Tunneldeel

Definitie

Onderdeel van een kunstmatig aangelegde, kokervormige onderdoorgang dat essentieel is voor de constructie.

Verplicht? 

Ja, verplichte inhoud BGT

Voorbeeld

Type: tunneldeel

Type: tunneldeel

Op de foto is het tunneldeel A enerzijds begrensd door de overgang met het bovengrondse wegdeel C ter hoogte van het dichte tunneldak en anderzijds door de buitenste zijbegrenzing van het tunneldeel overeenkomstig het ontwerp (de bouwtekening). Uitsluitend de in het tunneldeel aanwezige wegdelen vormen overeenkomstige BGT-objecten met dezelfde relatieve hoogteligging als het tunneldeel waarin ze liggen. In het tunneldeel eventueel aanwezige scheidingsmuren, trappen e.d. vormen geen BGT-inhoud.

A:

Tunneldeel Attribuutwaarde Opmerkingen
relatieveHoogteligging  -1 Een tunneldeel ligt altijd ‘onder' maaiveld en de attribuutwaarde is daarom < 0.

B ,C en D: vormen buiten het tunneldeel als ‘zichtbare' wegdelen BGT-inhoud. E: scheiding, type muur. F en G zijn in de tunnel gelegen wegdelen. De relatieve hoogteligging daarvan is hetzelfde als het tunneldeel waarin ze liggen, dus -1.

inwinningsregels

BGT

Bron: Gegevenscatalogus BGT 1.2

Regels voor opname

Er is sprake van een tunnel wanneer deze bestaat uit een gesloten kokerconstructie met een in- en een uitgang. Bij overbruggingsdelen zoals bijvoorbeeld een viaduct is er altijd sprake van een afzonderlijk dek dat op een bak en/of pijlers rust.

De buitenste begrenzing van tunneldelen ligt onder het maaiveld en is niet zichtbaar. Opname daarvan in de BGT gebeurt aan de hand van beschikbare informatie, zoals bouwtekeningen. Dat geldt ook voor de in het tunneldeel gelegen wegdelen.

Interieur van tunnels, zoals (scheidings)muren, trappen, vormen geen BGT-inhoud, omdat dit nadere invulling is van CityGML LOD1 en hoger.

Aandachtspunten

Zichtbare muren enzovoort die de buitenste delen van een tunnel vormen worden in de BGT als muur enzovoort geclassificeerd.

Relatieve hoogte

De relatieve hoogte van tunneldelen bedraagt altijd < 0. In tunneldelen ligt of liggen altijd één of meer wegdelen. Deze wegdelen bezitten dezelfde aanduiding voor relatieve hoogte als het tunneldeel waarin zij liggen.