Waterdeel (WTD)

Definitie

Kleinste functioneel onafhankelijk stukje water met gelijkblijvende, homogene eigenschappen en relaties dat er binnen het objecttype Water van NEN 3610 wordt onderscheiden en dat permanent met water bedekt is.

inwinningsregels

BGT

Bron: Gegevenscatalogus BGT 1.2

De volgende paragrafen beschrijven op welke wijze land en water zijn gescheiden in de BGT.

Algemeen

De BGT kent vier typen waterdeel: zee; waterloop; watervlakte; greppel, droge sloot. En twee typen ondersteunend waterdeel: oever, slootkant; slik.

De kruinlijngeometrie wordt bij het ondersteunend waterdeel niet opgenomen. Impliciet is de – niet-waterbegrenzing – van een oever altijd de hoogste kant.

Voor de begrenzing van land en zee maakt de BGT onderscheid in de begrenzing langs de Noordzee enerzijds en die langs de Waddenzee en de Zuidwestelijke delta in Zeeland en Zuid-Holland anderzijds.

Onder waterlopen vallen rivieren, kanalen, beken, sloten en grachten.

Watervlakten zijn meren, plassen, vennen en vijvers. Ook havens vallen in de regel hieronder.

Greppels en droge sloten hebben een functie in de waterhuishouding.

Oevers en slootkanten zijn de delen die enerzijds begrensd worden door de waterlijn en anderzijds door een kant insteek.

Slikken zijn bij laagwater droogvallende delen. Zij komen uitsluitend voor in de Waddenzee en in de Zuidwestelijke delta.

In het algemeen geldt dat zichtbare topografie altijd als begrenzing voorkomt, in de beschreven situaties aangevuld met niet of niet-altijd zichtbare topografische begrenzingen.

Noordzee

Voor de begrenzing van terrein en water langs de Noordzee gebruikt de BGT de UNCLOS-basislijn. Deze basislijn valt onder verantwoording van de Dienst der Hydrografie van het ministerie van Defensie. Deze dienst voert deze taak uit op basis van het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties uit 1982 "United Nations Convention on the Law of the Sea (UNCLOS)". Dit verdrag regelt de rechten die staten hebben op zee en de manier waarop buurstaten deze rechten begrenzen. Centraal in dit verdrag staat de basislijn, die het verloop van de kust definieert.

De Nederlandse basislijn is een combinatie van normale basislijnen en rechte (‘getrokken') basislijnen. In tegenstelling tot de normale basislijn, zijn de rechte basislijnen onveranderlijk en bij Nederlandse wet vastgesteld. De rechte basislijnen vormen de af­sluiting van zeegaten, en daarmee de begrenzing tussen de territoriale zee en de binnenwateren.

Sluit de basislijn een waterdeel af zoals onder meer van de Westerschelde, Nieuwe Waterweg en Waddenzee, dan vormt de basislijn de begrenzing van dat waterdeel met de Noordzee.

Actualiteit

Een of enkele keren per jaar publiceert de Dienst der Hydrografie een nieuwe UNCLOS-basislijn. De dienst maakt gebruikers attent op deze wijzigingen, onder meer via de eigen website en via een mailing per e-mail.

Strand

Langs de Noordzee bezit het onbegroeid terreindeel grenzend aan de basislijn het fysiek voorkomen ‘zand'.

Aan de ‘landzijde' wordt het strand altijd begrensd door zichtbare topografie, zoals de overgang naar de duinen bestaande uit een hek of duinvoet. In het geval een kunstmatige aangelegde waterkering aanwezig is, zoals bij de Hondsbossche Zeewering, bestaat de begrenzing uit kademuur of walbescherming.

Waddenzee en Zuidwestelijke delta

In deze wateren is altijd een kunstmatig aangelegde waterkering aanwezig in de vorm van een kademuur of walbescherming. Deze vormen altijd een begrenzing voor de BGT.

Daarnaast worden in deze wateren peilingen verricht voor het Lowest Astronomical Tide (LAT). Als de ligging daarvan beschikbaar is voor de BGT vormt het de scheiding tussen het waterdeel en het ondersteunend waterdeel type slik. Ontbreekt het LAT dan vormt de kunstmatige waterkering de scheiding tussen terrein en water.

Rivieren

In de BGT komt bij rivieren of een begrenzing voor in de vorm van een kademuur of walbescherming, of een oever. Van nature komt er een variabel peil voor. In de grote, bevaarbare rivieren hanteert Rijkswaterstaat hier een peil met de naam Overeengekomen Lage Rivierwaterstand (OLR). Als een presentatie van dit peil beschikbaar is, vormt het voor de BGT de begrenzing van waterdeel met ondersteunend waterdeel type oever. Bij het ontbreken van het OLR vormt het laagste streefpeil, eveneens onder verantwoording van Rijkswaterstaat, deze begrenzing. Is de ligging van een peil niet beschikbaar voor de BGT dan vormt de kunstmatige waterkering de scheiding tussen terrein en water.

Meren

Bij meren komen kunstmatig aangelegde waterkeringen voor in de vorm van een kademuur of walbescherming, soms is er sprake van een oever. Als een kunstmatige waterkering aanwezig is in de vorm van een kademuur of walbescherming vormt dit de begrenzing van terrein en water. Bij het ontbreken daarvan vormt het object begrensd door waterlijn en de bovenzijde van een herkenbare insteek een ondersteunend waterdeel type oever/slootkant.

In meren wordt een streefpeil beheerd door bemalen en/of spuien. Als de ligging van een peil bekend is en de horizontale afstand tussen een herkenbare insteek bedraagt 1m of meer dan ontstaat in de BGT een ondersteunend waterdeel van het type oever. Waar sprake is van meerdere streefpeilen, wordt uitgegaan van het laagste niveau of ondergrenspeil.

