie

Een adresseerbaar object heeft als hoofdadres een nummeraanduiding.

Beschrijving van de relatierol: hoofdadres

Naam

hoofdadres

Stereotype

«Relatiesoort»«Relatierol»

Uni-directioneel

Source -&gt; Destination

Objecttype

Adresseerbaar object

Gerelateerde objecttype

Nummeraanduiding

Type aggregatie

-

Kardinaliteit

[1]

Herkomst

BAG

Code

100.51

Definitie

De unieke aanduiding van de Nummeraanduiding die in het kader van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen is aangemerkt als het hoofdadres van een adresseerbaar object.

Herkomst definitie

BAG

Datum opname

Januari 2017

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Relatie: heeft als nevenadres nevenadres

Beschrijving van de relatiesoort: heeft als nevenadres

Naam

heeft als nevenadres

Definitie

Een adresseerbaar object heeft als nevenadres een nummeraanduiding.

Beschrijving van de relatierol: nevenadres

Naam

nevenadres

Stereotype

«Relatiesoort»«Relatierol»

Uni-directioneel

Source -&gt; Destination

Objecttype

Adresseerbaar object

Gerelateerde objecttype

Nummeraanduiding

Type aggregatie

-

Kardinaliteit

[0..*]

Herkomst

BAG

Code

100.52

Definitie

De unieke aanduiding van de Nummeraanduiding die in het kader van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen is aangemerkt als het nevenadres van een adresseerbaar object.

Herkomst definitie

BAG

Datum opname

Januari 2017

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Ligplaats

identificatie

Beschrijving van het attribuut identificatie

Naam

identificatie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

58.01

Definitie

De unieke aanduiding van een ligplaats.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

Objectnummering

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Nee

Indicatie formele historie

Nee

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Elke Ligplaats waarvan gegevens zijn opgenomen in de basisregistratie adressen en gebouwen wordt uniek aangeduid door middel van een identificatiecode.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Ja

status

Beschrijving van het attribuut status

Naam

status

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

58.03

Definitie

De fase van de levenscyclus van een ligplaats waarin de betreffende ligplaats zich bevindt.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 4.0

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

StatusPlaats

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

De BAG bevat gegevens over zowel daadwerkelijk aanwezige ligplaatsen als ingetrokken ligplaatsen. Om het onderscheid tussen de stadia in de levenscyclus van de ligplaats te kunnen maken, wordt gebruik gemaakt van dit statusgegeven.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

geometrie

Beschrijving van het attribuut geometrie

Naam

geometrie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

58.20

Definitie

De tweedimensionale geometrische representatie van de omtrekken van een ligplaats

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

GM_Surface

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

geconstateerd

Beschrijving van het attribuut geconstateerd

Naam

geconstateerd

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

58.02

Definitie

Een aanduiding waarmee kan worden aangegeven dat een ligplaats in de registratie is opgenomen als gevolg van een feitelijke constatering, zonder dat er op het moment van opname sprake was van een regulier brondocument voor deze opname.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 4.0

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

Indicatie

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Het feitelijk bestaan van een ligplaats dient daadwerkelijk te worden geconstateerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om het feitelijk permanent gebruik van een plaats in het water dat binnen andere processen aan het licht is gekomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentdatum

Beschrijving van het attribuut documentdatum

Naam

documentdatum

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

58.97

Definitie

De datum waarop het brondocument is vastgesteld op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een ligplaats heeft plaatsgevonden.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

Date

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Alleen een datum die gelijk is aan of die is gelegen voor de datum van het opnemen of muteren van het betreffende gegeven kan in de registratie worden opgenomen. In het geval het brondocument een besluit van een bestuursorgaan betreft, dan is de datum van het brondocument de datum waarop het besluit is genomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentnummer

Beschrijving van het attribuut documentnummer

Naam

documentnummer

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

59.98

Definitie

De unieke aanduiding van het brondocument op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een ligplaats heeft plaatsgevonden binnen een gemeente.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

1..40

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

Standplaats

identificatie

Beschrijving van het attribuut identificatie

Naam

identificatie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

57.01

Definitie

De unieke aanduiding van een standplaats.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

Objectnummering

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Nee

Indicatie formele historie

Nee

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Elke standplaats waarvan gegevens zijn opgenomen in de BAG wordt uniek aangeduid door middel van een identificatiecode.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Ja

status

Beschrijving van het attribuut status

Naam

status

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

57.03

Definitie

De fase van de levenscyclus van een standplaats waarin de betreffende standplaats zich bevindt.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 4.0

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

StatusPlaats

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

De BAG bevat gegevens over zowel daadwerkelijk aanwezige standplaatsen als ingetrokken standplaatsen. Om het onderscheid tussen de stadia in de levenscyclus van de standplaats te kunnen maken, wordt gebruik gemaakt van dit statusgegeven.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

geometrie

Beschrijving van het attribuut geometrie

Naam

geometrie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

57.20

Definitie

De tweedimensionale geometrische representatie van de omtrekken van een standplaats

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

GM_Surface

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

geconstateerd

Beschrijving van het attribuut geconstateerd

Naam

geconstateerd

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

57.02

Definitie

Een aanduiding waarmee kan worden aangegeven dat een standplaats in de registratie is opgenomen als gevolg van een feitelijke constatering, zonder dat er op het moment van opname sprake was van een regulier brondocument voor deze opname.

Herkomst definitie

BAG

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

Indicatie

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Het feitelijk bestaan van een standplaats dient daadwerkelijk te worden geconstateerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om het feitelijk gebruik van (een gedeelte van) een terrein dat binnen andere processen aan het licht is gekomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentdatum

Beschrijving van het attribuut documentdatum

Naam

documentdatum

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

57.97

Definitie

De datum waarop het brondocument is vastgesteld op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een standplaats heeft plaatsgevonden.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

Date

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Alleen een datum die gelijk is aan of die is gelegen voor de datum van het opnemen of muteren van het betreffende gegeven kan in de registratie worden opgenomen. In het geval het brondocument een besluit van een bestuursorgaan betreft, dan is de datum van het brondocument de datum waarop het besluit is genomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentnummer

Beschrijving van het attribuut documentnummer

Naam

documentnummer

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

57.98

Definitie

De unieke aanduiding van het brondocument op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een standplaats heeft plaatsgevonden binnen een gemeente.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

1..40

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

Verblijfsobject

identificatie

Beschrijving van het attribuut identificatie

Naam

identificatie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

56.01

Definitie

De unieke aanduiding van een verblijfsobject.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

Objectnummering

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Nee

Indicatie formele historie

Nee

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Elk verblijfsobject waarvan gegevens zijn opgenomen in de basisregistratie gebouwen wordt uniek aangeduid door middel van een identificatiecode.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Ja

geometrie

Beschrijving van het attribuut geometrie

Naam

geometrie

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

56.20

Definitie

De minimaal tweedimensionale geometrische representatie van een verblijfsobject

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

PuntOfVlak

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

gebruiksdoel

Beschrijving van het attribuut gebruiksdoel

Naam

gebruiksdoel

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

56.30

Definitie

Een categorisering van de gebruiksdoelen van het betreffende verblijfsobject zoals in de vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming is opgenomen of bij constatering is vastgesteld.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

Gebruiksdoel

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1..*]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Het gebruiksdoel zal initieel worden afgeleid uit de bouwkundige gebruiksfunctie conform de categorisering van het Bouwbesluit 2012 zoals deze in de vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming als zodanig is aangemerkt. Bij een geconstateerd verblijfsobject wordt het feitelijke gebruik als gebruiksdoel (of de

gebruiksdoelen) opgenomen op grond van een document van constatering. Het gebruiksdoel dient niet te worden verward met de planologische bestemming en het feitelijk gebruik.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Ja

oppervlakte

Beschrijving van het attribuut oppervlakte

Naam

oppervlakte

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

56.31

Definitie

De gebruiksoppervlakte van een verblijfsobject in gehele vierkante meters

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

Integer

Domein: Lengte

1..6

Domein: Patroon

Een natuurlijk getal tussen 1 en 999999

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

De exacte wijze van bepalen van de gebruiksoppervlakte wordt beschreven in NEN 2580. In essentie komt dit erop neer dat de gebruiksoppervlakte van een Verblijfsobject wordt bepaald door hetgeen op vloerniveau wordt gemeten uitgaande van de binnenzijde van de omhullende scheidingsconstructies. Vides en schalmgaten van meer dan 4 m² blijven buiten beschouwing, evenals inspringingen en uitspringingen langs de omtrekken van minder dan 0,5 m². Gebroken positieve waarden waardoor decimalen achter de komma ontstaan, vormen geen natuurlijke getallen. Om een natuurlijk getal te verkrijgen, zal in die gevallen afronding op de nabijgelegen gehele waarde moeten plaatsvinden. Oppervlakten kleiner dan 1 m² worden altijd afgerond op 1 m².

Mogelijk

geen

Waarde

Nee

Identificerend

Nee

status

Beschrijving van het attribuut status

Naam

status

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

56.32

Definitie

De fase van de levenscyclus van een verblijfsobject waarin het betreffende verblijfsobject zich bevindt.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

StatusVerblijfsobject

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

De BAG bevat gegevens over zowel daadwerkelijk aanwezige verblijfsobjecten, alsnog tot stand te brengen en verdwenen verblijfsobjecten. Om het onderscheid tussen de stadia in de levenscyclus van het verblijfsobject te kunnen maken, wordt gebruik gemaakt van dit statusgegeven.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

geconstateerd

Beschrijving van het attribuut geconstateerd

Naam

geconstateerd

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

56.02

Definitie

Een aanduiding waarmee kan worden aangegeven dat een verblijfsobject in de registratie is opgenomen als gevolg van een feitelijke constatering, zonder dat er op het moment van opname sprake was van een regulier brondocument voor deze opname.

Herkomst definitie

BAG

Datum opname

Februari 2006

Domein: Type

Indicatie

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Het feitelijk bestaan van een verblijfsobject dient daadwerkelijk te worden geconstateerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om niet eerder in de registratie opgenomen verblijfsobjecten, vanwege het ontbreken van de voor de bouw benodigde vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming of vanwege het niet benodigd zijn van een dergelijke vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentdatum

Beschrijving van het attribuut documentdatum

Naam

documentdatum

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

56.97

Definitie

De datum waarop het brondocument is vastgesteld op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een verblijfsobject heeft plaatsgevonden.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

Date

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Alleen een datum die gelijk is aan of die is gelegen voor de datum van het opnemen of muteren van het betreffende gegeven kan in de registratie worden opgenomen. In het geval het brondocument een besluit van een bestuursorgaan betreft, dan is de datum van het brondocument de datum waarop het besluit is genomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

documentnummer

Beschrijving van het attribuut documentnummer

Naam

documentnummer

Stereotype

«Attribuutsoort»

Herkomst

BAG

Code

56.98

Definitie

De unieke aanduiding van het brondocument op basis waarvan een opname, mutatie of een verwijdering van gegevens ten aanzien van een object heeft plaatsgevonden binnen een gemeente.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

1..40

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Basisgegeven

Indicatie in onderzoek

Nee

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Nee

Identificerend

Nee

Relatie: maakt deel uit van gerelateerd pand

Beschrijving van de relatiesoort: maakt deel uit van

Naam

maakt deel uit van

Definitie

Een verblijfsobject maakt onderdeel uit van een pand.

Beschrijving van de relatierol: gerelateerd pand

Naam

gerelateerd pand

Stereotype

«Relatiesoort»«Relatierol»

Uni-directioneel

Source -&gt; Destination

Objecttype

Verblijfsobject

Gerelateerde objecttype

Pand

Type aggregatie

-

Kardinaliteit

[1..*]

Herkomst

BAG

Code

56.90

Definitie

De unieke aanduiding van een Pand waarvan het Verblijfsobject onderdeel uitmaakt.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Februari 2004

Indicatie materiële historie

Ja

Indicatie formele historie

Ja

Authentiek

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Ja

Toelichting

Ten aanzien van elk in de BAG opgenomen verblijfsobject wordt aangegeven, welke identificatiecodes zijn toegekend aan de panden waarbinnen het verblijfsobject is gelegen. In de meeste gevallen zal dit een enkel pand betreffen. In een aantal gevallen zal het verblijfsobject zijn gelegen in meer dan een pand. In dat geval worden hier de identificatiecodes opgenomen van de verschillende panden waarbinnen het verblijfsobject is gelegen. Bij het relateren van het verblijfsobject aan het pand of de panden waarvan het verblijfsobject onderdeel uitmaakt, wordt gebruik gemaakt van de identificatie van een pand, zoals deze eveneens in de BAG is opgenomen.

Mogelijk geen waarde

Nee

Samengestelde attributen

Objectnummering

Deze paragraaf geeft een beschrijving (zie Tabel 90) en benoemt de gegevens-elementen (zie Tabel 91) van het samengestelde attribuut objectnummering.

