Nederlands:
> Identificeren stelt vast wie de gebruiker is, zodat toegang, rechten en verantwoordelijkheden veilig kunnen worden geregeld.
De functie identificeren zorgt ervoor dat gebruikers van een digitale tweeling zich kenbaar maken voordat zij bepaalde functies kunnen gebruiken. Door vast te stellen wie iemand is, kan worden bepaald welke data en rekenmodellen en functies voor die gebruiker beschikbaar zijn. Dit helpt om de digitale tweeling veilig en verantwoord te gebruiken.
In sommige gevallen is een beperkte, anonieme verkenning mogelijk. Voor het uitvoeren van uitgebreidere handelingen, zoals analyseren, bewerken of aansturen, is identificatie noodzakelijk. Dit maakt het mogelijk om gebruikersrechten toe te kennen en activiteiten te herleiden naar een gebruiker of rol.
Identificeren draagt bij aan vertrouwen in de digitale tweeling. Door gebruikersactiviteiten zorgvuldig vast te leggen en te beschermen volgens geldende privacy- en veiligheidsregels, ontstaat een betrouwbare en transparante omgeving waarin mensen veilig met de digitale tweeling kunnen werken.
English:
> Identification establishes who the user is, so that access, rights, and responsibilities can be arranged safely.
The Identification function ensures that users of a digital twin make themselves known before using certain functions. By establishing who someone is, it can be determined which data, models, and functions are available to that user. In some cases, limited anonymous exploration is possible, but for more extensive actions—such as analysing, editing, or actuating—identification is necessary. This makes it possible to assign user rights and trace activities back to a user or role. This function protects users according to privacy and security rules, creating a reliable and transparent environment.
|
|
| Name (en) | Identification & Authorization |