Overige waterlopen en -vlakken

Hier geldt onderstaand stroomdiagram. Als kant water de begrenzing van objecten vormt, geldt dat dit een presentatie is van het laagst mogelijke streefpeil ter plaatse. Als de horizontale afstand tussen waterlijn en de bovenkant van een herkenbare insteek 1m of meer bedraagt dan ontstaat in de BGT een ondersteunend waterdeel van het type oever/slootkant.

Stroomdiagram waterlopen

IMGeo

Bron: Gegevenscatalogus IMGeo 2.2

In IMGeo zijn waterlopen en watervlakten nader te classificeren.

In IMGeo kunnen inrichtingselementen, die op en in het water voorkomen, worden opgenomen met het objecttype waterinrichtingselement.

Van remmingswerk, geleidewerk en vuilvang wordt de lijngeometrie opgenomen waarbij voor remmingswerk en geleidewerk geldt dat deze worden ingewonnen aan die zijde waar de scheepvaart langs vaart.

Van betonning, meerpaal en hoogtemerk wordt de puntgeometrie opgenomen.

Het objecttype functioneel gebied kent op het gebied van de waterhuishouding de classificaties ‘kering' als BGT inhoud, en in het optionele deel ‘waterbergingsgebied' en ‘infrastructuur waterstaatswerken'. Zie de paragraaf over functioneel gebied voor meer informatie. Functionele gebieden bevatten geen plaatsbepalingspunten.

type

Definitie

Specificatie van het soort Water.

zee

Definitie

Uitgestrekt oppervlak zout water.

Verplicht?

Ja, verplichte inhoud BGT.

Voorbeeld

C:

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type zee  
relatieveHoogteligging 0  

A: begroeid terreindeel, duin.

B: onbegroeid terreindeel, zand.

waterloop

Definitie

Een voor de waterbeheersing bestemde geul die meestal permanent water bevat (zoals rivier, kanaal, beek, sloot, gracht).

Verplicht?

Ja, verplichte inhoud BGT.

Voorbeeld

D:

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type waterloop  
relatieveHoogteligging 0  

A: wegdeel, rijbaan: lokale weg, open verharding

B en E: ondersteunend waterdeel, oever/slootkant.

C: scheiding, kademuur.

Wegdeel met berm en ondergronds waterdeel

Wegdeel met berm en ondergronds waterdeel

Duikers vormen geen inhoud BGT.

F: Het niet zichtbare waterdeel in duiker is géén BGT-inhoud.

rivier

Definitie

Het water, dat ten atmosferische neerslag op hellende terreinen valt, vloeit, voor zover het niet verdampt of door planten wordt opgenomen, tezamen tot een waterloop en stroomt naar laaggelegen streken. Zulk een natuurlijke afvloeiing heet een rivier.

Verplicht?

Nee, optionele inhoud IMGeo.

Voorbeeld

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type waterloop: rivier  
relatieveHoogteligging    

sloot

Definitie

Algemene benaming voor een waterloop van beperkte breedte die stilstaand of slechts langzaam stromend water bevat.

Verplicht?

Nee, optionele inhoud IMGeo.

Voorbeeld

A:

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type waterloop: sloot  
relatieveHoogteligging    

kanaal

Definitie

Een gegraven grote waterloop die dient voor scheepvaart en/of watertransport.

Verplicht?

Nee, optionele inhoud IMGeo.

Voorbeeld

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type waterloop: kanaal  
relatieveHoogteligging    

beek

Definitie

Een natuurlijke smalle waterloop zonder getij.

Verplicht?

Nee, optionele inhoud IMGeo.

Voorbeeld

A:

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type waterloop: beek  
relatieveHoogteligging    

gracht

Definitie

Een gracht is een gegraven greppel met water, die hoofdzakelijk voorkomt in oude steden.

Verplicht?

Nee, optionele inhoud IMGeo.

Voorbeeld

A:

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type waterloop: gracht  
relatieveHoogteligging    

bron

Definitie

Grondwater dat op natuurlijke wijze uit het aardoppervlak tevoorschijn komt.

Verplicht?

Nee, optionele inhoud IMGeo.

Voorbeeld

Een afbeelding van een bron kunt u sturen aan: imgeo@geonovum.nl

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type waterloop: bron  
relatieveHoogteligging    

watervlakte

Definitie

Alle oppervlakken die vrij permanent met zoet water zijn bedekt. (zoals meer, plas, ven, vijver).

Verplicht?

Ja, verplichte inhoud BGT.

Voorbeeld

A:

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type watervlakte  
relatieveHoogteligging 0  

B: OndersteunendWaterdeel, Oever/slootkant

haven

Definitie

Een tot ligplaats van schepen geschikt, natuurlijk of gegraven waterbekken aan zee of aan de oever van een rivier of binnenwater, dat beschutting biedt tegen wind en golven.

Verplicht?

Nee, optionele inhoud IMGeo.

Voorbeeld

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type watervlakte: haven  
relatieveHoogteligging    

meer, plas, ven, vijver

Definitie

Een massa stilstaand landoppervlaktewater.

Verplicht?

Nee, optionele inhoud IMGeo.

Voorbeeld

Meer

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type watervlakte: meer, plas, ven, vijver  
relatieveHoogteligging    

Plas

Ven

Vijver

greppel, droge sloot

Definitie

Een ten behoeve van de waterbeheersing gegraven geul die al dan niet met water bedekt is.

Verplicht?

Ja, verplichte inhoud BGT.

Voorbeeld

B:

Waterdeel Attribuutwaarde Opmerkingen
type water Greppel/droge sloot  
relatieveHoogteligging 0  

A: begroeidterreindeel, grasland agrarisch

C: begroeidterreindeel, loofbos.