Beschrijving van het samengestelde attribuut objectnummering

Naam

objectnummering

Definitie

Unieke objectaanduiding binnen een gemeente

Stereotype

«Complex gegevenstype»

Datum opname

Februari 2004

Overzicht van de gegevenselementen van het samengestelde attribuut objectnummering

Attribuut

Kardinaliteit

Beschrijving

gemeentecode

[1]

Zie § 7.9.1.1

objecttypecode

[1]

Zie § 7.9.1.2

objectvolgnummer

[1]

Zie § 7.9.1.3

gemeentecode

Beschrijving van het gegevenselement gemeentecode

Naam

gemeentecode

Stereotype

«Gegevenselement»

Herkomst

BAG

Code

Definitie

De unieke aanduiding van de gemeente in Nederland die aan het object een identificatienummer heeft toegekend.

Herkomst definitie

Ontleend aan Logisch Ontwerp BRP

Datum opname

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

4

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Indicatie formele historie

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Identificerend

Nee

objecttypecode

Beschrijving van het gegevenselement objecttypecode

Naam

objecttypecode

Stereotype

«Gegevenselement»

Herkomst

BAG

Code

Definitie

Een code waarmee het objecttype van een object wordt aangegeven.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 4.0

Datum opname

Domein: Type

Objecttypecode

Domein: Lengte

2

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Indicatie formele historie

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Identificerend

Nee

objectvolgnummer

Beschrijving van het gegevenselement objectvolgnummer

Naam

objectvolgnummer

Stereotype

«Gegevenselement»

Herkomst

BAG

Code

Definitie

Een uniek volgnummer waarmee een object van een bepaald objecttype binnen een gemeente kan worden aangeduid.

Herkomst definitie

Grondslagen Basis Gebouwen Registratie versie 2.3

Datum opname

Domein: Type

AN

Domein: Lengte

10

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Indicatie formele historie

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Identificerend

Nee

puntOfVlak

Deze paragraaf geeft een beschrijving (zie Tabel 95) en benoemt de gegevens-elementen (zie Tabel 96) van het samengestelde attribuut puntOfVlak

Beschrijving van het samengestelde attribuut puntOfVlak

Naam

puntOfVlak

Definitie

Een samengesteld geometriegegevenstype waarbij wordt afgedwongen dat voor de geometrie een keuze gemaakt moet worden tussen een punt (GM_Point) of een vlak (GM_Surface).

Stereotype

«Union»

Datum opname

Januari 2017

Overzicht van de gegevenselementen van het samengestelde attribuut puntOfVlak

Attribuut

Kardinaliteit

Beschrijving

Punt

[1]

Zie § 7.9.2.1

Vlak

[1]

Zie § 7.9.2.2

punt

Beschrijving van het gegevenselement punt

Naam

punt

Stereotype

«Union element»

Herkomst

GML

Code

Definitie

Puntgeometrie

Herkomst definitie

Datum opname

Domein: Type

GM_Point

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Indicatie formele historie

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Identificerend

Nee

vlak

Beschrijving van het gegevenselement vlak

Naam

vlak

Stereotype

«Union element»

Herkomst

GML

Code

Definitie

Vlakgeometrie

Herkomst definitie

Datum opname

Domein: Type

GM_Surface

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Indicatie formele historie

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Identificerend

Nee

vlakOfMultivlak

Deze paragraaf geeft een beschrijving (zie Tabel 99) en benoemt de gegevens-elementen (zie Tabel 100) van het samengestelde attribuut vlakOfMultivlak

Beschrijving van het samengestelde attribuut vlakOfMultivlak

Naam

vlakOfMultivlak

Definitie

Een samengesteld geometriegegevenstype waarbij wordt afgedwongen dat voor de geometrie een keuze gemaakt moet worden tussen een vlak (GM_Surface) of een multivlak (GM_MultiSurface).

Stereotype

«Union»

Datum opname

Januari 2017

Overzicht van de gegevenselementen van het samengestelde attribuut vlakOfMultivlak

Attribuut

Kardinaliteit

Beschrijving

vlak

[1]

Zie § 7.9.3.1

multivlak

[1]

Zie § 7.9.3.2

vlak

Beschrijving van het gegevenselement vlak

Naam

vlak

Stereotype

«Union element»

Herkomst

GML

Code

Definitie

Vlakgeometrie

Herkomst definitie

Datum opname

Domein: Type

GM_Surface

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Indicatie formele historie

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Identificerend

Nee

multivlak

Beschrijving van het gegevenselement multivlak

Naam

multivlak

Stereotype

«Union element»

Herkomst

GML

Code

Definitie

Herkomst definitie

Multivlakgeometrie

Datum opname

Domein: Type

GM_MultiSurface

Domein: Lengte

Domein: Patroon

Indicatie materiële historie

Indicatie formele historie

Kardinaliteit

[1]

Authentiek

Indicatie in onderzoek

Toelichting

Mogelijk geen waarde

Identificerend

Nee

Gegevenstypen

AN

Beschrijving van het gegevenstype AN

Naam

AN

Definitie

Datatype met een eigen naam, analoog aan CharacterString. De minimale lengte is tenminste een teken en de eerste positie mag geen spatie bevatten. Alle 335 tekens uit de gestandaardiseerde [25]ISO/IEC (2010) International Standard ISO/IEC 10646, Final Committee Draft, Second edition, p. 2076. http://u nicode.org/L2/L2010/10038-fcd10646-main.pdf
deelverzameling MES-1 van Unicode zijn toegestaan

Stereotype

«Simpel gegevenstype»

Domeinwaarden

Indicatie

Deze paragraaf geeft een beschrijving en de geldige waarden van het domein Indicatie (zie Tabel 104 en Tabel 105).

Beschrijving van het domein Indicatie

Naam

Indicatie

Definitie

Een aanduiding waarmee wordt aangegeven of een bepaalde indicatie al dan niet van toepassing is op een verschijningsvorm van een object in de registratie.

Datum opname

Februari 2006

Toelichting

Voor enumeraties die deel uitmaken van een (basis-) registratie of informatiemodel betreft dit de daarin opgenomen toelichting.

De geldige waarden van het domein Indicatie

Waarden

Omschrijving

J

Ja

N

Nee

Gebruiksdoel

Deze paragraaf geeft een beschrijving en de geldige waarden van het domein Gebruiksdoel (zie Tabel 106 en Tabel 107).

Beschrijving van het domein Gebruiksdoel

Naam

Gebruiksdoel

Definitie

Een categorisering waarmee het gebruiksdoel van een object kan worden verbijzonderd.

Datum opname

Augustus 2004

Toelichting

Het waardenbereik van de categorisering van het gebruiksdoel van een object stemt overeen met het bepaalde in artikel 1 van het Bouwbesluit 2012. Het waardenbereik van het gegeven gebruiksdoel kent een limitatief karakter en kan uitsluitend een of meer van de genoemde waarden aannemen.

De geldige waarden van het domein Gebruiksdoel

Waarden

Omschrijving

Woonfunctie

Gebruiksfunctie voor het wonen

bijeenkomstfunctie

Gebruiksfunctie voor het samenkomen van personen voor kunst, cultuur, godsdienst, communicatie, kinderopvang, het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse of het aanschouwen van sport

celfunctie

Gebruiksfunctie voor dwangverblijf van personen

gezondheidszorgfunctie

Gebruiksfunctie voor medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling

industriefunctie

Gebruiksfunctie voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden

kantoorfunctie

Gebruiksfunctie voor administratie

logiesfunctie

Gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan personen

onderwijsfunctie

Gebruiksfunctie voor het geven van onderwijs

sportfunctie

Gebruiksfunctie voor het beoefenen van sport

winkelfunctie

Gebruiksfunctie voor het verhandelen van materialen, goederen of diensten

overige gebruiksfunctie

Niet in dit lid benoemde gebruiksfunctie voor activiteiten waarbij het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt.

StatusWoonplaats

Deze paragraaf geeft een beschrijving en de geldige waarden van het domein StatusWoonplaats (zie Tabel 108 en Tabel 109).

Beschrijving van het domein StatusWoonplaats

Naam

StatusWoonplaats

Definitie

Een aanduiding van alle waarden die de status van een woonplaats kan aannemen.

Datum opname

Februari 2006

Toelichting

Een statusaanduiding kent een limitatief karakter en kan uitsluitend een van de genoemde waarden aannemen.

De geldige waarden van het domein StatusWoonplaats

Waarden

Omschrijving

Woonplaats aangewezen

Woonplaats is aangewezen door het bevoegd gezag of geconstateerd.

Woonplaats ingetrokken

Woonplaats is ingetrokken door het bevoegd gezag.

StatusNaamgeving

Deze paragraaf geeft een beschrijving en de geldige waarden van het domein StatusNaamgeving (zie Tabel 110 en Tabel 111).

Beschrijving van het domein StatusNaamgeving

Naam

StatusNaamgeving

Definitie

Een aanduiding van alle waarden die de status van een openbare ruimte of een nummeraanduiding kan aannemen.

Datum opname

Februari 2006

Toelichting

Een statusaanduiding kent een limitatief karakter en kan uitsluitend een van de genoemde waarden aannemen.

De geldige waarden van het domein StatusNaamgeving

Waarden

Omschrijving

Naamgeving uitgegeven

Naam is uitgegeven door het bevoegd gezag of geconstateerd.

Naamgeving ingetrokken

Naam is ingetrokken door het bevoegd gezag.

StatusPand

Deze paragraaf geeft een beschrijving en de geldige waarden van het domein StatusPand (zie Tabel 112 en Tabel 113).

Beschrijving van het domein StatusPand

Naam

StatusPand

Definitie

Een codering van de verschillende waarden die de status van een pand kan aannemen.

Datum opname

Februari 2004

Toelichting

Een statusaanduiding kent een limitatief karakter en kan uitsluitend een van de genoemde waarden aannemen.

De geldige waarden van het domein StatusPand

Waarden

Omschrijving

Bouwvergunning verleend

Een nieuw pand dat nog niet is gebouwd maar waarvoor wel een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming is verleend.

Niet gerealiseerd pand

Een pand waarvoor een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming was verleend, maar waarvan door een daartoe aangewezen ambtenaar is vastgesteld dat wordt afgezien van de bouw of waarvan de vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming is ingetrokken.

Bouw gestart

Een vergund pand waarvan de aanvrager van de vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming heeft gemeld dat de bouw is gestart of waarvan door een daartoe aangewezen ambtenaar is vastgesteld dat de feitelijke bouw is aangevangen door minimaal de aanleg van de fundering (waartoe niet het bouwrijp maken van een terrein wordt gerekend).

Pand in gebruik (niet ingemeten)

Een pand waarvan de aanvrager van de bouwvergunning heeft gemeld dat de bouw is voltooid of waarvan in een ambtelijke verklaring van een daartoe bevoegd ambtenaar is vastgesteld dat het pand feitelijk in gebruik is genomen of dat het weliswaar (nog) niet in gebruik is genomen maar naar het oordeel van de gemeente wel gebruiksgereed is, dan wel een pand waarvan de verbouw is voltooid, dan wel een pand dat door een calamiteit gedeeltelijk is verdwenen maar naar verwachting zal worden hersteld en in gebruik genomen.

Pand in gebruik

Een pand waarvan:

- de aanvrager van de vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming heeft gemeld dat de (ver)bouw is voltooid

- door de gemeente is beoordeeld dat het weliswaar (nog) niet in gebruik is genomen maar wel gebruiksgereed is

- is geconstateerd dat het pand feitelijk in gebruik is.

Sloopvergunning verleend

Een pand waarvoor een vergunning tot sloop is verleend.

Pand gesloopt

Een pand waarvan de aanvrager van de vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming tot sloop heeft gemeld dat de sloop is voltooid of door een daartoe aangewezen ambtenaar is vastgesteld dat het pand is gesloopt. Gesloopt betekent dat de bouwkundige constructie is verdwenen.

Pand buiten gebruik

Een pand dat in dusdanige bouwkundige staat verkeert dat het daardoor redelijkerwijs niet te gebruiken is.

Verbouwing pand

Een pand waarvoor een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming tot verbouw is verleend en waarbij de verbouwing nog niet is voltooid.

Pand ten onrechte opgevoerd

Een pand dat niet had mogen worden opgenomen in de BAG-registratie en vervolgens is beëindigd.

StatusPlaats

Deze paragraaf geeft een beschrijving en de geldige waarden van het domein StatusPlaats (zie Tabel 114 en Tabel 115).

Beschrijving van het domein StatusPlaats

Naam

StatusPlaats

Definitie

Een aanduiding van alle waarden die de status van een ligplaats en een standplaats kan aannemen.

Datum opname

Februari 2006

Toelichting

Een statusaanduiding kent een limitatief karakter en kan uitsluitend een van de genoemde waarden aannemen.

De geldige waarden van het domein StatusPlaats

Waarden

Omschrijving

Plaats aangewezen

Plaats is aangewezen door het bevoegd gezag of geconstateerd.

Plaats ingetrokken

Plaats is ingetrokken door het bevoegd gezag.

StatusVerblijfsobject

Deze paragraaf geeft een beschrijving en de geldige waarden van het domein StatusVerblijfsobject (zie Tabel 116 en Tabel 117).

Beschrijving van het domein StatusVerblijfsobject

Naam

StatusVerblijfsobject

Definitie

Een aanduiding van alle waarden die de status van een verblijfsobject kan aannemen.

Datum opname

Augustus 2006

Toelichting

Een statusaanduiding kent een limitatief karakter en kan uitsluitend een van de genoemde waarden aannemen.

De geldige waarden van het domein StatusVerblijfsobject

Waarden

Omschrijving

Verblijfsobject gevormd

Een nieuw verblijfsobject dat deel gaat uitmaken van een nog niet gebouwd pand waarvoor een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming is verleend of dat wordt gerealiseerd in een reeds bestaand pand.

Niet gerealiseerd verblijfsobject

Een verblijfsobject in een pand waarvoor een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming was verleend of dat gerealiseerd zou worden in een reeds bestaand pand, maar waarvan door een daartoe aangewezen ambtenaar is vastgesteld dat wordt afgezien van de bouw of waarvan de vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming is ingetrokken.

Verblijfsobject in gebruik (niet ingemeten)

Een verblijfsobject waarvan de aanvrager van de bouwvergunning heeft gemeld dat de bouw is voltooid of waarvan in een ambtelijke verklaring van een daartoe bevoegd ambtenaar is vastgesteld dat het verblijfsobject feitelijk in gebruik is genomen of dat het weliswaar (nog) niet in gebruik is genomen maar naar het oordeel van de gemeente wel gebruiksgereed is, dan wel een verblijfsobject waarvan de verbouw is voltooid, dan wel een verblijfsobject dat door een calamiteit gedeeltelijk is verdwenen maar naar verwachting zal worden hersteld en in gebruik genomen.

Verblijfsobject in gebruik

Een verblijfsobject waarvan:

- de aanvrager van de vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming heeft gemeld dat de (ver)bouw is voltooid

- door de gemeente is beoordeeld dat het weliswaar (nog) niet in gebruik is genomen maar wel gebruiksgereed is

- is geconstateerd dat het verblijfsobject feitelijk in gebruik is

Verblijfsobject ingetrokken

Een verblijfsobject dat als zodanig opgehouden heeft te bestaan omdat de aanvrager van een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming tot sloop heeft gemeld dat de sloop is voltooid of door een daartoe aangewezen ambtenaar is vastgesteld dat het verblijfsobject als zodanig niet meer bestaat.

Verblijfsobject buiten gebruik

Een verblijfsobject dat onderdeel uitmaakt van een pand dat in dusdanige bouwkundige staat verkeert dat het daardoor redelijkerwijs niet te gebruiken is.

Verbouwing verblijfsobject

Een verblijfsobject waarvoor een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming tot verbouw is verleend en waarbij de verbouwing nog niet is voltooid.

Verblijfsobject ten onrechte opgevoerd

Een verblijfsobject dat niet had mogen worden opgenomen in de BAG-registratie en vervolgens is beëindigd.

TypeAdresseerbaarObject

Deze paragraaf geeft een beschrijving en de geldige waarden van het domein TypeAdresseerbaarObject (zie Tabel 118 en Tabel 119).

Beschrijving van het domein TypeAdresseerbaarObject

Naam

TypeAdresseerbaarObject

Definitie

De aard van een als zodanig benoemde Nummeraanduiding.

Datum opname

Oktober 2002

Toelichting

Een typering van de adresseerbare objecttypen kent een limitatief karakter en kan uitsluitend een van de genoemde waarden aannemen.

De geldige waarden van het domein TypeAdresseerbaarObject

Waarden

Omschrijving

Verblijfsobject

Nummeraanduiding is bedoeld voor Verblijfsobject.

Standplaats

Nummeraanduiding is bedoeld voor Standplaats.

Ligplaats

Nummeraanduiding is bedoeld voor Ligplaats.

TypeOpenbareRuimte

Deze paragraaf geeft een beschrijving en de geldige waarden van het domein TypeOpenbareRuimte (zie Tabel 120 en Tabel 121).

Beschrijving van het domein TypeOpenbareRuimte

Naam

TypeOpenbareRuimte

Definitie

Een codering van de verschillende waarden die de typering van een openbare ruimte kan aannemen.

Datum opname

Oktober 2002

Toelichting

Een typering van de openbare ruimten kent een limitatief karakter en kan uitsluitend een van de genoemde waarden aannemen. De oorsprong van deze waarden is gelegen in NEN 3610.

De geldige waarden van het domein TypeOpenbareRuimte

Waarden

Omschrijving

Weg

Gebaand gedeelte voor het wegverkeer en vliegverkeer te land (bron: NEN 3610:2011/A1:2016 nl)

Water

Grondoppervlak in principe bedekt met water. (bron: NEN 3610:2011/A1:2016 nl)

Spoorbaan

Gebaand gedeelte voor het verkeer over rails. (bron: NEN 3610:2011/A1:2016 nl)

Terrein

Door een fysiek voorkomen gekarakteriseerd zichtbaar begrensd stuk grond (bron: NEN 3610:2011/A1:2016 nl)

Kunstwerk

Civiel-technisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen en niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf. (bron: NEN 3610:2011/A1:2016 nl)

Landschappelijk gebied

Te verdelen in (NEN 3610): 'Geografisch gebied': geografisch benoemd of aangeduid gebied. De grenzen zijn niet altijd exact vastgesteld (bijvoorbeeld Noordoostpolder, Midden-Nederland, rivierengebied, Veluwe, Zuid-Limburg, kustgebied) en 'Functioneel gebied': begrensd en benoemd gebied dat door een functionele eenheid wordt beschreven (bijvoorbeeld bedrijventerrein, bungalowpark, plantsoen, begraafplaats, jachthaven, windmolenpark en recreatiegebied) (bron: NEN 3610:2011/A1:2016 nl)

Administratief gebied

Oftewel 'registratief gebied': op basis van wet- en regelgeving afgebakend gebied dat als eenheid geldt van politiek/bestuurlijke verantwoordelijkheid of voor bedrijfsvoering (bijvoorbeeld stadsdeel) (bron: NEN 3610:2011/A1:2016 nl)

Objecttypecode

Deze paragraaf geeft een beschrijving en de geldige waarden van het domein Objecttypecode (zie Tabel 122 en Tabel 123).

Beschrijving van het domein Objecttypecode

Naam

Objecttypecode

Definitie

Een code waarmee het objecttype van een object wordt aangegeven.

Datum opname

Februari 2006

Toelichting

Deze codering maakt onderdeel uit van de unieke objectaanduiding. Het is met name bedoeld om objecten van verschillende adresseerbare objecttypen uniek van elkaar te kunnen onderscheiden.

De geldige waarden van het domein Objecttypecode

Waarden

Omschrijving

01

Verblijfsobject

02

Ligplaats

03

Standplaats

10

Pand

20

Nummeraanduiding

30

Openbare ruimte

Implementatie

De Wet basisregistratie adressen en gebouwen stelt dat een afnemer BAG-gegevens kan afnemen bij zowel bronhouder als Landelijke Voorziening. Belangrijk uitgangspunt is daarbij dat de afnemer bij bronhouder en landelijke voorziening dezelfde gegevens krijgt.

Om die reden is het van belang om eisen vast te leggen aan de implementatie van bepaalde aspecten die worden toegevoegd bij de implementatie van het conceptuele model in een logisch model. Het logisch model is de basis voor het maken van berichtschema's (StUF) en applicatieschema's (NEN 3610) voor de uitwisseling van BAG-gegevens tussen bronhouders en landelijke voorziening en tussen landelijke voorziening en afnemers. Het betreft eisen aan de implementatie van historie (zie §9.1), in onderzoek (zie § 9.2), en formele patronen om de consistentie van deze gegevens in de hele BAG-keten te borgen (zie § 9.3).

Historie

In het conceptuele model wordt in de meta-gegevens opgenomen of een attribuut formele en materiële historie opbouwt, bijvoorbeeld het meta-gegeven 'indicatie formele historie' met waarde Ja.

De specificatie van formele en materiële historie uit het conceptuele model wordt vertaald naar een implementatie, bestaande uit bijbehorende attributen (tijdstippen). Deze implementatie vormt de basis voor de uitwisseling van BAG-gegevens (in bijvoorbeeld StUF of NEN 3610). Deze paragraaf beschrijft met welke attributen (tijdstippen) de BAG de formele en materiële historie implementeert en uitwisselt met de landelijke voorziening en welke aanvullende attributen (tijdstippen) worden bijgehouden in de landelijke voorziening voor de uitwisseling met afnemers.

Ook worden de regels vastgelegd voor het omgaan met object- en versiehistorie.

Materiële en formele historie

De materiële en formele historie worden met de volgende tijdstippen geïmplementeerd in de BAG:

Materiële historie

beginGeldigheid:

De datum waarop een versie van een BAG-object geldig is in de werkelijkheid conform de ingangsdatum in het brondocument. Dit tijdstip wordt vastgelegd in de beginGeldigheid. Als er geen expliciete ingangsdatum van geldigheid is opgenomen, wordt de datum van het brondocument overgenomen.

eindGeldigheid:

De datum waarop de periode van geldigheid van een versie van een BAG-object eindigt. Bijvoorbeeld als gevolg van de vaststelling van een nieuw brondocument. Wanneer er geen tijdstip is ingevuld, dan is de versie nog geldig. Dit tijdstip wordt vastgelegd in de eindGeldigheid.

De BAG legt materiële historie (beginGeldigheid en eindGeldigheid) en de datum van het brondocument (documentDatum) vast met de nauwkeurigheid van datum.

Formele historie

tijdstipRegistratie:

Het tijdstip waarop een versie van een BAG-object is geregistreerd in de registratie van bronhouder en daarmee authentiek wordt gemaakt. Dit tijdstip wordt vastgelegd in de tijdstipRegistratie.

eindRegistratie:

Het tijdstip waarop een versie van een BAG-object is beëindigd in de registratie van bronhouder. Dit tijdstip wordt vastgelegd in de eindRegistratie.

tijdstipRegistratieLV:

Dit is het tijdstip waarop een versie van een BAG-object is opgenomen in de registratie van de landelijke voorziening. De gegevens komen daarmee beschikbaar voor afnemers. Dit tijdstip wordt vastgelegd in de tijdstipRegistratieLV.

De BAG legt formele historie (tijdstipRegistratie en eindRegistratie) en tijdstipRegistratieLV vast met de nauwkeurigheid van datum en tijd in uren, minuten, seconden en milliseconden.

Object- en versiehistorie

In de BAG ontstaan nieuwe BAG-objecten en worden gegevens van BAG-objecten in de tijd gewijzigd. Deze paragraaf beschrijft de te hanteren regels voor object- en versiehistorie.

Om historie goed bij te kunnen houden, moet elk object uniek aan te wijzen zijn, moet elke versie van elk object uniek aan te wijzen zijn en moet eenduidig vast te stellen zijn tot welk object een versie behoort. De unieke identificatie van een versie is daarom samengesteld uit de unieke 'objectidentificatie', in combinatie met een kenmerk 'versieidentificatie', die elke versie binnen de context van het object, uniek identificeert. Bijvoorbeeld: objectidentificatie 0100100000001234 en versie 1. De versie-identificatie is een integer, begint bij 1 en wordt steeds met 1 opgehoogd.

De volgende regels worden gehanteerd bij het ontstaan en wijzigen van een BAG-object:

  1. Als een nieuw BAG-object ontstaat, wordt een nieuw object met een objectidentificatie gecreëerd en ontstaat een versiehistorie. Deze eerste versie van het object krijgt een versie-identificatie 1, een beginGeldigheid en een tijdstipRegistratie.

  2. Wanneer het object wordt geregistreerd in de landelijke voorziening krijgt het object ook een tijdstipRegistratieLV.

  3. Als een attribuut van een object wijzigt, ontstaat er een nieuwe versie: de huidige versie krijgt van de bronhouder een eindGeldigheid en een eindRegistratie. Als een attribuut van een object wijzigt, ontstaat er een nieuwe versie: de vorige versie krijgt van de bronhouder een eindGeldigheid, die aansluit op de beginGeldigheid van de nieuwe versie, en een eindRegistratie.

De bronhouder maakt een nieuwe versie van het object met de nieuwe gegevens aan conform het besluit (brondocument). De nieuwe versie van het object krijgt een unieke versie-identificatie, een beginGeldigheid en een tijdstipRegistratie, waarbij beginGeldigheid gelijk is aan eindGeldigheid van de vorige versie en tijdstipRegistratie gelijk is aan de eindRegistratie van de vorige versie. Na registratie van deze versie van het object in de landelijke voorziening krijgt deze versie van het object een eigen tijdstipRegistratieLV.

De versie-identificatie is een nummer. Voor een nieuw toe te kennen identificatie wordt altijd het eerstvolgende beschikbare nummer gekozen. Als het eerstvolgende nummer al in gebruik is bij een niet-authentieke versie van een object, dan is deze niet als uniek gegeven beschikbaar en wordt het eerstvolgende wel beschikbare nummer gekozen.

De identificatie en versie-identificatie samen bepalen een unieke versie van een object. De bronhouder levert altijd de actuele versie van een object aan de landelijke voorziening. Het is niet toegestaan om gegevens te wijzigen die op het moment van wijzigen niet meer geldig zijn.

Levenscyclus

De levenscyclus van een object in de BAG bestaat uit alle versies van een object. Dit zijn alle actieve en alle inactieve versies. Een actieve versie is een versie waarvan tijdstipInactief niet ingevuld is. Een inactieve versie is een versie waarvan tijdstipInactief wel ingevuld is.

Alleen de gegevens van de actieve versies tellen mee bij de beantwoording van vragen ten aanzien van welke gegevens er geldig zijn. Gegevens in versies die aangemerkt zijn als inactief tellen niet meer mee (maar deden dat eerder wel, toen ze nog actief waren).

Actieve levenscyclus

De actieve levenscyclus van een object in de BAG bestaat uit alle actieve versies van een object. De volgende regels gelden voor de actieve levenscyclus:

  1. De beginGeldigheid van een versie kan in het verleden of in de toekomst liggen. Wanneer de beginGeldigheid in de toekomst ligt, dan zijn deze gegevens wel geldig, maar nog niet in werking getreden.

  2. Objecten worden in de registratie beëindigd door een eindstatus, zoals 'pand gesloopt' toe te kennen. Er zal dus altijd een geldige versie blijven bestaan, met een open einddatum.

  3. Op elk moment in de tijd is er één geldige versie in de levenscyclus van een object. Dat wil zeggen:

  4. De geldigheidsperiode loopt vanaf de beginGeldigheid tot de eindGeldigheid. Beide zijn een datum, omdat besluiten ingaan op een bepaalde dag, niet op een bepaald tijdstip.

  5. De eindGeldigheid van een versie sluit naadloos aan op de beginGeldigheid van de volgende versie, door hiervoor altijd dezelfde datum te gebruiken. Bijvoorbeeld: versie 1 met eindGeldigheid 1-1-2018 zal aansluiten op een versie 2 met beginGeldigheid 1-1-2018.

  6. De eindGeldigheid moet geïnterpreteerd worden als geldig tot datum (niet tot en met), oftewel tot het moment dat de volgende versie (met een versie-identificatie dat met 1 wordt opgehoogd) ingaat. Bijvoorbeeld: versie 1 met eindGeldigheid 1-1-2018 heeft een versie 2 met beginGeldigheid 1-1-2018.

  7. Er mogen geen gaten zitten in de tijdslijn. Bijvoorbeeld: een versie met eindGeldigheid 31-12-2017 en een volgende versie met begindatum 2-1-2018. Er is dan een gat op 1-1-2018.

  8. Er mag geen overlap zitten in de tijdslijn. Bijvoorbeeld: een versie met eindGeldigheid 2-1-2018 en een volgende versie met beginGeldigheid 1-1-2018. Op 1-1-2018 zijn dan twee versies tegelijk geldig. (Let op het volgende punt!)

  9. Er kunnen meerdere geldige versies geldig zijn op één dag. Meerdere versies hebben dan dezelfde beginGeldigheid en er is dan een versie met dezelfde beginGeldigheid als de eindGeldigheid. De laatste versie van de dag is dan leidend, herkenbaar aan het hoogste versie-identificatie. Bijvoorbeeld: versie 3 heeft een beginGeldigheid 31-12018 en eindGeldigheid 31-1-2018. Versie 4 heeft een begindatum 31-1-2018 en een open (geen) einddatum. Op 31-1-2018 zijn er twee versies geldig, met elk beginGeldigheid 31-1-2018. Versie 4 heeft het hoogste versie-identificatie en is dus leidend. Versie 3 is en blijft wel geldig. Aan de formele historie, oftewel tijdstipRegistratie en eindRegistratie van versie 3, is te zien wanneer en hoe lang de materiële gegevens van deze versie 3 formeel geldig zijn geweest.

Gegevens buiten de actieve levenscyclus plaatsen

Er zijn situaties waarin een bronhouder een besluit (brondocument) intrekt of herziet. Bijvoorbeeld omdat een besluit beschrijft dat bepaalde gegevens in de toekomst ingaan en er een nieuw besluit wordt genomen die beschrijft dat deze gegevens toch niet in zullen gaan, bijvoorbeeld er wordt besloten om toch een andere straatnaam te hanteren alvorens de eerder besloten straatnaam in werking treedt.

Zowel het eerste besluit als het laatste besluit zijn brondocument voor de BAG en worden opgevoerd in de BAG-registratie van de bronhouder en aangeleverd aan de landelijke voorziening. Echter, alleen de gegevens van het laatste besluit zullen op enig moment in werking treden, omdat de eerdere gegevens zijn ingetrokken voor de inwerkingtreding.

Op deze manier kunnen gegevens waarvan de datum beginGeldigheid in de toekomst ligt, buiten de actieve levenscyclus worden geplaatst door de bronhouder, wat wordt aangeduid met de term 'inactief maken'. De bronhouder dient daarbij ook de voorgaande (actieve) versie inactief te maken om een geldige materiële tijdslijn te waarborgen.

Op het moment dat een bronhouder een versie van een object uit de actieve levenscyclus wil halen, kent de bronhouder een tijdstip (datum en tijd) toe aan het optionele attribuut tijdstipInactief met het moment waarop de bronhouder besluit om deze versie inactief te maken.

Naast het opgeven van een tijdstipInactief voor de gegevens waarvan de beginGeldigheid in de toekomst ligt, geeft de bronhouder ook voor de voorgaande versie van het object aan dat deze inactief wordt door een datum en tijd te specificeren voor tijdstipInactief. Doordat de versie van het object daar weer voor een eindGeldigheid datum heeft, die niet in de toekomst maar in het verleden ligt, kan er een nieuwe versie worden opgevoerd met een lege eindGeldigheid (de nieuwe actieve en geldige versie).

Met het opnemen van het attribuut Inactief met een datum-tijd wordt kenbaar gemaakt dat deze versie van het object inactief is. Na het inactief maken van een versie ontstaat er een nieuwe levenscyclus, waar de versie die inactief is gemaakt nog steeds wel deel van uitmaakt. De inactieve versie maakt echter geen deel meer uit van de actieve levenscyclus. Als het attribuut Inactief niet voorkomt bij een versie van een object, dan behoren deze gegevens tot de actieve levenscyclus van het object.

Samenvatting

Deze paragraaf geeft een samenvatting van de beschrijvingen in paragrafen 9.1.1, 9.1.2 en 9.1.3 van de implementatie van historie in de BAG (zie Tabel 124).

Overzicht implementatie historie BAG

Attribuut

Kardinaliteit

Type

Opmaak

versie-identificatie

[1]

Integer

beginGeldigheid

[1]

Date

jjjj-dd-mm

eindGeldigheid

[0..1]

Date

jjjj-dd-mm

tijdstipRegistratie

[1]

DateTime

jjjj-dd-mmTuu:mm:ss.sss

eindRegistratie

[0..1]

DateTime

jjjj-dd-mmTuu:mm:ss.sss

tijdstipRegistratieLV

[0..1]

DateTime

jjjj-dd-mmTuu:mm:ss.sss

tijdstipInactief

[0..1]

DateTime

jjjj-dd-mmTuu:mm:ss.sss

In onderzoek

In § 4.8 wordt beschreven welke attributen en relaties van objecten in onderzoek geplaatst kunnen worden. In deze paragraaf wordt gespecificeerd op welke wijze in onderzoek moet worden geïmplementeerd in een logisch model IMBAG.

In onderzoek wordt geïmplementeerd middels een object Onderzoek. In dit objecttype worden de volgende gegevens van een inonderzoekplaatsing vastgelegd:

  1. De identificatie van het object dat in onderzoek is geplaatst.

  2. De naam van het kenmerk of de attribuutsoort of de relatiesoort van het object dat in onderzoek is geplaatst. Per object kunnen bepaalde attributen en relaties in onderzoek worden geplaatst conform § 4.8 van deze catalogus.

  3. Het nummer van het document waarin de grondslag van het onderzoek wordt vastgelegd. Dit wordt vastgelegd in het attribuut documentnummer.

  4. De datum van het document waarin de grondslag van het onderzoek wordt vastgelegd. Dit wordt vastgelegd in het attribuut documentnummer.

  5. De datum waarop het attribuut van een object bij bronhouder in onderzoek is geplaatst. Dit behoort tot de materiële historie van het object Onderzoek en wordt vastgelegd in het attribuut beginGeldigheid (datum).

  6. De datum waarop het onderzoek naar het attribuut door bronhouder is afgerond. Dit behoort tot de materiële historie en wordt vastgelegd in het attribuut eindGeldigheid (datum).

  7. Het tijdstip waarop het onderzoek is geregistreerd bij de bronhouder. Dit behoort tot de formele historie van het object Onderzoek en wordt vastgelegd in het attribuut tijdstipRegistratie (datum/tijd).

  8. Het tijdstip waarop de registratie van het onderzoek is beëindigd bij de bronhouder. Dit behoort tot de formele historie van het object Onderzoek en wordt vastgelegd in het attribuut eindRegistratie (datum/tijd).

  9. Het tijdstip waarop het onderzoek is geregistreerd in de landelijke voorziening. Dit wordt vastgelegd in het attribuut tijdstipRegistratieLV (datum/tijd).

Formele patronen

In hoofdstuk 5 en hoofdstuk 8 worden de patronen van attributen in mensleesbare taal

beschreven. Om interpretatieverschillen en inconsistentie in de BAG-keten te voorkomen specificeert Tabel 125 deze patronen als formele patronen met behulp van reguliere expressies.

Formele patronen

Objecttype

Attribuut

Mensleesbare taal

Formeel patroon

Woonplaats

identificatie

Een natuurlijk getal tussen 0001 en 9999

^[0-9]{3}[1-9] \ | [0-9]{2}[1-9][09] \ | [0-9][1-9][09]{2} \ | [1-9][0-9] {3}$

Openbare ruimte

identificatie

Combinatie van het (viercijferig) subdomein 'gemeentecode' (volgens Tabel 33 Gemeententabel van de Landelijke Tabellen BRP), het(tweecijferig) subdomein 'objecttypecode' en een voor het betreffende objecttype binnen een gemeente uniek (tiencijferig) subdomein 'objectvolgnummer'

^[0-9] {4}[0-9] {2}[0-9] {10}$

Nummeraanduiding

identificatie

Combinatie van het (viercijferig) subdomein 'gemeentecode' (volgens Tabel 33 Gemeententabel van de Landelijke Tabellen BRP), het (tweecijferig) subdomein 'objecttypecode' en een voor het betreffende objecttype binnen een gemeente uniek (tiencijferig) subdomein 'objectvolgnummer'

^[0-9]{4}[0-9] {2}[0-9] {10}$

Nummeraanduiding

huisnummer

Een natuurlijk getal tussen 1 en 99999

^[1-9] [0-9] {0,4}$

Nummeraanduiding

huisletter

Een hoofdletter (A – Z) of kleine letter (a – z)

^[a-zA-Z]{1}$

Nummeraanduiding

Huisnummer-toevoeging

Maximaal vier alfanumerieke tekens bestaande uit een combinatie van hoofdletters (A – Z), kleine letters (a – z) en/of cijfers (0 – 9)

^[0-9azA-Z] {1,4}$

Nummeraanduiding

postcode

Combinatie van vier cijfers (0 – 9) en twee hoofdletters (A – Z)

^[1-9] [0-9]{3} [A-Z]{2}$

Pand

identificatie

Combinatie van het (viercijferig) subdomein 'gemeentecode' (volgens Tabel 33 Gemeententabel van de Landelijke Tabellen BRP), het (tweecijferig) subdomein 'objecttypecode' en een voor het betreffende objecttype binnen een gemeente uniek (tiencijferig) subdomein 'objectvolgnummer'

^[0-9] {4}[0-9] {2}[0-9] {10}$

Ligplaats

identificatie

Combinatie van het (viercijferig) subdomein 'gemeentecode' (volgens Tabel 33 Gemeententabel van de Landelijke Tabellen BRP), het (tweecijferig) subdomein 'objecttypecode' en een voor het betreffende objecttype binnen een gemeente uniek (tiencijferig) subdomein 'objectvolgnummer'

^[0-9] {4}[0-9] {2}[0-9] {10}$

Standplaats

identificatie

Combinatie van het (viercijferig) subdomein 'gemeentecode' (volgens Tabel 33 Gemeententabel van de Landelijke Gemeententabel van de Landelijke Tabellen BRP), het (tweecijferig) subdomein 'objecttypecode' en een voor het betreffende objecttype binnen een gemeente uniek (tiencijferig) subdomein 'objectvolgnummer'

^[0-9] {4}[0-9] {2}[0-9] {10}$

Verblijfsobject

identificatie

Combinatie van het (viercijferig) subdomein 'gemeentecode' (volgens Tabel 33 Gemeententabel van de Landelijke Tabellen BRP), het (tweecijferig) subdomein 'objecttypecode' en een voor het betreffende objecttype binnen een gemeente uniek (tiencijferig) subdomein 'objectvolgnummer'

^[0-9] {4}[0-9] {2}[0-9] {10}$

Verblijfsobject

oppervlakte

Een natuurlijk getal tussen 1 en 999999

^[1-9] [0-9] {0,5}$

Objectafbakening

Inleiding

Om de Basisregistratie Adressen en Gebouwen te kunnen laten functioneren is het noodzakelijk om de landelijke uniformiteit van de inhoud van de basisregistratie te waarborgen. Hiervoor is het noodzakelijk om regels te geven voor het herkennen van objecten. Dit hoofdstuk van de catalogus geeft deze regels en gaat over het kijken naar de werkelijkheid door de bril van de BAG, met de bedoeling om de objecten te herkennen waarover de BAG gegevens bijhoudt. Terwijl dit hoofdstuk dus beschrijft over welke dingen uit de werkelijkheid de BAG gegevens bijhoudt, gaan de andere hoofdstukken vooral over welke gegevens dat zijn en hoe het bijhouden gebeurt.

Toekenning van nummeraanduidingen

Een verblijfsobject, standplaats of ligplaats heeft een nummeraanduiding voor het hoofdadres en kan een of meer nummeraanduidingen voor nevenadressen hebben. Een nevenadres mag alleen worden toegekend wanneer er meerdere relevante toegangen zijn en een toegang een wezenlijke betekenis heeft bij het aanduiden van het object, zoals een leveranciersingang.

Een nevenadres is een eigenschap van het geheel van hetzelfde verblijfsobject of dezelfde standplaats of ligplaats als het hoofdadres en niet van slechts een gedeelte ervan.

Vaststelling van openbare ruimten

De vaststelling van een openbare ruimte volgt uit de formele aanwijzing van de openbare ruimte door het bevoegde gemeentelijke orgaan.

Als een nummeraanduiding is gelegen aan een openbare ruimte in het buitenland, registreert de gemeente de buitenlandse openbare ruimte alsof deze in de woonplaats van de nummeraanduiding is gelegen.

Indeling in woonplaatsen

De indeling in woonplaatsen volgt uit de formele aanwijzing van woonplaatsen door het bevoegde gemeentelijke orgaan.

Afbakening van ligplaatsen

De afbakening van een ligplaats volgt uit de formele aanwijzing van de ligplaats door het bevoegde gemeentelijke orgaan. Voor de afbakening van een ligplaats is het niet relevant of de plaats in het water als zodanig in gebruik is.

Afbakening van panden

Picture 2
Beslisboom voor de afbakening van panden

START

Voor deze beslisboom (zie Figuur 4) deelt de bronhouder een bouwkundige constructie op in een of meer bouwwerken en toetst deze elk afzonderlijk aan de definitie van een pand.

1. Was het bouwwerk bij de totstandkoming een bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid?

Een bouwwerk is een bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid als het slopen ervan redelijkerwijs geen aangrenzende bouwkundige constructies zal doen instorten. Elk bouwwerk dat onderdeel uitmaakt van een serie van naast elkaar gebouwde en overwegend gelijkvormige bouwwerken, wordt geacht een bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid te zijn.

Een bouwkundig-constructief onzelfstandige verbinding tussen bouwkundig-constructief zelfstandige bouwwerken, zoals een loopbrug of een ondergrondse doorgang, wordt afgebakend als een deel van een van de verbonden bouwwerken.

Bouwwerken die deels over elkaar zijn gebouwd, maar wel onafhankelijk van elkaar bouwkundig-constructief zelfstandig zijn, worden onafhankelijk van elkaar afgebakend.

2. Was het bouwwerk bij de totstandkoming een functioneel zelfstandige eenheid?

Een pand huisvest bij de totstandkoming nul, een of meer gehele verblijfsobjecten. Daarna mag een verblijfsobject wel in meerdere panden liggen, omdat de afbakening van bestaande panden niet wordt aangepast bij het samenvoegen van verblijfsobjecten.

Een bouwwerk is geen afzonderlijk pand als dit bouwwerk bij de totstandkoming exclusief ondersteunend is aan het bouwwerk waartegen het rechtstreeks is aangebouwd. Het maakt hierbij niet uit of:

Dergelijke aangebouwde bouwwerken die exclusief ondersteunend zijn aan hetzelfde bouwwerk, vormen voor de afbakening van panden een ondeelbare eenheid met het bouwwerk waaraan ze ondersteunend zijn.

3. Is het bouwwerk direct met de aarde verbonden?

Een pand moet een directe constructieve verbinding met de aarde hebben. Het geheel of gedeeltelijk stapelen van panden kan uitsluitend als al deze panden onafhankelijk van elkaar bouwkundig-constructief zelfstandig zijn.

4. Is het bouwwerk duurzaam met de aarde verbonden?

Een bouwwerk kan geen pand zijn als het naar aard en constructie als geheel verplaatsbaar is. Het is verplaatsbaar als het zonder scheiding van integrerende onderdelen die tezamen het bouwwerk vormen, kan worden aangevoerd, verplaatst of afgevoerd. Een subjectieve intentie tot duurzame aanwezigheid is niet doorslaggevend. Elementen die zijn toegevoegd aan een bouwwerk dat op zichzelf verplaatsbaar is (zoals een tochtportaal voor de ingang van een stacaravan) zijn geen integrerende onderdelen.

Dergelijke toevoegingen zijn niet verweven met het geheel, omdat na het verwijderen ervan nog steeds een geheel overblijft dat op zichzelf kan functioneren.

Als duidelijk is dat een bouwwerk dat aan de definitie van een pand kan voldoen, slechts gedurende beperkte tijd zal bestaan, ligt opname in de registratie niet zonder meer in de rede.

5. Is het bouwwerk volledig door wanden omsloten en heeft het een dichte dakconstructie?

Een pand moet bij de totstandkoming over de volledige hoogte zijn omsloten door wanden en een dichte dakconstructie hebben. Beweegbare delen in de gevel, het dak of de laagstgelegen vloer, zoals deuren en ramen, te openen lichtkappen en kruipluiken worden op grond van NEN 2580:2007 niet als permanente openingen beschouwd. Hetzelfde geldt voor ventilatieopeningen en -kanalen in de gevel, in het dak of in de vloer, zelfs als deze niet afsluitbaar zijn. Hekken, roosterwerken en gaasafzettingen zijn op grond van NEN 2580:2007 wel permanente openingen. Beweegbare delen hoeven niet aanwezig zijn, mits ze wel eenvoudig kunnen worden geplaatst.

Een pand heeft geen andere beweegbare delen dan die voor het openen en sluiten van openingen in de gevel, het dak of de laagstgelegen vloer. Eventuele andere beweegbare delen aan het pand worden niet als permanente openingen beschouwd, mits het bouwwerk tezamen met deze beweegbare delen volledig door wanden is omsloten en een dichte dakconstructie heeft. Beweegbare delen die volledig zijn omsloten door niet-beweegbare, blijven buiten beschouwing.

Een schuur of stal met openingen in de gevel op circa een meter hoogte wordt als volledig door wanden omsloten beschouwd.

Een pand hoeft geen dichte vloerconstructie te hebben op het grensvlak met de bodem.

Niet-afsluitbare openingen die permanent via de vloer in verbinding staan met buiten, zijn daarom toegestaan, bijvoorbeeld voor een trap of een andere voorziening voor verticaal verkeer of voor het open water in een botenhuis.

Definities uit NEN 2580:2007 zijn overgenomen met toestemming van NEN te Delft, www.nen.nl.

BRONNEN [26]NEN 2580:2007, artikel 2.1.2: Een binnenruimte is een "ruimte die aan alle zijden volledig wordt begrensd door bouwkundige scheidingsconstructies." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. h ttps://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm
[27]NEN 2580:2007, toelichting bij artikel 2.1.2: "Een binnenruimte is in beginsel aan alle kanten omsloten door wanden over de volledige hoogte en voorzien van een dichte vloerconstructie aan zowel de onder-als bovenzijde." [...] "Beweegbare delen in de gevel, het dak of de laagstgelegen vloer, zoals deuren en ramen, te openen lichtkappen en kruipluiken worden niet als permanente openingen beschouwd. Hetzelfde geldt voor ventilatieopeningen en -kanalen in de gevel, in het dak of in de vloer, zelfs als deze niet afsluitbaar zijn." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN -Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm
[28]NEN 2580:2007, artikel 2.1.3: Een gebouwgebonden buitenruimte is een "ruimte die door het deels ontbreken van uitwendige bouwkundige scheidingsconstructies permanent in open verbinding staat met de bodem en/of de buitenlucht. OPMERKING: Gebouwgebonden buitenruimten worden onderscheiden in: overdekte gebouwgebonden buitenruimten en niet-overdekte gebouwgebonden buitenruimten." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-2 5802007-nl.htm
[29]NEN 2580:2007, toelichting bij artikel 2.1.3: "Ruimten, die plaatselijk van de buitenlucht zijn gescheiden door een hek, roosterwerk of gaasafzetting, zoals half verdiepte parkeergarages en opslagruimten voor gasflessen, worden daarentegen (zie 2.1.2) wel als gebouwgebonden buitenruimten opgevat. Een toegankelijke kruipruimte met een hoogte van 1,5 m of meer en zonder verharde vloer (bijvoorbeeld zandgrond) kan niet als binnenruimte worden aangemerkt, omdat een bouwkundige scheidingsconstructie op het grensvlak met de bodem ontbreekt. Een dergelijke kruipruimte wordt als gebouwgebonden buitenruimte beschouwd. Onder de term 'bodem' wordt ook open water verstaan. Een botenhuis moet om die reden eveneens als gebouwgebonden buitenruimte worden gekwalificeerd.” Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-2 5802007-nl.htm
[30]NEN 2580:2007, artikel 2.2.9: "ruimte of voorziening voor verticaal verkeer: ruimte of voorziening voor de verkeersafwikkeling tussen de bouwlagen van een gebouw". Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm
[31]NEN 2580:2007, toelichting bij artikel 2.2.9: "Voorbeelden van ruimten voor verticaal verkeer zijn trappenhuizen inclusief rooksluizen en liftschachten. Voorbeelden van voorzieningen voor verticaal verkeer zijn (rol)trappen, hefplateaus en hellingbanen, die deel uitmaken van ruimten met andere functies. Als voorwaarde voor verticaal verkeer geldt dat er sprake moet zijn van circulatie tussen de onderscheiden bouwlagen van een gebouw. Buiten beschouwing blijven de voorzieningen, zoals (rol)trappen, hefplateaus en hellingbanen, die een niveauverschil van minder dan 1,5 m overbruggen. Dergelijke hoogteverschillen blijven immers binnen één bouwlaag." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm

6. Is het bouwwerk betreedbaar?

Een pand moet bij de totstandkoming voor mensen toegankelijk zijn en voldoende stahoogte bieden aan een volwassen persoon.

Een pand dient bij de totstandkoming te beschikken over een of meer verticale toegangsdeuren waardoor mensen naar binnen kunnen. Een bouwwerk dat uitsluitend beschikt over andersoortige toegangen, zoals een horizontaal toegangsluik, wordt niet als pand afgebakend.

Een pand dat na een verbouwing geen eigen toegang meer heeft, blijft een apart pand.

7. Is het bouwwerk de kleinste eenheid die aan alle criteria voldoet?

Een pand moet ondeelbaar zijn en mag bij de totstandkoming niet kunnen worden opgedeeld in kleinere eenheden die elk afzonderlijk aan de definitie van een pand voldoen.

8. Betreft het bouwwerk een uitzondering?

Voor de afbakening van panden gelden drie uitzonderingen:

9. Baken het bouwwerk af als pand

Dit bouwwerk voldoet aan de BAG-definitie van een pand.

10. Het bouwwerk is geen pand

Hoewel dit bouwwerk op zichzelf geen pand is, kan het wel geheel of gedeeltelijk onderdeel zijn van een pand of, opgeknipt in delen, onderdeel zijn van meerdere panden.

KLAAR

Afbakening van standplaatsen

De afbakening van een standplaats volgt uit de formele aanwijzing van de standplaats door het bevoegde gemeentelijke orgaan.

Voor de afbakening van een standplaats is het niet relevant of het terrein als zodanig in gebruik is.

Afbakening van verblijfsobjecten

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, ontwerp
Beslisboom voor de afbakening van verblijfsobjecten

START

Voor deze beslisboom (zie Figuur 5) deelt de bronhouder een pand of een reeks van panden op in ruimten (niet te verwarren met bijvoorbeeld binnenruimten in de zin van NEN 2580:2007 of verblijfsruimten in de zin van het Bouwbesluit 2012) en toetst elk van deze ruimten afzonderlijk aan de definitie van een verblijfsobject.

Bij het opdelen van panden in ruimten zoekt de bronhouder naar de kleinste eenheid van gebruik. Hierbij redeneert de bronhouder van binnen naar buiten. De binnenste eigen toegang bepaalt waar een verblijfsobject begint, mits de ruimte achter deze toegang voldoet aan de definitie van een verblijfsobject.

Vanuit informatiekundig oogpunt zou het afbakenen van verblijfs-en andere objecten moeten plaatsvinden zonder eerst naar het gebruiksdoel of andere attribuutwaarden te kijken. Voor de praktijk van de BAG is het echter nodig dat bijvoorbeeld een garage bij een woning geen verblijfsobject wordt als er een bed in wordt gezet, terwijl wel een verblijfsobject kan ontstaan indien er een bureau in wordt geplaatst voor de uitoefening van een beroep of bedrijf (mits de garage in beide situaties in alle andere opzichten zelfstandig kan voldoen aan de definitie van een verblijfsobject).

BRONNEN [32]NEN 2580:2007, artikel 2.1.2: Een binnenruimte is een "ruimte die aan alle zijden volledig wordt begrensd door bouwkundige scheidingsconstructies." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. h ttps://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm

1. Betreft de ruimte een of meer binnenruimten binnen een of meer panden?

Een verblijfsobject is een eenheid van gebruik die bestaat uit een of meer binnenruimten binnen een of meer panden. Deze binnenruimten moeten voldoen aan de definitie van een binnenruimte volgens NEN 2580:2007.

Een verblijfsobject moet over de volledige hoogte zijn omsloten door wanden en een dichte plafond-of dakconstructie en een dichte vloerconstructie hebben. Beweegbare delen in de gevel, het dak of de laagstgelegen vloer, zoals deuren en ramen, te openen lichtkappen en kruipluiken worden op grond van NEN 2580:2007 niet als permanente openingen beschouwd. Hetzelfde geldt voor ventilatieopeningen en -kanalen in de gevel, in het dak of in de vloer, zelfs als deze niet afsluitbaar zijn. Hekken, roosterwerken en gaasafzettingen zijn op grond van NEN 2580:2007 wel permanente openingen.

Verblijfsobjecten zijn bij de totstandkoming van een pand volledig gelegen binnen dat pand. Na een verbouwing kan een verblijfsobject zich uitstrekken over meerdere aaneengesloten panden.

Definities uit NEN 2580:2007 zijn overgenomen met toestemming van NEN te Delft, www.nen.nl.

BRONNEN [33]NEN 2580:2007, artikel 2.1.2: Een binnenruimte is een "ruimte die aan alle zijden volledig wordt begrensd door bouwkundige scheidingsconstructies." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. h ttps://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm
[34]NEN 2580:2007, toelichting bij artikel 2.1.2: "Een binnenruimte is in beginsel aan alle kanten omsloten door wanden over de volledige hoogte en voorzien van een dichte vloerconstructie aan zowel de onder-als bovenzijde. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk bijvoorbeeld bij een vide. De aard van de vloeropening en de grootte in relatie tot de totale vloeroppervlakte zullen dan moeten uitwijzen of er sprake is van één binnenruimte of twee of meer binnenruimten, die niet volledig van elkaar zijn gescheiden. Dit onderscheid kan van belang zijn voor het vaststellen van de inhoud van afzonderlijke ruimten. Beweegbare delen in de gevel, het dak of de laagstgelegen vloer, zoals deuren en ramen, te openen lichtkappen en kruipluiken worden niet als permanente openingen beschouwd. Hetzelfde geldt voor ventilatieopeningen en -kanalen in de gevel, in het dak of in de vloer, zelfs als deze niet afsluitbaar zijn. Installatieruimten zoals bedoeld voor het stoken van aardgasapparatuur, containerruimten voor vuilnis of fietsenstallingen die volledig zijn omsloten maar wel continu door een ventilatierooster met buitenlucht worden geventileerd, moeten daarom als binnenruimten worden beschouwd." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007nl.htm
[35]NEN 2580:2007, artikel 2.1.3: Een gebouwgebonden buitenruimte is een "ruimte die door het deels ontbreken van uitwendige bouwkundige scheidingsconstructies permanent in open verbinding staat met de bodem en/of de buitenlucht. OPMERKING: Gebouwgebonden buitenruimten worden onderscheiden in: overdekte gebouwgebonden buitenruimten en niet-overdekte gebouwgebonden buitenruimten." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-2 5802007-nl.htm
[36]NEN 2580:2007, toelichting bij artikel 2.1.3: "Ruimten, die plaatselijk van de buitenlucht zijn gescheiden door een hek, roosterwerk of glasafzetting, zoals half verdiepte parkeergarages en opslagruimten voor gasflessen, worden daarentegen (zie 2.1.2) wel als gebouwgebonden buitenruimten opgevat. Een toegankelijke kruipruimte met een hoogte van 1,5 m of meer en zonder verharde vloer (bijvoorbeeld zandgrond) kan niet als binnenruimte worden aangemerkt, omdat een bouwkundige scheidingsconstructie op het grensvlak met de bodem ontbreekt. Een dergelijke kruipruimte wordt als gebouwgebonden buitenruimte beschouwd. Onder de term 'bodem' wordt ook open water verstaan. Een botenhuis moet om die reden eveneens als gebouwgebonden buitenruimte worden gekwalificeerd." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-2 5802007-nl.htm

2. Is er binnen de ruimte sprake van aaneengesloten samenhangend gebruik?

Bij een verblijfsobject staat het samenhangende gebruik van een ruimte centraal. Er dient in ruimtelijke zin sprake te zijn van een eenheid van gebruik.

Er kan alleen sprake zijn van een eenheid van gebruik als die eenheid exclusief beschikt over alle basisvoorzieningen die zijn vereist voor alle gebruiksdoelen van het verblijfsobject.

Per gebruiksdoel zijn de minimaal vereiste basisvoorzieningen:

De basisvoorzieningen houden in dat een verblijfsobject tezamen met zowel alle nabijgelegen ondersteunende ruimten die exclusief ondersteunend zijn aan het verblijfsobject als met alle nabijgelegen openbaar toegankelijke binnenruimten, minimaal moet beschikken over:

De binnenruimten van een verblijfsobject moeten onderling binnendoor bereikbaar zijn zonder het verblijfsobject te verlaten. Binnenruimten aan weerszijden van bouwkundige scheidingsconstructies tussen bouwwerken die tezamen een ondeelbare eenheid vormen in de afbakening van panden (zie stap 2 van § 10.6) en die elk alleen daarom niet zelfstandig voldoen aan de definitie van een pand, worden hierbij geacht onderling binnendoor bereikbaar te zijn als het ontbreken van openingen in dergelijke scheidingsconstructies de enige belemmering vormt om een groter verblijfsobject af te bakenen. Zo maakt een garagebox die rechtstreeks tegen een woning is aangebouwd en exclusief ondersteunend is aan de woning, samen met de woning deel uit van hetzelfde verblijfsobject, ongeacht of de garagebox vanuit de woning alleen te bereiken is door in de openlucht te komen.

3. Is de ruimte ontsloten via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf en/of een gedeelde verkeersruimte of geldt er een specifieke regel?

Een verblijfsobject moet beschikken over een of meer eigen afsluitbare toegangen vanaf de openbare weg, een erf en/of een gedeelde verkeersruimte, tenzij een specifieke regel in deze catalogus toestaat dat een verblijfsobject is ontsloten via een ander verblijfsobject. Ongeacht hoe de ruimte is ontsloten, maken gedeelde verkeersruimten nooit deel uit van het verblijfsobject.

Specifieke regel voor ziekenhuizen

Een ziekenhuis als geheel zal in het algemeen worden aangemerkt als één verblijfsobject. De gebruikelijke situatie zal zijn dat een groot ziekenhuis wordt beschouwd als één pand met één verblijfsobject. Eventuele inpandige zelfstandige ruimten (zoals bijvoorbeeld een zelfstandig afsluitbaar restaurant of een zelfstandig functionerende en afsluitbare praktijk voor fysiotherapie) worden als verblijfsobject onderscheiden mits ze beschikken over een eigen toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Dat geldt ook als de toegang tot deze ruimte loopt via een hal of gang van het ziekenhuis. Bekeken vanuit de zelfstandige praktijkruimte of het restaurant in het ziekenhuis functioneren de hal en de gangen van het ziekenhuis als ontsluiting. Ruimtes voor specialistische artsen en poliklinieken worden beschouwd als integraal onderdeel van het ziekenhuis en worden niet als verblijfsobject afgebakend.

Specifieke regel voor twee-over-een-trapwoningen

Een type woning dat in oude kernen soms voorkomt, zijn de twee-over-een-trapwoningen. In een tweeover-

een-trapwoning moet men via het trappenhuis (de hal van) de woning van iemand anders doorkruisen om de eigen woning te bereiken. Er is geen sprake van een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg of een gedeelde verkeersruimte. Volgens de definitie van een verblijfsobject zouden deze eenheden geen verblijfsobjecten zijn. In deze gevallen is dat ongewenst en wordt een uitzondering op de definitie gemaakt: de eenheden bij een twee-over-een-trapwoning worden wel als afzonderlijke verblijfsobjecten afgebakend.

Specifieke regel voor zorgcomplexen

Het kan zijn dat een gedeelte van het complex per kamer zal worden afgebakend, terwijl een ander deel één verblijfsobject vormt, dat dan bestaat uit bijvoorbeeld een bijeenkomstruimte, verpleegkamers, keuken en dergelijke. Daarbij kan zich de situatie voordoen dat de hal en gang van het grote verblijfsobject ook dienen ter ontsluiting van de los afgebakende kamers.

Specifieke regel voor studentencomplexen

Een deel van een verblijfsobject kan tegelijkertijd dienen als ontsluiting voor andere verblijfsobjecten.

Specifieke regel voor recepties bij de toegang van een gebouw

Als een ruimte met een receptie voldoet aan de definitie van een verblijfsobject, dan wordt deze ruimte afgebakend als verblijfsobject. Als het afbakenen van de ruimte met de receptie tot gevolg zou hebben dat andere ruimten hun eigen toegang tot de openbare weg, een erf en/of een gedeelde verkeersruimte kwijtraken en alleen daardoor niet meer zelfstandig aan de definitie van een verblijfsobject voldoen, dan dient het verblijfsobject met de receptie als ontsluiting voor de daarachter gelegen verblijfsobjecten.

4. Is de ruimte dermate groot dat een persoon er duurzaam kan verblijven?

Een verblijfsobject is voor mensen toegankelijk en heeft voldoende stahoogte voor een volwassen persoon.

Een verblijfsobject moet beschikken over een of meer verticale toegangsdeuren. Een ruimte die uitsluitend beschikt over andersoortige toegangen, zoals een horizontaal toegangsluik, wordt niet als verblijfsobject afgebakend.

5. Heeft de ruimte een afsluitbare toegang?

Een verblijfsobject moet exclusief te gebruiken zijn. Alle toegangen van een verblijfsobject moeten daarom afsluitbaar zijn. Sloten en beweegbare delen in de gevel, het dak of de laagstgelegen vloer, zoals deuren en ramen, te openen lichtkappen en kruipluiken hoeven niet aanwezig zijn, mits deze wel eenvoudig kunnen worden geplaatst.

6. Kan de ruimte onderwerp zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen?

Een ruimte die niet onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen, zoals koop en verkoop, bijvoorbeeld een hotelkamer, een slaapruimte in een verzorgingshuis of een cel in een gevangenis, kan geen verblijfsobject zijn.

7. Is de ruimte ondersteunend aan een nabijgelegen verblijfsobject, standplaats of ligplaats?

Een ondersteunende ruimte die exclusief ondersteunend is aan een nabijgelegen verblijfsobject, standplaats of ligplaats, wordt niet als verblijfsobject afgebakend, bijvoorbeeld een kelderbox bij een flatwoning.

Andere ondersteunende ruimten worden afgebakend als verblijfsobject als ze aan de definitie van een verblijfsobject voldoen, bijvoorbeeld garageboxen onder of bij een flatgebouw of afgelegen stallen.

Een ruimte die niet langer ondersteunend is, wordt afgebakend als verblijfsobject als deze ruimte voldoet aan de definitie van een verblijfsobject, ongeacht of de ruimte zich bevindt in een aangebouwd bouwwerk of niet, bijvoorbeeld als een vrijstaande schuur bij een boerderij wordt omgebouwd tot kampeerboerderij.

BRONNEN [37]NEN 2580:2007, artikel 4.5.2. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm

8. Is de ruimte de kleinste eenheid die aan alle criteria voldoet?

Een verblijfsobject moet ondeelbaar zijn en mag bij de afbakening niet kunnen worden opgedeeld in kleinere eenheden die elk afzonderlijk aan de definitie van een verblijfsobject voldoen.

9. Betreft de ruimte een uitzondering?

Voor de afbakening van verblijfsobjecten geldt een uitzondering:

10. Baken de ruimte af als verblijfsobject

Deze ruimte voldoet aan de BAG-definitie van een verblijfsobject.

11. De ruimte is geen verblijfsobject

Hoewel deze ruimte op zichzelf geen verblijfsobject is, kan het wel geheel of gedeeltelijk onderdeel zijn van een verblijfsobject of, opgeknipt in delen, onderdeel zijn van meerdere verblijfsobjecten.

KLAAR

Begrippen & afkortingen

Attribuutsoort

De typering van gelijksoortige gegevens die voor een objecttype van toepassing is. (bron: MIM 1.0)

Complex gegevenstype

Een gegevenstype dat is samengesteld uit meerdere gegevenselementen.

Enumeratie

Een gegevenstype waarvan de mogelijke waarden limitatief zijn opgesomd in een statische lijst. (bron: MIM 1.0)

Gegeven

De betekenisvolle formulering van een waargenomen feit, waaraan een waarde kan worden toegekend. (bron: MIM 1.0)

Gegevenselement

Een type dat gebruik kan worden als element voor een complex gegevenstype.

GML

Geography Markup Language (GML) is een door het Open Geospatial Consortium (OGC) ontwikkelde en op XML gebaseerde standaard voor het uitwisselen van geografische informatie.

Informatiemodel

Een informatiemodel (ook wel gegevensspecificatie of dataspecificatie genoemd) beschrijft schematisch de afspraken over begrippen en definities van gegevens binnen een bepaald domein. Dit vereenvoudigt de uitwisseling van informatie.

MIM

Het nationaal metamodel voor informatiemodellering, dat is ontwikkeld door VNG Realisatie, Kadaster en Geonovum.

Mogelijk geen waarde

Het attribuut of de relatie waarvan de waarde in de werkelijkheid wel bestaat, kan mogelijk geen waarde hebben omdat de waarde niet bekend is. (bron: MIM 1.0)

Object

Een ding, een tastbaar iets in de werkelijkheid, zoals daarnaar gekeken wordt vanuit een bepaald domein. (bron: MIM 1.0)

Objecttype

De typering van een groep objecten (in de werkelijkheid) die binnen een domein relevant zijn en als gelijksoortig worden beschouwd. (bron: MIM 1.0)

Relatierol

De benaming van de manier waarop een object deelneemt aan een relatie met een ander object. (bron: MIM 1.0)

Relatiesoort

De typering van het structurele verband tussen een object van een objecttype en een (ander) object van een ander (of hetzelfde) objecttype. (bron: MIM 1.0)

UML

Unified Modeling Language (UML) is een gestandaardiseerde modelleertaal waarmee ontwikkelaars elementen van een systeem kunnen specificeren, visualiseren, opbouwen en documenteren.

Union

Gestructureerd gegevenstype, waarmee wordt aangegeven dat er meer dan een mogelijkheid is voor het gegevenstype van een attribuut. Het attribuut zelf krijgt als gegevenstype de union. De union biedt een keuze uit verschillende gegevenstypen, elk afzonderlijk beschreven in een union-element. (bron: MIM 1.0)

Union-element

Een type dat gebruikt kan worden voor het attribuut zoals beschreven in de definitie van Union. Het union-element is een onderdeel van een Union, uitgedrukt in een eigenschap (attribuut) van een union, die als keuze binnen de Union is gerepresenteerd. (bron: MIM 1.0)

Voetnoten

  1. De Wet basisregistraties adressen en gebouwen is conform artikel 46 van deze wet in 2013 geëvalueerd door de Auditdienst Rijk in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het evaluatierapport is begin 2014 opgeleverd en op 25 april 2014 aan de Tweede Kamer verzonden. https://www.geobasisregis traties.nl/basisregistraties/adressen-en-gebouwen/evaluatie-bag/evaluatie-onderzoek-bag-door-auditdienst-rijk

  2. Memorie van toelichting bij de wijziging van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en de Kadasterwet, kamerstukken II, 2008/09, 31 726, nr. 3, 7 oktober 2008: "Uitgangspunt blijft uiteraard dat registratie plaatsvindt op basis van de originele brondocumenten. Het gebruik van een formaliseringsbeslissing als brondocument dient beperkt te zijn tot die gevallen waarin er geen origineel brondocument bestaat of zo’n document slechts met onevenredige inspanning kan worden achterhaald. Het ontbreken van een brondocument kan zich bijvoorbeeld voordoen indien voor een pand geen bouwvergunning bestaat. Dit kan zeer oude, vergunningvrije of illegale bouw betreffen. In dit verband dient uitdrukkelijk te worden opgemerkt dat een formaliseringsbeslissing in het kader van de registratie uitsluitend een administratieve achtergrond heeft en geen legalisering of ander (rechts)gevolg inhoudt. Overigens is denkbaar dat in sommige gevallen wel een brondocument heeft bestaan, dat echter door een calamiteit of anderszins teniet is gegaan." https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31726-3.html

  3. Besluit van 6 juli 2017 tot wijziging van het Besluit basisregistraties adressen en gebouwen in verband met modernisering en vereenvoudiging van de registratie, artikel I, onderdeel C: "Hoofdstuk 2 komt te luiden: Hoofdstuk 2. Brondocumenten. Artikel 7. Krachtens artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden als brondocument voor de basisregistratie aangewezen: a. een beslissing tot indeling van het grondgebied van de gemeente in een of meer woonplaatsen, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; b. een beslissing tot vaststelling van een openbare ruimte, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; c. een beslissing tot toekenning van een nummeraanduiding, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; d. een document waaruit blijkt welke postcode door de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van postcodes is toegekend aan een nummeraanduiding; e. een beslissing tot verlening van een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming voor het bouwen, veranderen of slopen van een pand of verblijfsobject, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; f. een reactie van een bestuursorgaan op een melding of kennisgeving waardoor het vereiste van een vergunning of toestemming, bedoeld in onderdeel e, wordt opgeheven; g. een melding of kennisgeving van de aanvang van bouwwerkzaamheden voor nieuwbouw en het gereedkomen van bouw- of sloopwerkzaamheden voor nieuwbouw, verbouw en sloop met betrekking tot een pand of verblijfsobject; h. een beslissing tot verlening van een vergunning als bedoeld in de artikelen 21 en 22 van de Huisvestingswet 2014, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; i. een beslissing tot vaststelling van een standplaats of ligplaats, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; j. een beslissing tot vaststelling van een ligplaats, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; k. een document waarin de geometrie van een pand of verblijfsobject is vastgelegd in overeenstemming met de krachtens artikel 17, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de wet gestelde regels; l. een rechterlijke uitspraak strekkende tot vernietiging, herroeping, intrekking of wijziging van een in een brondocument vervat besluit, en m. een verklaring van een daartoe aangewezen ambtenaar, strekkende tot: 1°. een ambtshalve correctie van een of meer gegevens in de basisregistratie op grond van een ander brondocument; 2°. een signalering van een wijziging in de feitelijke situatie die van invloed is op een of meer gegevens in de basisregistratie, die niet voortvloeit uit een ander brondocument, of 3°. een wijziging of opneming in het belang van een goede registratie van een of meer gegevens in de basisregistratie, die niet voortvloeit uit een ander brondocument." https://zoek.officielebe kendmakingen.nl/stb-2017-311.html

  4. Archiefwet 1995. http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007376

  5. Nationaal metamodel voor informatiemodellering (MIM), versie 1.0 van 14 juni 2017. https://www.geonov um.nl/wegwijzer/standaarden/nationaal-metamodel-voor-informatiemodellering

  6. De UML wordt beschikbaar gesteld in het bestandsformaat van de applicatie Enterprise Architect (.eap). https://en.wikipedia.org/wiki/Enterprise_Architect_(software)

  7. Het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD) is het coördinatensysteem van Nederland. http://www.kada ster.nl/web/Themas/Registraties/Rijksdriehoeksmeting/Rijksdriehoeksstelsel.htm

  8. Open Geospatial Consortium (2011, 2012) Geography Markup Language (GML) simple features profile (with Corrigendum), OGC® 10-100r3. https://portal.opengeospatial.org/files/?artifact_id=42729

  9. Wet basisregistraties adressen en gebouwen, artikel 19, eerste lid: "In de basisregistratie worden een identificerend objectnummer, beschrijvende gegevens, temporele gegevens en meta-gegevens opgenomen over de in de gemeente bestaande: a. panden; b. verblijfsobjecten; c. standplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. ligplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 2°; e. woonplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 3°; f. openbare ruimten, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 4°, en g. nummeraanduidingen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 5°." https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-60.html

  10. Wet van 10 februari 2017 tot wijziging van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en enige andere wetten in verband met modernisering en vereenvoudiging van de registratie en het toezicht, artikel I, onderdeel Q, onder 19, eerste lid: "In de basisregistratie worden een identificerend objectnummer, beschrijvende gegevens, temporele gegevens en meta-gegevens opgenomen over de in de gemeente bestaande: a. panden; b. verblijfsobjecten; c. standplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. ligplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 2°; e. woonplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 3°; f. openbare ruimten, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 4°, en g. nummeraanduidingen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 5°." https://zoek.officielebekendmaking en.nl/stb-2017-60.html

  11. Besluit van 6 juli 2017 tot wijziging van het Besluit basisregistraties adressen en gebouwen in verband met modernisering en vereenvoudiging van de registratie, artikel I, onderdeel G: "Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt “in de artikelen 19, eerste lid, onderdeel a, 20, eerste lid, onderdeel a, 21, eerste lid, onderdeel a, 22, eerste lid, onderdeel a, 23, eerste lid, onderdeel a, 24, eerste lid, onderdeel a, en 25, eerste lid, onderdeel a, van de wet” vervangen door: bij de nummers 1.1, 2.1, 3.1, 4.1, 5.1, 6.1 en 7.1 in de bijlage bij dit besluit. 2. Het tweede en derde lid komen te luiden: 2. Indien een in de basisregistratie opgenomen verblijfsobject, standplaats of ligplaats wordt gesplitst, wordt elk van de aldus ontstane verblijfsobjecten, standplaatsen of ligplaatsen van een nieuwe identificatiecode voorzien. 3. Indien in de basisregistratie opgenomen verblijfsobjecten, standplaatsen of ligplaatsen worden samengevoegd, wordt het aldus ontstane verblijfsobject, dan wel de aldus ontstane standplaats of ligplaats van een nieuwe identifi catiecode voorzien." https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-311.html

  12. Nota van toelichting bij het Besluit van 6 juli 2017 tot wijziging van het Besluit basisregistraties adressen en gebouwen in verband met modernisering en vereenvoudiging van de registratie, algemeen deel, artikel 2.3: "Identificatiecodes bij splitsing en samenvoeging van woonplaatsen en openbare ruimten. Bij de evaluatie van de wet is de wens geuit om bij wijzigingen van woonplaatsen alleen de geometrie te wijzigen. De regels voor wijzigingen van woonplaatsen die in het tweede en derde lid van artikel 10 van het besluit waren opgenomen, brachten onder meer mee dat in veel gevallen mutaties in de registratie moesten worden doorgevoerd die voor gebruikers de indruk wekten dat verhuizingen naar andere woonplaatsen hadden plaatsgevonden, terwijl het uitsluitend ‘administratieve verhuizingen’ betrof. Bij wijziging van openbare ruimten deed zich hetzelfde voor. Het BAG Bronhouders- en Afnemers Overleg (BAG BAO) heeft nader onderzoek laten doen naar het behoud van de identificatiecode bij geometriewijzigingen. Op basis van de resultaten is door het BAG BAO geadviseerd artikel 10 van het besluit aan te passen. Het advies houdt in dat de identificatiecode van de woonplaats alleen wordt gewijzigd in het geval van splitsing van een woonplaats, voor zover de opgesplitste delen geen deel gaan uitmaken van een andere bestaande woonplaats. Bij samenvoeging van (een deel van) een woonplaats met een andere woonplaats wordt ofwel een van de woonplaatsen opgeheven (als deze geheel met een andere woonplaats wordt samengevoegd), ofwel wijzigt alleen de geometrie van beide woonplaatsen. Op die manier leidt de wijziging van de geometrie van een bestaande woonplaats niet tot wijziging van de identificatiecode van die woonplaats. Het BAG BAO heeft hierbij tevens geadviseerd om, gezien de overeenkomsten in de aard van de problematiek, dezelfde aanpak te volgen bij wijzigingen van openbare ruimten. Gelet op het uitgebrachte advies zijn het tweede en derde lid van artikel 10 heroverwogen. Geconcludeerd is dat opvolging van het advies aanbeveling verdient. Een en ander heeft geleid tot een formulering van artikel 10 die inhoudt dat bij splitsing van een woonplaats of openbare ruimte alleen een daardoor nieuw ontstane (oftewel niet reeds aanwezige) woonplaats of openbare ruimte van een nieuwe identificatiecode wordt voorzien. Dat aan een nieuw ontstaan object een identificatiecode wordt toegekend, volgt uit artikel 19, eerste lid, van de wet en het nieuwe artikel 8 van het besluit in samenhang met de bij het besluit behorende bijlage. Een bij splitsing betrokken reeds bestaande woonplaats of openbare ruimte wordt niet geacht op te houden te bestaan, maar ondergaat alleen een wijziging van de geometrie. Bij samenvoeging van twee woonplaatsen of openbare ruimten houdt de ene daarbij betrokken woonplaats of openbare ruimte op te bestaan, en wijzigt de geometrie van de andere woonplaats of openbare ruimte. Bij dat laatste bekijkt de gemeente per geval welk betrokken object logischerwijs geacht wordt voort te bestaan en welk object verdwijnt." https://zoek.officielebekendmakin gen.nl/stb-2017-311.html

  13. De beheerder van de landelijke voorziening geeft de woonplaatscodes uit op grond van artikel 19 lid 3 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en artikel 11 van het Besluit basisregistraties adressen en gebouwen. http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023466 en http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0 025520#Hoofdstuk3_Artikel11 en http://www.kadaster.nl/web/Themas/Registraties/BAG/BAGartikelen/BAG-Woonplaatscodes.htm

  14. Tabel 33 Gemeententabel maakt deel uit van de Landelijke Tabellen BRP. "Landelijke Tabellen zijn coderingslijsten waarin gegevens zijn opgenomen die gebruikt worden voor de bijhouding van persoonsgegevens in het geautomatiseerde systeem van de Basisregistratie Personen (BRP). Hoewel deze tabellen een onderdeel zijn van het Logisch Ontwerp BRP en op grond daarvan dezelfde juridische waarde bezitten, nemen ze een bijzondere plaats in. Dat komt voornamelijk omdat tabellen aan voortdurende wijziging onderhevig kunnen zijn. [...] De bijhouding en verspreiding van de Landelijke Tabellen wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)." http://publicaties.rvig.nl/Landelijke_tabellen/Inleiding_op_de_Landelijke_Tabellen_BRP

  15. Bouwbesluit 2012, artikel 1.1, tweede lid: "Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wordt voorts verstaan onder: bijeenkomstfunctie: gebruiksfunctie voor het samenkomen van personen voor kunst, cultuur, godsdienst, communicatie, kinderopvang, het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse of het aanschouwen van sport; bouwwerk geen gebouw zijnde: bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is; celfunctie: gebruiksfunctie voor dwangverblijf van personen; gezondheidszorgfunctie: gebruiksfunctie voor medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling; industriefunctie: gebruiksfunctie voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden; kantoorfunctie: gebruiksfunctie voor administratie; logiesfunctie: gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan personen; onderwijsfunctie: gebruiksfunctie voor het geven van onderwijs; overige gebruiksfunctie: niet in dit lid benoemde gebruiksfunctie voor activiteiten waarbij het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt; sportfunctie: gebruiksfunctie voor het beoefenen van sport; winkelfunctie: gebruiksfunctie voor het verhandelen van materialen, goederen of diensten; woonfunctie: gebruiksfunctie voor het wonen." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030461

  16. Wet basisregistraties adressen en gebouwen, artikel 35, lid 2: "Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, ingeval: a. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding als bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel a is geplaatst; b. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst; c. het met betrekking tot het desbetreffende authentieke gegeven een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 37; d. het door toepassing van het eerste lid zijn publiekrechtelijke taak niet naar behoren zou kunnen vervullen, of e. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het eerste lid." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR 0023466 en https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-60.html

  17. De mate waarin een meet-en verwerkingsproces bij herhaling dezelfde resultaten geeft, noemt men precisie. Als een hoge precisie wordt gehaald, betekent dit dat de mogelijke fout een kleine waarde heeft. Precisie is het resultaat van inwinning en verwerking. Dat betekent dat een hoge precisie bij de inwinning vaak 'verslechtert' door inpassing in een bestaand bestand. Zo zal een terrestische inwinning die is aangesloten op een fotogrammetrisch ingewonnen bestand, de precisie verkrijgen die geldt voor het bestaande, fotogrammetrisch ingewonnen bestand. Mede om deze reden worden vaak grotere mutaties (uitbreidingsgebieden), na controle op de betrouwbaarheid van de meting door analyse van een eerste fase vereffening, geplaatst binnen het bestaande bestand en niet daarop ingepast. Dit is ook bekend onder de term "dumpen".

  18. Handleiding voor de Technische werkzaamheden van het Kadaster (1996), ISBN 90-803078-1-5.

  19. Wet tot nadere regeling van de wettelijke tijd, artikel 1: "1 De wettelijke tijd in Nederland is de Midden-Europese tijd. 2 Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur een tijdvak van het jaar bepalen, waarin de Midden-Europese Zomertijd geldt." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002288

  20. Besluit van 5 december 2001 tot vaststelling van de zomertijd, artikel 2: "De Midden-Europese zomertijd vangt met ingang van 2002 aan op de laatste zondag van de maand maart om 02.00 uur en eindigt op de laatste zondag van de maand oktober om 03.00 uur." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013087

  21. Een bestuursorgaan dat gegevens heeft verkregen uit de landelijke voorziening en gerede twijfel heeft over de juistheid van een authentiek gegeven of het ontbreken van een authentiek gegeven is op grond van artikel 37 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen verplicht tot terugmelden. Belanghebbenden mogen terugmelden op grond van artikel 38. http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0 023466

  22. Wet basisregistraties adressen en gebouwen, artikel 35, lid 2: "Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, ingeval: a. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding als bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel a is geplaatst; b. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst; c. het met betrekking tot het desbetreffende authentieke gegeven een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 37; d. het door toepassing van het eerste lid zijn publiekrechtelijke taak niet naar behoren zou kunnen vervullen, of e. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het eerste lid." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR 0023466 en https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-60.html

  23. Wet basisregistraties adressen en gebouwen, artikel 35, lid 2: "Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, ingeval: a. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding als bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel a is geplaatst; b. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst; c. het met betrekking tot het desbetreffende authentieke gegeven een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 37; d. het door toepassing van het eerste lid zijn publiekrechtelijke taak niet naar behoren zou kunnen vervullen, of e. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het eerste lid." http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR 0023466 en https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-60.html

  24. ISO/IEC (2010) International Standard ISO/IEC 10646, Final Committee Draft, Second edition, p. 2076. http://u nicode.org/L2/L2010/10038-fcd10646-main.pdf

  25. NEN 2580:2007, artikel 2.1.2: Een binnenruimte is een "ruimte die aan alle zijden volledig wordt begrensd door bouwkundige scheidingsconstructies." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. h ttps://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm

  26. NEN 2580:2007, toelichting bij artikel 2.1.2: "Een binnenruimte is in beginsel aan alle kanten omsloten door wanden over de volledige hoogte en voorzien van een dichte vloerconstructie aan zowel de onder-als bovenzijde." [...] "Beweegbare delen in de gevel, het dak of de laagstgelegen vloer, zoals deuren en ramen, te openen lichtkappen en kruipluiken worden niet als permanente openingen beschouwd. Hetzelfde geldt voor ventilatieopeningen en -kanalen in de gevel, in het dak of in de vloer, zelfs als deze niet afsluitbaar zijn." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN -Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm

  27. NEN 2580:2007, artikel 2.1.3: Een gebouwgebonden buitenruimte is een "ruimte die door het deels ontbreken van uitwendige bouwkundige scheidingsconstructies permanent in open verbinding staat met de bodem en/of de buitenlucht. OPMERKING: Gebouwgebonden buitenruimten worden onderscheiden in: overdekte gebouwgebonden buitenruimten en niet-overdekte gebouwgebonden buitenruimten." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-2 5802007-nl.htm

  28. NEN 2580:2007, toelichting bij artikel 2.1.3: "Ruimten, die plaatselijk van de buitenlucht zijn gescheiden door een hek, roosterwerk of gaasafzetting, zoals half verdiepte parkeergarages en opslagruimten voor gasflessen, worden daarentegen (zie 2.1.2) wel als gebouwgebonden buitenruimten opgevat. Een toegankelijke kruipruimte met een hoogte van 1,5 m of meer en zonder verharde vloer (bijvoorbeeld zandgrond) kan niet als binnenruimte worden aangemerkt, omdat een bouwkundige scheidingsconstructie op het grensvlak met de bodem ontbreekt. Een dergelijke kruipruimte wordt als gebouwgebonden buitenruimte beschouwd. Onder de term 'bodem' wordt ook open water verstaan. Een botenhuis moet om die reden eveneens als gebouwgebonden buitenruimte worden gekwalificeerd.” Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-2 5802007-nl.htm

  29. NEN 2580:2007, artikel 2.2.9: "ruimte of voorziening voor verticaal verkeer: ruimte of voorziening voor de verkeersafwikkeling tussen de bouwlagen van een gebouw". Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm

  30. NEN 2580:2007, toelichting bij artikel 2.2.9: "Voorbeelden van ruimten voor verticaal verkeer zijn trappenhuizen inclusief rooksluizen en liftschachten. Voorbeelden van voorzieningen voor verticaal verkeer zijn (rol)trappen, hefplateaus en hellingbanen, die deel uitmaken van ruimten met andere functies. Als voorwaarde voor verticaal verkeer geldt dat er sprake moet zijn van circulatie tussen de onderscheiden bouwlagen van een gebouw. Buiten beschouwing blijven de voorzieningen, zoals (rol)trappen, hefplateaus en hellingbanen, die een niveauverschil van minder dan 1,5 m overbruggen. Dergelijke hoogteverschillen blijven immers binnen één bouwlaag." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm

  31. NEN 2580:2007, artikel 2.1.2: Een binnenruimte is een "ruimte die aan alle zijden volledig wordt begrensd door bouwkundige scheidingsconstructies." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. h ttps://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm

  32. NEN 2580:2007, artikel 2.1.2: Een binnenruimte is een "ruimte die aan alle zijden volledig wordt begrensd door bouwkundige scheidingsconstructies." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. h ttps://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm

  33. NEN 2580:2007, toelichting bij artikel 2.1.2: "Een binnenruimte is in beginsel aan alle kanten omsloten door wanden over de volledige hoogte en voorzien van een dichte vloerconstructie aan zowel de onder-als bovenzijde. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk bijvoorbeeld bij een vide. De aard van de vloeropening en de grootte in relatie tot de totale vloeroppervlakte zullen dan moeten uitwijzen of er sprake is van één binnenruimte of twee of meer binnenruimten, die niet volledig van elkaar zijn gescheiden. Dit onderscheid kan van belang zijn voor het vaststellen van de inhoud van afzonderlijke ruimten. Beweegbare delen in de gevel, het dak of de laagstgelegen vloer, zoals deuren en ramen, te openen lichtkappen en kruipluiken worden niet als permanente openingen beschouwd. Hetzelfde geldt voor ventilatieopeningen en -kanalen in de gevel, in het dak of in de vloer, zelfs als deze niet afsluitbaar zijn. Installatieruimten zoals bedoeld voor het stoken van aardgasapparatuur, containerruimten voor vuilnis of fietsenstallingen die volledig zijn omsloten maar wel continu door een ventilatierooster met buitenlucht worden geventileerd, moeten daarom als binnenruimten worden beschouwd." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007nl.htm

  34. NEN 2580:2007, artikel 2.1.3: Een gebouwgebonden buitenruimte is een "ruimte die door het deels ontbreken van uitwendige bouwkundige scheidingsconstructies permanent in open verbinding staat met de bodem en/of de buitenlucht. OPMERKING: Gebouwgebonden buitenruimten worden onderscheiden in: overdekte gebouwgebonden buitenruimten en niet-overdekte gebouwgebonden buitenruimten." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-2 5802007-nl.htm

  35. NEN 2580:2007, toelichting bij artikel 2.1.3: "Ruimten, die plaatselijk van de buitenlucht zijn gescheiden door een hek, roosterwerk of glasafzetting, zoals half verdiepte parkeergarages en opslagruimten voor gasflessen, worden daarentegen (zie 2.1.2) wel als gebouwgebonden buitenruimten opgevat. Een toegankelijke kruipruimte met een hoogte van 1,5 m of meer en zonder verharde vloer (bijvoorbeeld zandgrond) kan niet als binnenruimte worden aangemerkt, omdat een bouwkundige scheidingsconstructie op het grensvlak met de bodem ontbreekt. Een dergelijke kruipruimte wordt als gebouwgebonden buitenruimte beschouwd. Onder de term 'bodem' wordt ook open water verstaan. Een botenhuis moet om die reden eveneens als gebouwgebonden buitenruimte worden gekwalificeerd." Definitie overgenomen met toestemming van NEN te Delft. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-2 5802007-nl.htm

  36. NEN 2580:2007, artikel 4.5.2. https://www.nen.nl/NEN-Shop/Norm/NEN-25802007-nl.htm